‘De Mozaïekbeurs heeft me doen groeien als onderzoeker’

Stanleyson Hato

Stanleyson Hato is geboren en getogen op Curaçao en kwam als negentienjarige voor zijn studie naar Nederland. Na de master Medische Biologie startte hij met een Mozaïekbeurs in 2005 zijn promotieonderzoek aan het Radboudumc. Hij onderzocht de ontsnappingsmechanismen die virussen gebruiken om ons immuunsysteem te omzeilen.

Via het programma Mozaïek stelt NWO promotiebeurzen beschikbaar voor afgestudeerde masterstudenten met een ondervertegenwoordigde migratieachtergrond. Doel is de instroom vanuit deze groep mensen in de wetenschap te stimuleren. Het programma liep eerder tussen 2004 en 2012 en kent dit jaar een doorstart, waarvoor beoogd promotoren tot en met 28 september kandidaten kunnen aanmelden. De call gaat naar verwachting in week 24 open. In een korte serie vertellen onderzoekers die eerder een Mozaïek-beurs hebben verkregen wat deze voor hen heeft betekend.

Ga direct naar de callpagina van Mozaïek 2.0

Regie & verantwoordelijkheid

‘De Mozaïekbeurs was een kans om mijn onderzoek helemaal zelf vorm te geven’, vertelt Hato. ‘Normaal gesproken stap je in een bestaand onderzoek van een senior onderzoeker die een promotieplaats beschikbaar heeft. Maar nu kreeg ik geld mee om mijn eigen onderzoek te starten. Het geeft je meer regie en meer verantwoordelijkheid, dat sprak me enorm aan. Die onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid zorgt er ook voor dat je harder groeit als onderzoeker.’

Het viel me op dat ik de enige met een getinte huidskleur was in die commissies en werkgroepen

Stanleyson Hato

Naamsbekendheid

De Mozaïekbeurs heeft beslist impact gehad op zijn loopbaan, denkt Hato. ‘In de eerste plaats omdat het goed op je cv staat en het je helpt bij de aanvragen voor vervolgbeurzen. Het is toch een extra stempel dat je krijgt: dit is iemand met talent, met potentie. In de competitieve omgeving van de wetenschap is dat heel belangrijk. Daarnaast geeft het je naamsbekendheid binnen je onderzoeksorganisatie – “Oh, dat is die onderzoeker met die Mozaïekbeurs.” Ik werd binnen het Radboudumc vaak uitgenodigd voor allerlei commissies, brainstormsessies en werkgroepen. Zo bouwde ik mijn netwerk op, wat mijn verdere loopbaan enorm heeft geholpen. Overigens viel het me wel altijd op dat ik de enige jongen met getinte huidskleur was in die commissies en werkgroepen. Ik weet niet waar dat aan ligt. Misschien durven mensen met een niet-westerse achtergrond er niet voor te gaan? Of ze hebben niet door hoe belangrijk dit soort functies zijn om verder te komen in de academische wereld.’

Twee werelden

Toen Hato bij de afronding van zijn promotieonderzoek in 2009 werd gevraagd wat hij daarna zou gaan doen, antwoordde hij: ‘Dat weet ik nog niet. Ik weet alleen honderd procent zeker dat ik onderzoek blijf doen. Want daar ligt mijn hart.’ Terugdenkend aan die uitspraak schiet hij in de lach. ‘Ja, het leven is toch anders gelopen.’ Nadat hij tien jaar als onderzoeker bij de Radboud Universiteit had gewerkt, stapte Hato in 2017 over naar een functie als business development lead bij een farmaceutisch bedrijf. Sinds 2019 is hij director business development bij Scenic Biotech, een jong bedrijf dat met behulp van genetische modifiers nieuwe behandelingen ontwikkelt voor zeldzame ziektes. Hij kijkt tegenwoordig niet meer in een microscoop, maar onderzoekt de mogelijkheden voor productontwikkeling en samenwerking met andere partijen. ‘Ontzettend leuk werk, en een mooie combinatie van twee werelden. Ik heb mijn wetenschappelijke achtergrond nodig om te begrijpen waarmee we bezig zijn binnen het bedrijf en kijk vervolgens hoe we de vertaalslag kunnen maken naar concrete producten voor de maatschappij. Ik ging ooit de wetenschap in omdat ik houd van problemen oplossen. Dat doe ik nu nog steeds, alleen op een ander terrein.’

Misschien moet ik er harder voor werken dan een ander vanwege mijn achtergrond, maar dat heb ik nooit als een nadeel ervaren.

Stanleyson Hato

Ander ecosysteem

Hoe belangrijk was de Mozaïekbeurs voor hem, als masterstudent met een andere culturele achtergrond? ‘Als ik eerlijk ben, denk ik dat ik er ook wel zonder die hulp was gekomen. Dat ligt deels aan mijn vakgebied – in de bètavakken is het makkelijker een promotieplaats te krijgen dan in de sociale wetenschappen. Daar zijn er minder promotieplaatsen dus de concurrentie is veel groter. Ik kan me ook voorstellen dat mensen met een niet-westerse achtergrond kansen missen om door te gaan in de wetenschap, omdat ze niet weten welke mogelijkheden er allemaal zijn en hoe ze die moeten benutten. Terugkijkend wist ik dat toentertijd ook niet goed, ik kwam uit een heel ander ‘ecosysteem’. Iemand met een Nederlandse achtergrond weet de wegen waarschijnlijk makkelijker te bewandelen. Zelf heb ik geluk gehad met mentoren die mij goede adviezen hebben gegeven hoe ik dingen moest aanpakken. Maar ik ben ook iemand die zorgt dat hij komt waar hij wil zijn. Misschien moet ik er harder voor werken dan een ander vanwege mijn achtergrond, maar dat heb ik nooit als een nadeel ervaren.’

Zelfvertrouwen

Voor nieuwe masterstudenten met een niet-westerse achtergrond heeft Hato deze boodschap: ‘Geloof in je eigen kunnen. Mensen met een andere culturele achtergrond missen soms het zelfvertrouwen of de mensen om hen heen om ze aan te sporen. Ook als je de Mozaïekbeurs niet toegekend krijgt, kun je nog steeds een mooie carrière binnen de wetenschap opbouwen. Zolang je maar voldoende enthousiasme voor onderzoek hebt.’