Onderzoek 2. Najaar 2020.

Keuzes maken om integer te blijven

De Nederlandse gedragscode voor wetenschappelijke integriteit: hoe gaan topwetenschappers daarmee om? Schuurt de code wel eens met hun dagelijkse praktijk, persoonlijke wensen of wetenschappelijke belangen? Vier Spinozalaureaten geven een inkijkje.

spinozisten-01.jpg
Tekst: Roel Smit, beeld: Vincent van Gurp

Wetenschappelijk onderzoek moet eerlijk, zorgvuldig, transparant en onafhankelijk worden uitge­voerd. Bovendien moet een on­derzoeker verantwoord opere­ren. Dat wil zeggen: rekening houden met de belangen van anderen en alleen onderzoek doen dat weten­schappelijk en/of maatschappelijk relevant is. Op deze vijf principes berust de Nederlandse ge­dragscode voor wetenschappelijke integriteit.

Dat klinkt allemaal logisch, maar wat doe je als je met het openbaar maken van data de privacy van mensen schendt? Of als je opdrachtgever een nogal groot belang heeft bij een bepaalde uitkomst? En hoe zorg je dat je medewerkers volgens dezelfde principes werken?


‘Uitdagend onderzoek, maar we hebben het niet gedaan’

Albert van den Berg (1957) - Natuurkunde - Universiteit Twente - Spinozalaureaat 2009

‘Bij mijn beste weten heb ik de normen van integriteit nooit geschonden. Maar je moet soms keuzes maken. Ik werd een jaar of wat geleden door een sigarettenfabrikant uitgeno­digd om de effecten van hun e-sigaret op longweefsel te testen. Daar heb ik zeker een half jaar over nagedacht. Aan de ene kant bestond destijds het beeld dat een e-sigaret minder schadelijk zou zijn dan een gewone sigaret. Een goed doel dus, was mijn eerste overweging. Aan de andere kant werd het me in die maanden duidelijk dat dit soort bedrijven cowboys zijn, die jonge mensen verslaafd willen maken. Het was uitdagend onderzoek en het aanbod was aantrekkelijk, maar we hebben het niet gedaan. We testen ook geen wapens. Een kwestie van maatschappelijke verantwoorde­lijkheid.

Eerlijkheid is een ander principe. Een jaar of tien geleden begeleidde ik een heel zelfverze­kerde, jonge assistent-in-opleiding uit India. Hij had experimentele metingen gedaan, waarvan de resultaten wel erg in de gewenste richting wezen. Mogen we je sample even zien, vroegen we. Hij kreeg een rood hoofd, dat sample bleek er niet te zijn. Toen hebben we duidelijk gemaakt dat er voor hem na zijn opleidingsperi­ode geen toekomst was bij ons. En we hebben gezegd dat hij ons beter niet als referentie kon opgeven bij toekomstige werkgevers. Ik ga namelijk niet liegen als ik gebeld word. We hadden ook harder kunnen ingrijpen, maar het was – voor zover wij konden nagaan – de eerste keer voor hem. Jonge mensen maken fouten en verdienen een tweede kans. Wat ik er wel van heb geleerd, is dat ik nu nog beter let op onderzoeksresultaten die te sterk in de gewenste richting wijzen… die kloppen namelijk bijna nooit.’


‘Bij zo’n verzoek zouden bij mij alle alarmbellen afgaan’

John van der Oost (1958) - Microbiologie - Wageningen University & Research - Spinozalaureaat 2018

‘Ik heb het mooiste vak ter wereld: werken met jonge mensen, elkaar uitdagen op vraagstukken die er toe doen. Ik moet er niet aan denken dat te verpesten door feiten te verdraaien of zaken anders voor te stellen. Het grootste deel van onze projecten wordt gefinancierd via NWO of de Europese Unie. We doen geen één-op-één-projecten met bedrijven. Zo van: “wil je mijn product vergelijken met dat van concurrenten?” Bij zo’n verzoek zouden bij mij alle alarmbellen afgaan. Dan moet je vooraf wel heel goede afspraken maken over onafhankelijkheid.

We werken in een competitieve wereld. Welke publicaties in welke tijdschriften heb je op je naam staan? Hoe vaak word je geciteerd? Ik schrok toen hier iemand uit het buitenland aan de slag ging en vertelde: als ik één artikel in Nature gepubliceerd krijg, dan kan ik in mijn land een eigen lab beginnen. Dat vond ik wel eng eigenlijk. Eerlijk is eerlijk, toen heb ik zijn data altijd wel even extra goed bestudeerd. Het was allemaal in orde overigens. We doen elke dag ons stinkende best om het onderzoek zo goed en integer mogelijk te doen.’


‘Soms onderzoek je iets niet, omdat de lokale bevolking dat niet wil’

Corinne Hofman (1959) - Archeologie van het Caribisch Gebied - Universiteit Leiden - Spinozalaureaat 2014

‘In ons onderzoek moeten we rekening houden met de legitieme belangen van anderen. We werken in een regio waar Europa koloniën heeft gehad en nog steeds bestuurlijke invloed heeft. En hoewel eilanden vaak formeel onafhankelijkheid hebben gekregen, zijn ze cultureel nog verbonden met een voormalig koloniale macht. Als onderzoeker kom je uit het land van die vroegere kolonisator. Voor ons is het dan ook essentieel de lokale bevolking vanaf het begin in te schakelen en écht te betrekken: wat onderzoeken we en op welke manier?

Ik zie dat de betekenis die wordt gehecht aan erfgoed in het Caribisch gebied toeneemt. Ook het werken met menselijk skeletmateriaal ligt gevoeli­ger dan bijvoorbeeld dertig jaar geleden. Graaf je het op of kom je er helemaal niet aan? Hoe ga je om met DNA-onderzoek? Soms onderzoek je bepaalde zaken niet, omdat de lokale bevolking dat niet wil. Dan zul je dat elders moeten onderzoeken. Je zou het een soort dekolonisatie van de weten­schap kunnen noemen.’


‘Onze data bevatten vertrouwelijke, privacygevoelige informatie’

Birgit Meyer (1960) - Antropologie en Religiewetenschap - Universiteit Utrecht -Spinozalaureaat 2015

‘Als het gaat om het principe van transparantie, is de Nederlandse gedragscode toegesneden op natuurwetenschappelijk onderzoek en onderzoek met grote datasets. Binnen antropologisch onderzoek werken wij niet met dat type data. Wij hanteren met name de methodiek van de partici­perende observatie en we doen veel één-op-één-gesprekken. Dat levert data op die vertrouwelijke informatie bevatten en voor buitenstaanders vaak niet te begrijpen zijn. Dus als je vraagt: waar schuurt het, dan zeg ik: tussen enerzijds de behoefte aan transparantie en anderzijds onze verantwoordelijkheid voor de privacy van degenen die we observeren. Wie vertrouwelijke gesprekken heeft, kan de ruwe data niet publiceren. Doe je dat wel, dan schaad je het vertrouwen en ben je ook meteen klaar als onderzoeker.

Er is veel aandacht voor integriteit binnen opleidingen in ons vakgebied. Daarnaast is er een heel systeem waarmee vakgenoten je onderzoek daadwerkelijk kunnen toetsen. De Nederlandse antropologen zijn hard bezig met het herformule­ren van gedragscodes en richtlijnen met betrek­king tot transparantie en omgang met data. Nu moeten we alleen nog zorgen dat onze manier van werken een plaats krijgt in de discipline-specifieke uitwerkingen van die brede gedragscode voor wetenschappelijke integriteit.’

Onderzoek 2019_2_spinozalaureaten en de code-1.jpg