Linguistic System and Literary Design: Computer-assisted analysis of non-narrative Texts of the Hebrew Bible

Summary

Hoeveel taalkundige structuur is er te vinden in de klassieke Hebreeuwse teksten uit profetie en poëzie? De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Volgens sommigen is er bijvoorbeeld in de syntaxis van het werkwoord in de Hebreeuwse poëzie geen enkel systeem te vinden (Niccacci, 1997). Is poëzie dan vooral woordkunst? Bijvoorbeeld, Psalm 25 is een alfabetisch acrostichon. Is de structuur van de psalm nu dezelfde als de alfabetische ordening van de verzen? Sommige exegeten stellen dat de belangrijkste uitspraak die in het middelste vers van de Psalm is. Maar als ?evenwicht? het voornaamste poëtische principe is, wat kan een grammaticus dan nog bijdragen aan de interpretatie van deze literatuur? Moet men, zoals regelmatig wordt voorgesteld, lettergrepen tellen, of heffingen tellen, om vat te krijgen op de retorische structuur van een klassiek Hebreeuws gedicht? Is een tekstdatabank van poëtische teksten dan alleen geschikt om deze tellingen uit te voeren? Of kan men een taalkundig geannoteerde databank juist inzetten om de lastige verhouding van taalsysteem en literair ontwerp opnieuw te bestuderen?
Bij het maken van tekst databases van antieke talen (in het voorgestelde project: de Hebreeuwse bijbel, de poëtische gedeelten) komt men al gauw voor de uitdaging te staan om een goed midden te zoeken tussen de eisen en onderzoekstradities van heel verschillende vakgebieden: ?computer en tekst?, ?linguïstische analyse van antieke talen? en ?literair onderzoek van een klassiek corpus?. Het doel van een tekstdatabank van de Hebreeuwse bijbel moet in ieder geval zijn de ontsluiting van taal- en tekstdata als een onderzoeks­instrument voor een breed scala van onderzoeksvragen: vragen die de systematiek van de Hebreeuwse taal betreffen en vragen die de structuur en de compositie van de teksten betreffen (Talstra, 2002). Om die reden is kwaliteit en consistentie van de taalkundige analyse op tekstniveau het eerste belang. De pretentie van het project kan niet zijn een bijdrage aan de ontwikkeling van automatische parsers voor complexe, poëtische teksten als zodanig, maar het is wel mogelijk nu voor het poëtische/profetische deel van het Hebreeuwse corpus interactieve procedures voor syntactische annotatie in te zetten, die in de onderzoeksgroep voor de annotatie van narratieve teksten werden ontwikkeld en gebruikt. Het eerste doel is onderzoekers toegang bieden tot een bestand van geanalyseerde en geannoteerde niet-narratieve teksten op ?alle? niveaus: morfologie, lexicon, woord­groepen en zinnen, syntactische verbindingen van zinnen op tekstniveau, ook de markering van tekstsegmenten, zoals ingebedde directe-redestukken. Voor een goede interactie van taalkundige en literair-retorische interesse worden de niet taalkundige, maar literaire kenmerken van de tekst in de manuscriptoverlevering opgenomen: in de Hebreeuwse bijbel zijn dat de afzonderlijke boeken, hoofdstukken, verzen, markeringen van versdelen, consonanten, klinkertekens en accenten. Digitalisering van de tekst van de Hebreeuwse bijbel gaat daarom veel verder dan het beschikbaar stellen van een elektronische versie van de overgeleverde Hebreeuwse tekst zelf. Zulk materiaal is als basis beschikbaar. Digitaliseren met het oog op de productie van een breed inzetbaar onderzoeks­instrument betekent: annoteren van teksten naar datacategorieën waarmee men eenheden, eigen­schappen en onderlinge relaties van taaldata van de verschillende niveaus kan onderscheiden, opslaan en voor verder onderzoek bereikbaar maken. Dit project gaat dat doen voor enkele omvangrijke literaire composities: de boeken Jesaja, Jeremia en de Psalmen.

Details

Project number

380-25-002

Main applicant

Prof. dr. E. Talstra

Affiliated with

Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Godgeleerdheid

Duration

01/04/2005 to 30/10/2009