‘Dit gaat niet over de boeven, het gaat over óns’

Wie het waagde de integriteit van wetenschappelijk onderzoek openlijk te betwijfelen, werd tot voor kort nog weggehoond als ‘nestbevuiler’. Inmiddels staat het onderwerp prominent op de agenda. Wat is er veranderd?

openingsverhaal-02-01.jpg
Tekst: Joop Daggers, beeld: Vincent van Gurp

‘Vijf jaar geleden zat bijna ieder­een nog in de ontkenningsfase, inclusief de bijbehorende boos­heid’, zegt epidemioloog Lex Bouter, sinds 2014 hoogleraar Methodologie en Integriteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Ik kreeg vaak te horen: “Misschien zijn er integri­teitsissues in jouw vakgebied, maar bij mij is alles in orde.”’ Dat ligt tegenwoordig anders. Bouter noemt daarvoor een aantal redenen: ‘De weten­schap staat minder op een voetstuk. Dat past bij de maatschappelijke trend van wantrouwen tegen autoriteiten en relativering van kennis en onderzoek. Daarnaast is gebleken dat veel on­derzoek minder repliceerbaar is dan gedacht. Het grote publiek, maar vooral de wetenschap zelf is daar erg van geschrokken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de fraudezaken die het nieuws halen, zoals Diederik Stapel in de sociale psychologie en Don Poldermans in de medische wetenschap. ‘We zien sindsdien ook een stijgend aantal retractions. Voor mij is dat geen indicatie dat het vaker fout gaat, maar dat er steeds beter wordt opgelet.’

Verleiding om positieve draai te geven

Het nieuwe denken over nette wetenschap komt tot uiting in de Nederlandse gedragscode we­tenschappelijke integriteit, die vorig jaar oktober werd gelanceerd. Bouter was een van de opstel­lers. ‘We hebben normen voor goed onderzoek vastgesteld. De code richt zich niet primair op excessen, op die enkele sociopaat die moedwil­lig data vervalst. Het gaat niet over de boeven, het gaat over óns. Over kleine, menselijke dingen waar we allemaal tegenaan lopen. Iedereen komt weleens in de verleiding om ergens een positieve draai aan te geven. De kunst is dat we in het hele systeem zodanige checks & balances creëren, dat we daar niet aan toegeven. En als we het tóch doen, het snel zichtbaar wordt.’

Niet sexy, zelfs best saai

‘We moeten fraudezaken niet wegwuiven, maar onze prioriteit moet liggen bij veranderingen in het systeem’, vindt ook Michèle Nuijten. Zij werkt op de afdeling Methodologie en Statistiek aan het Meta-Research Center van Tilburg University en schreef met drie andere jonge onderzoekers een position paper over verantwoorde onder­zoekspraktijken [zie kader]. ‘Wetenschap is men­senwerk en mensen maken nu eenmaal fouten. Iemand kan het gevoel hebben volstrekt integer te handelen en toch met onjuiste bevindingen zitten.’

Het is geen indicatie dat het vaker fout gaat, maar dat er steeds beter wordt opgelet

Lex Bouter

Een gedragscode op zichzelf lost dat niet op, stelt Nuijten. ‘We moeten een stap verder gaan: hoe kunnen we onderzoekers nudgen rich­ting het juiste gedrag? Dat begint bij het wegne­men van verkeerde prikkels: “Of ik een vast con­tract krijg, hangt af van hoeveel ik publiceer. Dat lukt het beste met opzienbarende, sexy resulta­ten.” Maar wetenschap is helemaal niet sexy, het is vaak zelfs best saai. Het risico bestaat dat je in de verleiding komt om die ene proefpersoon bui­ten je onderzoek te laten, omdat de resultaten dan net iets aansprekender zijn. Achteraf probeer je dat aan jezelf te verantwoorden, in de trant van “die persoon was toch een beetje vreemd.”’

Op de grens van het toelaatbare

Ook méér transparantie van onderzoekmetho­des en -resultaten geeft minder ruimte om te vis­sen in data voor een zo goed mogelijke uitkomst. Nuijten: ‘En als iemand toch gaat vissen, is dat makkelijker te achterhalen.’ Wat haar opvalt, is dat jonge onderzoekers vaak niet goed op de hoogte zijn van wat op en over de grens van het toelaatbare is: “Hoezo mag ik mijn hypothese niet achteraf aanpassen? Kan ik echt geen extra proefpersonen toevoegen totdat ik het resultaat heb waarnaar ik zocht?”’
Ligt daar niet een rol voor de begeleiders? Bou­ter vindt van wel. Hij pleit voor de invoering van een verplichte Basiskwalificatie begeleiding, naast de bestaande Basiskwalificatie onderwijs (BKO). ‘In het onderwijs aan promovendi besteden we veel aandacht aan wetenschappelijke integriteit. Zij vragen geregeld: “Wil je dit ook eens aan mijn baas uitleggen?” Ik hoor ook dat begeleiders zeggen: “Maak het jezelf niet zo moeilijk. Als je het zo doet, lukt het wel met die publicatie.” Hier valt nog veel te winnen.’

Ethische advisering

Met het vaststellen van de gedragscode is ook in het hbo de discussie over integriteit in een stroomversnelling gekomen, volgens Daan An­driessen. Hij is lector Methodologie van Praktijk­gericht Onderzoek aan de Hogeschool Utrecht en ziet dat veel hogescholen bezig zijn met het opzetten van een goede infrastructuur voor bij­voorbeeld klachtenafhandeling of ethische advi­sering.

Als iemand wil frauderen, gebeurt dat toch wel

Daan Andriessen

Ook Andriessen gelooft niet dat het de regels zijn die verandering teweegbrengen, maar de toegenomen bewustwording bij onderzoe­kers. ‘Commissies die klachten behandelen, heb­ben behoefte aan een scherpe scheidslijn tussen goed en fout. Maar aan het gedrag verandert dat niets. Als iemand wil frauderen, gebeurt dat toch wel.’

Wetenschap serieus kunnen nemen

Andriessen ziet ook verschillen: ‘In het hbo speelt minder de sterke drang om te publiceren. Hier zie je meer de behoefte om bij te dragen aan de be­roepspraktijk en daardoor ontstaan andere ethi­sche dilemma’s. In het hbo zijn onderzoekers vaak aangesteld vanwege hun commerciële ne­venposities. Nauwe banden met de praktijk ver­groten de doorwerking van onderzoek. Maar er moet dan wel extra aandacht zijn voor onafhan­kelijkheid.’ Voor Andriessen draait het allemaal om maatwerk. ‘Ethische vraagstukken liggen bij medisch onderzoek anders dan bij onderzoek naar zonnepanelen. Als alle soorten onderzoe­kers zich thuis voelen in de code, wordt het van­zelf de normale gang van zaken.’ Dat is ook wat Michèle Nuijten ambieert: ‘Bijna alles wat wij se­rieus nemen, komt uit de wetenschap. Dan moe­ten we er dus op kunnen vertrouwen dat we de wetenschap ook serieus kunnen nemen.’


Zes ingrediënten voor meer vertrouwen

Onder de titel Promoting Responsible Research Practices presenteerden vier jonge wetenschappers eind oktober in opdracht van ZonMw een position paper over verantwoorde onderzoeks-praktijken. Filosoof Serge Horbach, psychologe Michèle Nuijten, taalkundige Gareth O’Neill en psychiater Joeri Tijdink identificeren zes overkoepelende thema’s waarbinnen winst valt te behalen.

  1.  Haal perverse prikkels weg. Waarderen en belonen van onderzoekers moet anders.
  2.  Maak beter duidelijk wat Open Science precies betekent en wat de voor- en nadelen zijn.
  3.  Investeer in goede begeleiding van beginnende onderzoekers en bestrijd slechte supervisie.
  4.  Verbeter het onderwijs over verantwoorde onderzoekspraktijken, ook voor senior onderzoekers.
  5.  Vergroot de reproduceerbaarheid van onderzoek.
  6.  Besteed meer aandacht aan verantwoorde peer review, ook in financieringsprogramma’s.
Onderzoek 2019_2_wetenschappelijke integriteit-1.jpg