Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening

NWO hanteert de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening als leidend principe voor haar integriteitsbeleid.

De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening bevat regels voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek aan de Nederlandse universiteiten. Centrale punten uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening zijn:

  • zorgvuldigheid
  • betrouwbaarheid
  • controleerbaarheid
  • onpartijdigheid
  • onafhankelijkheid

De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening is opgesteld door de Vereniging van Universiteiten VSNU.


Herziening Gedragscode Wetenschapsbeoefening

De principes van goed wetenschappelijk onderwijs en onderzoek staan sinds 2004 beschreven in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Sindsdien is de wetenschap volop in beweging. Een adviescommissie, aangesteld door de VSNU, KNAW, NWO en de NFU, heeft onderzocht of en hoe de Gedragscode aangepast moet worden naar aanleiding van de ontwikkelingen in de wetenschap. Op basis van het adviesrapport dat op 20 juni 2016 is verschenen, wordt de Gedragscode de komende periode herschreven.

De ontwikkelingen in de wetenschap en het belang van wetenschappelijke integriteit vergen een meer fundamentele beschouwing van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening dan voorheen. Het data-intensief onderzoek neemt bijvoorbeeld toe. Bovendien is wetenschappelijke integriteit de afgelopen jaren meer en meer in de belangstelling komen te staan, mede door een aantal grote incidenten.

Ook is een aantal belangwekkende rapporten en boeken over dit onderwerp verschenen. Dit zijn onder andere de rapporten van de commissies Algra (Vertrouwen in wetenschap), Bensing (briefadvies Correct Citeren) en Schuyt (rapport Zorgvuldig en integer omgaan met wetenschappelijke onderzoeksgegevens).

De genoemde ontwikkelingen en conclusies uit deze rapporten waren voor de VSNU al eerder aanleiding om de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening licht aan te passen. Dit proces wordt nu samen met verschillende partijen uit de wetenschap verder opgepakt.

Opdracht aan de adviescommissie

Eind 2015 hebben de VSNU, KNAW, NWO en de NFU een adviescommissie aangesteld. Deze adviescommissie had als opdracht te verkennen in hoeverre de huidige Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening voldoet aan de eisen die aan een dergelijke code gesteld kunnen worden en of het wenselijk is deze code te herzien. Specifiek werd de commissie gevraagd een verkenning uit te voeren naar:

  • De verhouding van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening tot internationale codes;
  • De aard van de gedragscode;
  • De principes van behoorlijke wetenschapsbeoefening;
  • De wenselijkheid om de gedragscode ook van toepassing te laten zijn op toegepast, praktijk- of privaat onderzoek;
  • De bruikbaarheid van de gedragscode in het onderwijs;
  • De vormgeving van de gedragscode.

Daarnaast was de opdracht om op een paar specifieke onderwerpen in te gaan: plagiaat, wenselijkheid van het opnemen van sancties, en de wenselijkheid van het in behandeling nemen van anonieme klachten.

Hoofdlijnen uitkomsten verkenning

De commissie heeft op 20 juni haar advies voltooid. Het adviesrapport beschrijft dat de huidige Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening dient te worden herschreven binnen de volgende kaders:

  • Maak onderscheid en behandel de drie niveaus van (1) principes, (2) normen en (3) integriteitsschendingen;
  • Richt de code louter op praktijken van onderzoek en hanteer daarbij vijf principes: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid;
  • Schrijf de code zo dat deze door uiteenlopende onderzoekers en organisaties die onderzoek uitvoeren kan worden onderschreven;
  • Onderstreep in de code zowel de individuele als de institutionele verantwoordelijkheden;
  • Leg in de code het zwaartepunt bij de algemeen erkende zware integriteitsschendingen, maar laat onzorgvuldige en twijfelachtige praktijken niet buiten beschouwing;
  • Schenk aandacht aan sancties zonder een directe relatie te leggen met de ernst van integriteitsschendingen;
  • Realiseer een systeem van zodanig heldere verslaglegging van casussen van vermeende schending van onderzoeksintegriteit, dat eventuele toekomstige aanpassingen van de Nederlandse gedragscode, binnen internationale kaders, op de praktijk gebaseerd kunnen worden.

De besturen van VSNU, KNAW, NWO en NFU hebben dit advies overgenomen en stellen een nieuwe commissie aan om de code te herschrijven. In de nieuwe commissie zijn naast de VSNU, KNAW, NWO en NFO ook de TO2 en VH vertegenwoordigd.