Onderzoek najaar 2020. Banner

Andere populatie, andere aanpak

Hoogopgeleide mensen van West-Europese afkomst in rijke industrielanden profiteren bovengemiddeld veel van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Maar wat kunnen wetenschappers doen om hun onderzoeksuitkomsten relevant en toepasbaar te maken voor iedereen, ongeacht afkomst, opleiding of omgeving?

Onderzoek najaar 2020. Samen profiteren. Credits Aisha Zeijpveld

Tekst Sonja Knols, Beeld: Aisha Zeijpvled

‘Oplossingen die uit wetenschappelijk onderzoek voortkomen kunnen erg technocratisch van aard zijn, zonder aandacht voor de politiek-economische context waarin een fenomeen bestudeerd is’, zegt Marleen Dekker, hoogleraar inclusieve ontwikkeling in Afrika bij het Afrikastudiecentrum van de Universiteit Leiden en coördinator van het Nederlands-Afrikaanse platform INCLUDE. ‘Met name in de vertaalslag tussen de gevonden oplossing en de implementatie vallen groepen buiten de boot.’ Onderzoekers moeten er voor zorgen dat ze een beeld hebben van de sociale, economische en culturele barrières die de toepassing van hun resultaten in de weg kunnen staan. Dat geldt niet alleen voor het bereiken van mensen uit lage- en middeninkomenslanden, maar net zo goed voor bevolkingsgroepen met andere sociaaleconomische of etnische achtergronden in eigen land.

Risico om groepen te missen

Om ruimte te bieden aan diversiteit en inclusie, moeten onderzoekers extra moeite doen om de wereld niet alleen vanuit hun eigen denkwijze te bekijken, meent ook Karien Stronks, hoogleraar public health aan het Amsterdam UMC. ‘De uitdrukking dat wetenschappers in een ivoren toren zitten, bestaat niet voor niets. Vaak hebben onderzoekers weinig informatie of kennis over doelgroepen met een andere sociaaleconomische of etnische achtergrond. Daardoor loop je het risico om bepaalde groepen te missen, zowel tijdens je onderzoek als daarna.

Het gaat vaak om een systeem van verbanden dat uit het lood is

Dat begint vaak al met de manier waarop je deelnemers werft. De meeste gezondheidsstudies en trials bevatten weinig mensen met een migratieachtergrond. Vaak zijn onderzoeken alleen toegankelijk voor mensen die Nederlands spreken, omdat er geen budget is om bijvoorbeeld vragenlijsten te laten vertalen. Daarnaast nodigen we mensen over het algemeen per brief uit om mee te doen en daar reageren verschillende bevolkingsgroepen heel anders op.’

Systeembenadering

Maar zelfs als je alle verschillende relevante bevolkingsgroepen includeert in je studie, betekent dat nog niet automatisch dat je resultaten ook voor al die mensen nuttig gaan zijn, benadrukken Dekker en Stronks. Ze pleiten beiden voor een systeembenadering. Dekker: ‘In ontwikkelprocessen is het lastig om een verschil te maken. Er is niet één knopje waar je aan moet draaien. Het gaat vaak om een systeem van verbanden dat uit het lood is. Vraag jezelf af welke strategische actoren je nodig hebt om de uit je onderzoek voortvloeiende beleidsadviezen daadwerkelijk te kunnen implementeren. Als Nederlandse onderzoeker kun je bijvoorbeeld met een oplossing komen die uitgaat van een goed functionerende overheid. Maar dat is lang niet overal het geval.’

Belevingswereld hogeropgeleiden

Variaties in normen en omgeving spelen een niet te onderschatten rol, volgens Stronks. ‘Kijk naar overheidscampagnes die ongezond gedrag moeten tegengaan. Veel van de methoden voor onderzoek naar gedragsverandering sluiten aan bij de belevingswereld van hogeropgeleiden. Die bevinden zich over het algemeen in een gezondere omgeving en hebben meer financiële mogelijkheden om gezond te eten of het aantal ongezonde prikkels te verminderen. Daarnaast is ook de interactie met hun omgeving anders. Dat hele complex aan factoren en hun onderlinge samenhang betekent dat je voor verschillende delen van de populatie een andere aanpak moet kiezen om gezond gedrag te promoten.’

Harde beoordelingseis

Om wetenschappelijk onderzoek inherent inclusiever te maken, kun je verschillende routes bewandelen. ‘Inclusie moet een standaardonderdeel en een harde beoordelingseis van elke onderzoeksaanvraag zijn’, stelt Stronks. ‘Als je niet van plan bent verschillende doelgroepen te betrekken bij je onderzoek, moet je beargumenteren waarom dat niet relevant is. Daarnaast moeten wetenschappers in staat worden gesteld om die inclusie-eis fatsoenlijk vorm te geven. Dat betekent dat er tijd en geld moet zijn om gedegen vooronderzoek te doen naar de te verwachten verschillen.

Als je niet van plan bent verschillende doelgroepen te betrekken, moet je beargumenteren waarom

Met twee collega’s heb ik een methode ontwikkeld hoe je dat zou kunnen doen voor klinische trials. Deze handvatten raden aan om te kijken wat de interessante buitenbeentjes waren in eerdere klinische trials en te onderzoeken wat er al bekend is over de invloed van factoren als genetica, sociaal-culturele achtergrond of leeftijd op de ziekte. Verwacht je op basis van je onderzoek verschillen in prognose of behandeling? Graaf dan door naar de oorzaken daarvan en includeer de subgroepen in je studie.’

In gesprek met je doelgroep

Om ook lage- en middeninkomenslanden te bereiken, is een hechte samenwerking essentieel, volgens Dekker. ‘Niet alleen met lokale onderzoekers, maar juist ook met de mensen over wie het gaat. Ook onderzoekers in Afrika kunnen in een ivoren toren zitten. Bouw voor de start van het onderzoek een consortium met lokale stakeholders en practitioners, neem vragen uit de praktijk mee, en blijf gedurende je onderzoek in gesprek met je doelgroep. Als je naast je technocratische vraag ook de sociaaleconomische, culturele en politieke aspecten van je onderwerp in je onderzoekshypothese meeneemt, ben je direct inclusiever bezig.’

Onderzoek najaar 2020. Samen profiteren 2. Credits Aisha Zeijpveld

Lokale organisaties als onderzoekers

Binnen het onderzoeksprogramma New Roles of Civil Society Organizations (CSOs) for Inclusive Development van het platform INCLUDE gebruikten Lorraine Nencel (VU) en Naomi van Stapele (ISS) vernieuwende onderzoeksmethoden om hun doelen te bereiken. Nencel: ‘Om werkelijk inclusief onderzoek te kunnen doen, moet je vooral je onderzoekspopulatie serieus nemen en luisteren naar wat de mensen te zeggen hebben. Binnen ons project Towards Inclusive Partnerships: The Political Role of Community Based Organisations and the Official Development Aid System in Nairobi, Kenya hebben we twee zogeheten Community-Based Organisations met elkaar vergeleken vanwege hun verschillende posities in het officiële ontwikkelingshulpsysteem. De ene was een organisatie gericht op mannelijke sekswerkers die al lang onderdeel uitmaakte van de officiële ontwikkelingskanalen, en de andere een organisatie die opkomt voor sociale gerechtigheid voor jongeren in Keniaanse getto’s. Mensen uit die organisaties hebben als onderzoekers bottom-up bestudeerd hoe het ontwikkelingshulpsysteem het dagelijks leven in hun gemeenschap beïnvloedt. Daarnaast hebben we zogeheten reflectieve logboeken ingevoerd voor de leiders van die organisaties, die veelvuldig bijeenkomsten moeten bijwonen vanuit het officiële hulpsysteem. In de logboeken rapporteerden zij op een gestandaardiseerde manier over de effectiviteit en inclusiviteit van de bijeenkomsten, en over hun eigen rol daarin. Die logboeken gebruiken ze nu nog steeds om vast te leggen hoe een discussie verloopt. Doordat we in ons onderzoek nauw samenwerkten met lokale stakeholders, heeft het project bruikbare adviezen opgeleverd voor het nieuwe ontwikkelingsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken.’