‘Wees slim, creatief én vastberaden, want tegenslag hoort erbij’

Wat doe je op een dieptepunt in je carrière, als je zelfvertrouwen een knauw heeft gekregen en je toekomstdroom om wetenschapper te worden buiten bereik lijkt? Elsje van Bergen peinsde er niet over de handdoek in de ring gooien. ‘Een plan B heb ik nooit gehad’, blikt de leesvaardigheidsonderzoeker en Veni-laureaat tien jaar later terug.

Credits: Willeke Duijvekam

Tekst: Mariëtte Huisjes, beeld: Willeke Duijvekam, Visagie: Nikki de Vries

Het was bepaald geen makkelijke weg die Van Bergen aflegde naar haar UD-positie bij de afdeling Biologische Psychologie aan de VU. Maar vastbera­denheid hield haar op koers. ‘Misschien wortelt mijn onverwoestbaar optimisme al uit mijn kindertijd. Toen ik zes was, bleek ik een abces te hebben waarvoor mijn schedel moest worden open gezaagd.’ Of ze de operatie zou overleven en hoe, was nog maar de vraag. Maar Elsje van Bergen werd weer gezond en leerde lezen in de ziekenhuisschool van het AMC. ‘Ik herinner me nog hoe geweldig ik dat vond. Maar andere kinderen zeiden: wacht maar af, straks vind je ’t stom. Dat kon ik me toen al niet voorstellen.’ Haar liefde voor leren bleef, net als haar optimisme. ‘Sinds die operatie heb ik mijn leven als een cadeautje ervaren.’

Zie je wel, te makkelijk

Van Bergen komt uit een groot gezin, moeder on­derwijzeres, vader eigenaar van twee meubelza­ken. Haar ouders hadden graag gezien dat ze wiskunde of natuurkunde ging studeren. Een exact onderlegde vrouw, daar zou wel vraag naar zijn, schatten ze in. Maar die studies leken Van Bergen niets. Ze koos voor Bewegingsweten­schappen. ‘Het aanmeldformulier deed ik stie­kem op de post. Ik zie mezelf nog lopen naar de brievenbus, wetende dat ik mijn ouders teleur ging stellen.’ Haar ouders legden zich erbij neer. Toen hun dochter hoge cijfers haalde, zagen ze daarin wel het bewijs van hun gelijk: zie je wel, te makkelijk. Maar Van Bergen voelde zich in haar element bij Bewegingswetenschappen. ‘Wat me aantrok, was dat menselijk gedrag het object van onderzoek is, terwijl er ook flink gerekend wordt. Je bestudeert bijvoorbeeld hoe iemand een bal vangt of op een schaats rijdt, en legt dat vast in biomechanische modellen.’

Wie wil er een geflopte aio?

Na haar afstuderen – bachelor en master cum laude – begon ze aan een promotieonderzoek naar bimanuele coördinatie. Dat werd bepaald geen succes. Terugblikkend gooit ze het op een mismatch tussen haarzelf, het project en haar begeleider. Van Bergen brak haar onderzoek voortijdig af. Een dieptepunt noemt ze het. ‘Ik had veel kritiek gekregen en mijn zelfvertrouwen was tot beneden nul gedaald. Een collega raadde me aan om maar turntrainer te worden, want dat was ik toch al in mijn vrije tijd. Dat deed pijn. Greep ik te hoog met mijn toekomstdroom? Het was al zo moeilijk om een promotieplek te vinden en wie wil er nou een geflopte aio?’

Positionering postdocplaats

Van Bergen herpakte zich en besloot brutaalweg wetenschappers die ze bewonderde aan te schrijven. Ze solliciteerde op vacatures terwijl ze niet aan het functieprofiel voldeed. Ze dwong zichzelf vooruit te denken, want een alternatief had ze niet. ‘Ik ging op zoek naar een onderwerp dat er maatschappelijk toe deed en dat subsidia­bel zou blijken in de toekomst. En ik zocht gericht naar een begeleider die veel publiceerde, zodat ik zelf ook zou kunnen publiceren en me goed kon positioneren voor een postdocplaats.’ Het bracht haar bij Pedagogiek aan de UvA, gewoon via een advertentie in de krant. De gevraagde pe­dagogische achtergrond had ze niet. ‘Maar er waren mooie longitudinale data, dus ik dacht dat ze vast wel iemand konden gebruiken die houdt van puzzelen met getalletjes.’ Dat bleek te klop­pen, de nieuwe vakgroep ontving haar met open armen. Van Bergen haalde haar achterstand in en ging onderzoek doen naar voorspellende indi­catoren voor dyslexie.

Wel interesse, geen geld

Ruim voordat ze promoveerde, bereidde ze de volgende stap in haar carrière alweer voor: Van Bergen wilde twee maanden naar Engeland ‘om te netwerken’ en deed drie subsidieaanvragen. NWO beloonde haar met een Rubicon om als postdoc naar Oxford te gaan en Oriel College in Oxford bezorgde haar een junior research fel­lowship, inclusief full dining rights. ‘Niet onbe­langrijk: als je wilt, koken ze drie keer per dag voor je, zodat je je volledig aan de wetenschap kunt wijden.’ Hoewel het leek alsof ze gebeiteld zat met een succesvol postdoconderzoek en als fellow in een Middeleeuws college, haar beurs liep ook weer af. En zowel de UvA als de VU had­den wel interesse in haar werk, maar geen geld. Van Bergen diende daarop een aanvraag in voor een Veni-beurs. Haar papieren waren uitstekend en iedereen dacht dat ze de beurs zou krijgen. Maar het selectie-interview liep niet lekker, er ontstonden misverstanden en ze werd afgewe­zen. Van Bergen liet zich opnieuw niet uit het veld slaan en diende een bezwaarschrift in. Een jaar later kreeg ze de Veni alsnog.

Vaste aanstelling

Haar wetenschappelijke carrière stond goed in de steigers, toen Van Bergen te maken kreeg met twee gecompliceerde zwangerschappen die haar zestien maanden aan huis gekluisterd hiel­den en zorgden voor een gat in haar cv. ‘Je kunt jezelf een pechvogel vinden, maar ook denken: mijn misselijkheid gaat over, chronisch zieken hebben die einddatum niet. Ik zat het uit en ben nu elke dag blij dat ik niet meer zwanger ben.’ Haar jongste kind is nog geen jaar oud en inmid­dels zijn er alweer zeven artikelen ingediend bij wetenschappelijke tijdschriften en twee subsi­dieaanvragen voor nieuw onderzoek gedaan. Be­gin april – Van Bergen is nu 37 jaar – kreeg ze voor het eerst een vaste aanstelling als onder­zoeker bij de VU.

Doorgaan met ontraadselen

‘Slim zijn is niet genoeg om het te maken als on­derzoeker’, vat Van Bergen haar loopbaan sa­men. ‘Extreem slim zijn ook niet.

Het allerhoogste IQ is niet genoeg, het gaat ook om doorzetten en passie

Ik zie mezelf niet als degene met het allerhoogste IQ, maar denk dat het ook om andere eigenschappen gaat in de wetenschap: creativiteit, consciëntieus-zijn, vast­beradenheid en passie. Tegenslagen horen erbij en afwijzingen zijn afschuwelijk, maar je moet er­tegen kunnen. Al is het maar omdat ze veel vaker voorkomen dan positieve reacties.’ Desondanks blijft Van Bergen de wetenschap een prachtig vak vinden. ‘Ik blijf me inzetten om te ontraad­selen hoe genen en omgeving samen de leer­vaardigheden van een kind bepalen.’


Wie goed leest, leest meer

Elsje van Bergen bestudeert hoe kinderen leren lezen en welke factoren daarop van invloed zijn. Ze kiest voor verschillende perspectieven: breinonderzoek, cognitiewetenschappen, genetica en pedagogiek. Haar belangrijkste ontdekking tot nu toe is dat hoe goed kinderen kunnen lezen, bepaalt hoe veel ze lezen en niet andersom. Wie het lezen makkelijk afgaat, pakt sneller een boek. Wie er moeite mee heeft, doet liever iets anders. Iedereen zoekt een omgeving die past bij z’n DNA.

Nature of Nurture? Onderzoek een tweeling

In het Nederlands Tweelingenregister – een initiatief van Spino­zalaureaat Dorret Boomsma en gehuisvest bij Biologische Psycholo­gie aan de VU – worden sinds 1987 twee- en meerlingen intensief gevolgd, vaak al vanaf hun geboorte. Ook over hun familieleden zijn gegevens verzameld. In totaal nemen 200.000 mensen deel aan het register. De data zijn van groot belang voor wetenschappelijk onderzoek, omdat ze helpen de invloeden van aanleg en omgeving te ontwarren. Ook Elsje van Bergen deed haar onderzoek naar leesvaardigheid bij tweelingen. Ze onderzocht 6.000 tweelingparen en stelde vast dat eeneiige tweelingen op een leessnelheidstoets veel meer op hun broer of zus lijken dan twee-eiige tweelingen. Hieruit valt af te leiden dat verschillen in leesvaardigheid groten­deels zijn toe te schrijven aan genetische verschillen.


>> Ga terug naar boven

Lees het volledige artikel (pdf)


Artikel wees slim creatief en vastberaden

NWO-tijdschrift over wetenschap

Met het NWO-tijdschrift Onderzoek duiden we de de ontwikkelingen, wensen én andere geluiden in het wetenschappelijk veld. Het wordt gratis toegezonden aan onder andere onderzoekers, beleidsmakers, journalisten en andere relaties van NWO.