In het spoor van illegaal hout

Case

In het spoor van illegaal hout

Het bepalen van de herkomst van hout is lastig, waardoor illegaal gekapt hout toch op de markt komt. Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) werken aan nieuwe methodes om fout hout op te sporen.

Naar schatting dertig tot negentig procent van het tropisch hardhout is illegaal gekapt. Gesjoemel met documenten maakt het echter lastig om te bepalen waar geïmporteerd hout vandaan komt. De onderzoekers van de WUR ontwikkelen methodes om de herkomst te bepalen door middel van het genetisch en het chemisch profiel van het hout. Hoe gaat dat in z’n werk?

In september 2019 vertrekken promovendi Bárbara Rocha Venancio Meyer-Sand en Laura Boeschoten van de WUR voor veldwerk naar het zuiden van Kameroen. Ze nemen daar samples van het hout van bomen die gebruikt worden bij de analyse. Het doel van deze en andere reizen is om een database op te bouwen van verschillende boomsoorten en om de methodes te verbeteren.

De onderzoekers gebruiken verschillende technieken om de monsters te nemen. Voor de chemische analyse hebben ze hout nodig uit het binnenste van de boom. Met een holle boor kunnen ze diep in de stam doordringen.

Vanwege de hardheid van het hout gebruiken ze soms ook een boormachine en verzamelen ze het zaagsel. 

Voor de DNA-analyse is juist hout van de buitenkant van de boom nodig. In dit gedeelte bevinden zich de houtvaten en de bastvaten, die water en suikers transporteren. ‘Dit levende weefsel biedt de beste kwaliteit DNA’, vertelt hoofdonderzoeker Pieter Zuidema. Met een speciale hamer halen Rocha Venancio Meyer-Sand en Boeschoten ronde schijfjes uit de bast, die gebruikt worden in de analyse.

De onderzoekers gaan niet zomaar de eerste boom die ze tegenkomen onderzoeken. Ze lopen veel door het bos en  kiezen voor bomen die vijftig meter tot kilometers ver uit elkaar staan, zodat er spreiding is. Zo kunnen ze de relatie tussen genetische en ruimtelijke afstand bestuderen. Aan de hand van de DNA-analyse is het tot nu toe gelukt om onderscheid te maken tussen Afrikaanse bomen die slechts 14 kilometer uit elkaar staan. ‘We hopen dat dit ook lukt voor andere bomen’, zegt Zuidema.

Behalve in Kameroen doen ze onderzoek in Congo-Brazzaville, Gabon, Indonesië en Maleisië. Deze landen exporteren veel tropisch hardhout, onder andere naar Nederland.

Na een dag in het bos verzamelen en indexeren de onderzoekers de monsters.

Terug in de laboratoria in Wageningen lossen de onderzoekers de monsters op om de chemische samenstelling van het materiaal te analyseren en het DNA te karakteri­seren. ‘We meten zo’n zestig verschillende chemische elementen van het hout; voor bomen essentiële stoffen als ijzer, natrium en magnesium, maar ook elementen die geen functie hebben als cadmium of zware metalen’, vertelt Zuidema. De concentratie en samenstelling zijn gerelateerd aan het bodemtype en dus aan de geografische herkomst van een boom. Uiteindelijk kunnen beide analyses helpen bepalen of ingevoerd hout illegaal is.

De onderzoekers willen uiteindelijk een uitgebreide database samenstellen die helpt bij het opsporen van illegaal hout. Om als bewijs in een rechtszaak te kunnen dienen, zijn nog meer houtmonsters nodig en moeten de tests en analyses in de laboratoria aan strikte richtlijnen voldoen. Zuidema: ‘We werken dan ook samen in een wereldwijd netwerk voor houttracering waarin onderzoekers, laboratoria en autoriteiten krachten bundelen.’

Tekst: Dirk-Jan Zom Beeld: Jean Pierre Kepseu, Sander van den Bosch

Fout hout in beeld

In magazine Onderzoek verscheen eerder een beeldverhaal over dit onderzoek. Op deze pagina leest u er meer over.