Thema1. Alexandra Brand.jpg

AI-talentenjacht: kansen betekenen meer dan geld

Onderzoekers met kennis van AI zijn zeer gewild bij bedrijven en buitenlandse universiteiten. Die vraag zorgt voor een moordende concurrentie. Hoe gaan we gedreven academici in Nederland houden? ‘Talent kun je alleen aantrekken als een wetenschappelijke carrière aanlokkelijk is: een race met een reële slagingskans.’

Thema4. Alexandra Brand..jpg
Tekst: Arno van ‘t Hoog, beeld: Alexandra Brand

Promovendi worden al tijdens hun promotie benaderd door bedrijven als Google en Deepmind, vertelt Tim Baarslag, onderzoeker bij het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) en de Universiteit Utrecht. ‘Het bedrijfsleven is aantrekkelijk, ook voor veelbelovend wetenschappelijk talent. Ik spreek regelmatig postdocs die nadenken of ze wel in de wetenschap willen blijven. Geld is niet wat hen direct drijft, eerder een wens voor meer zekerheden. Om je echt te concentreren op diepgravend onderzoek, moet je ergens kunnen wortelen. Je hebt duidelijkheid nodig over je inkomen, een vast contract én je wilt zicht op een carrièrepad. Universiteiten en onderzoeksinstituten hoeven echt niet financieel te wedijveren met het bedrijfsleven, want de talenten die je wilt behouden zijn vaak intrinsiek gemotiveerd.’

Van postdoc naar postdoc hoppen

Volgens Baarslag speelt de prestatiedruk die postdocs ervaren ook een negatieve rol, zoals het turven van publicaties en H-index. ‘Als je een aantal jaren meeloopt in de wetenschap kan dat frustrerend werken. Veel onderzoekers worden gedreven door fascinatie en niet door prestatie- indicatoren. Ik denk dat er dus meer ruimte gegeven moet worden aan door nieuwsgierigheid gedreven onderzoek.’ Vooral dertigers kijken om zich heen, meent hij. ‘Eenmaal klaar met hun promotie, hoppen ze in de jaren daarna van postdoc naar postdoc, in de hoop een vaste positie te verwerven. Als je dan opeens wordt gevraagd om bij Booking.com te komen werken voor het dubbele salaris, met direct een vast contract, dan spreekt daar meer vertrouwen uit.’

Bedrijfsleven als hoofdfinancier

De strijd om wetenschappelijk talent heeft al geleid tot creatieve oplossingen met aanstellingen en financiering, bijvoorbeeld bij het Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI). Daar is het bedrijfsleven de hoofdfinancier van wetenschappelijk onderzoek. ICAI-directeur Maarten de Rijke, tevens hoogleraar AI en Information Retrieval aan de Universiteit van Amsterdam (UvA): ‘We hebben inmiddels elf thematische onderzoeklabs opgezet, met opgeteld meer dan honderd onderzoekers. Elk lab heeft minstens vijf promovendi, met nog meer onderzoekers eromheen. We streven naar twintig labs voor het einde van dit jaar.’ Promovendi zijn er genoeg, volgens De Rijke, maar postdocs zijn zo goed als verdwenen. Een grote uitdaging is het werven van stafleden op

UD-niveau, om leiding te geven aan de labs. ‘Dat proberen we op te lossen met een dubbelaanstelling, waarbij stafleden een deel van hun tijd aan de universiteit werken en een ander deel bij een bedrijf.’

Numerus fixus voor AI-studenten

Een heel ander vraagstuk is het succes van AI-studies. De toevloed van studenten stijgt zo snel dat veel opleidingen een numerus fixus hanteren. ‘Dat wringt’, zegt De Rijke. ‘Het is niet de maatschappelijke rol van een universiteit om aan de voorkant de deur op een kier te zetten, als er aan de achterkant van het gebouw bedrijven en overheden staan te popelen om talent af te nemen. Dan moet je juist zo veel mogelijk studenten kunnen toelaten.’ Een aantal universiteiten probeert de last te verlichten door managementtaken rond onderwijs weg te halen bij de UD. Zo kan de onderzoeker zich richten op de inhoud van het college. Een andere forse toestroom ontstaat door studenten die een minor AI willen volgen. ‘Dat onderwijs gaan we aan de UvA weghalen bij de UD’s en anders organiseren, zodat we in de minor duizend studenten per jaar kunnen verwerken. Op masterniveau ligt dat natuurlijk anders, daar wil je dat het onderwijs dicht op het onderzoek zit.’

Autonoom als Duitse UD

Volgens De Rijke moeten we ons realiseren dat Nederlandse universiteiten niet alleen concurreren met bedrijven, maar ook met universiteiten in België, Duitsland en Engeland. ‘In Nederland zegt een universiteit: welkom, je mag eerst een NWO-onderzoeksvoorstel schrijven. In Duitsland krijgt een beginnend UD te horen: welkom, je mag direct vier promovendi aanstellen. We kunnen in Nederland niet anders dan meebewegen met zulke arbeidsvoorwaarden.’

In Duitsland is de stap om UD te worden weliswaar groter dan in Nederland, maar je bent wel gelijk autonoom, beaamt Wil van der Aalst, hoogleraar Process & Data Science aan de Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule (RWTH) in Aken. ‘Je krijgt dan junior professor voor je naam, met promotierecht en eigen promovendi.’

Reliëf in universitair landschap

Van der Aalst vertrok begin 2018 van de TU Eindhoven naar Aken voor een Alexander von Humboldt Professoraat, een leerstoel inclusief vijf miljoen euro vrij te besteden aan onderzoek. Dit soort riante posities zijn ingesteld om de Duitse wetenschap te versterken.

In Duitsland krijgt een beginnend UD te horen: welkom, je mag direct vier promovendi aanstellen

Maarten de Rijke

‘Alleen al de deelstaat Beieren heeft als ambitie om honderd hoogleraren op het vlak van data science aan te stellen’, zegt Van der Aalst. ‘De Duitse overheid financiert heel bewust het vergroten van de onderzoekscapaciteit. Op elke universiteit zijn op dit moment meerdere leerstoelen vacant op het gebied van data science en machine learning.’ Volgens Van der Aalst kiest Duitsland voor het stimuleren van reliëf in het universitaire landschap. Enkele universiteiten krijgen de zogenaamde Exzellenz-status, waaronder zijn universiteit. ‘Duitsland probeert zo regionale topcentra te laten ontstaan, een rolverdeling die lijkt op de positie van Stanford in de Verenigde Staten.’

Vissen in te kleine subsidiepot

Nederland moet zo’n strategie ook overwegen, volgens Van der Aalst. Een universitair ecosysteem met enkele topuniversiteiten stimuleert onderzoek van hoger niveau en trekt nieuw talent aan. ‘We moeten daarnaast de vraag durven stellen of een hoogleraar letterkunde evenveel moet verdienen als een hoogleraar machine learning. In het bedrijfsleven ontvangen beide expertises een salaris dat onderling een factor zes verschilt. Gelijke beloning op de Nederlandse universiteit is heel eerlijk, maar de vraag is of het realistisch is.’

Volgens Van der Aalst kan Nederland het tij alleen keren door op veel niveaus te investeren. Zijn zorg is dat er straks veel jonge mensen worden aangesteld als UD, die allemaal in een bijzonder kleine subsidiepot vissen. ‘Als ze onderling in competitie gaan, moet er een gezond honoreringspercentage zijn. Talent kun je alleen aantrekken als een wetenschappelijke carrière aanlokkelijk is: een race met een reële slagingskans. De brain drain gaat niet alleen om hoogleraren die vertrekken, maar ook om de veelbelovende vrouwelijke promovendus die stilletjes besluit om niet aan dit spel mee te doen. Ik zie te veel jonge mensen afhaken waarvan ik graag had gezien dat ze verder waren gegaan in de wetenschap.’

AI-talentenjacht.PNG