Wat is de winst van de nieuwe integriteitscode?

De nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit geeft instellingen een zorgplicht. Drie betrokkenen vertellen wat onderzoekers daarvan gaan merken, en degenen die met hen samenwerken.

Tekst: Malou van Hintum, beeld: Monique Wijbrands

Wat vinden zij?

  • Karen Maex, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam
  • Reijer Gaasterland, integrity officer bij TNO
  • Rens Vliegenthart, hoogleraar Media en samenleving, directeur van de Amsterdam School of Communication Research

Karen Maex

Karen Maex (credits: Monique Wijbrands)

‘Er zijn maar heel erg weinig onderzoekers die expres frauderen. Maar er is wel een grote grijze zone van bedenkelijke praktijken, die mogelijk samenhangen met onzekerheid of te weinig ervaring. Voor onderzoekers is daarom een open, kritische cultuur belangrijk, waarin je kunt leren van elkaar. Wij als universiteit spreken de leidinggevenden hierop aan, we praten erover met nieuwe hoogleraren. In de onderzoeksgroepen komen integriteitsvraagstukken en -dilemma’s aan de orde, en dat moet ook in het onderwijs gebeuren. Private en publieke partners waarmee onderzoekers samenwerken, moeten begrijpen dat wetenschappelijk onderzoek moet voldoen aan deze code. Die bevat goede principes en normen. Niet alleen om slechte praktijken te bediscussiëren, maar ook om onderzoek in het algemeen te verbeteren.’

Reijer Gaasterland (credits: Monique Wijbrands)

Reijer Gaasterland

‘TNO heeft een “dilemma-bank”, met op de werkelijkheid gebaseerde fictieve casussen die we medewerkers voorleggen. Ook is er een integriteitsgame ontwikkeld voor het management. Dingen die raken aan de zorgplicht, een spiksplinternieuw onderdeel van de code. Daarbij gaat het om een gezonde onderzoekscultuur en bewustwording. Omdat wij toegepast onderzoek doen en veel samenwerken met buitenlandse organisaties, moeten onze onderzoekers niet-naïef vertrouwen in de ander combineren met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Onze objectiviteit is een groot goed. Wat deze code voor ons vooral verandert, is dat we meer gaan publiceren over onderzoek, dus dat we transparanter zijn. Als dat tenminste kan, want geheim onderzoek voor Defensie kunnen we natuurlijk niet naar buiten brengen.’

Rens Vliegenthart (credits: Monique Wijbrands)

Rens Vliegenthart

‘Gewone onderzoekers zijn niet bezig met de nieuwe integriteitscode. Dat begrijp ik, want ze hebben van alles aan hun hoofd. Denk bijvoorbeeld aan de repliceerbaarheid van onderzoek en het vrij beschikbaar maken van data, zaken die allemaal te maken hebben met de code. Dus belangrijk is die wel. De universiteit zou de code daarom onderdeel moeten maken van de introductiecursus voor promovendi. Ook zou ze een cultuur moeten creëren waarin het normaal is om bij de koffiemachine eerlijk te praten over de moeilijkheden en spanningen die deel uitmaken van de praktijk van wetenschappelijke integriteit. Wetenschappers moeten de vijf integriteitsprincipes in hun onderzoekspraktijk echt gaan léven, maar die vertalen naar het dagelijkse werk is best lastig.’


Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit in het kort

Sinds 1 oktober 2018 is de nieuwe Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit van kracht. De code is ondertekend door NWO, KNAW, Vereniging Hogescholen, NFU, TO2-federatie en VSNU. Hij onderscheidt vijf principes van wetenschappelijke integriteit: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid. Nieuw in de code zijn de zorgplicht voor instellingen, en het onderscheid tussen ‘schendingen van de wetenschappelijke integriteit’, ‘bedenkelijk gedrag’ en ‘lichte tekortkomingen’. De zorgplicht houdt onder meer in dat onderzoeksinstellingen moeten zorgen voor een open, veilige en inclusieve onderzoekscultuur, duurzaam databeheer en ethische toetsing.