Open access

Dromen over 2030

De cOAlition S wil wetenschapspublicaties volledig vrij toegankelijk maken in 2020. Wat kan dat opleveren op de langere termijn? Vier sleutelfiguren vertellen waarop ze hopen. Zoals: meer maatschappelijke relevantie, minder egotripperij en nieuwe, spannende manieren van onderzoek doen.

Tekst: Malou van Hintum, beeld: Harry Meijer

Het liefst zou ik samen met de wetenschappelijke uitgeverijen optrekken,’ zegt NWO-voorzitter Stan Gielen.

credits: Harry Meijer

'Maar de waanzinnige bedragen die de universiteiten aan abonnementsgeld moeten betalen, zijn niet meer op te brengen. En ik vind het als wetenschapsfinancier ook niet meer acceptabel dat overheidsgeld, bedoeld om wetenschappelijk onderzoek te bekostigen, in belangrijke mate naar uitgevers gaat. Uitgevers die exorbitante winsten maken op werkzaamheden die vooral door wetenschappers worden uitgevoerd.’ Niet alleen Gielen is er klaar mee.

Niet acceptabel dat zo veel onderzoeksgeld naar uitgevers gaat
- Stan Gielen

Stan Gielen (credits: Ivar Pel)

Op Europees niveau is hij actief in cOAlition S, een samenwerkingsverband van – op het moment van schrijven – veertien onderzoeksfinanciers uit twaalf landen. Doel: al het onderzoek dat wordt betaald uit publieke middelen is in 2020 voor iedereen beschikbaar via open-access-tijdschriften of open-accessplatforms. ‘Daarvoor is een radicaal plan nodig, want anders gaat dat niet lukken,’ zegt Robert-Jan Smits, special envoy open access voor de Europese Unie. De partners stelden het Plan S op. Met de S van Shock Solution for Science. Dat het dit keer menens is, blijkt uit een vetgedrukte zin in de preambule:
No science should be locked behind paywalls!

Open data

Stel dat het lukt in 2020, hoe ziet open access er dan een decennium later uit, in 2030? Welke gevolgen heeft het voor de manier waarop wetenschappers wetenschap bedrijven en waarderen, en hun resultaten en ideeën delen?

Het kantelt van publicaties met data naar data waar publicaties aan vast zitten
- Van Wezenbeek

Van Wezenbeek (credits: Marcel Krijger)

‘Er moet een Spotify voor wetenschappelijke artikelen komen,’ zegt Wilma van Wezenbeek, directeur van de bibliotheek van de TU Delft en namens de Nederlandse universiteiten betrokken bij de onderhandelingen met de uitgeverijen. Tegelijk zal het belang van publicaties afnemen, verwacht ze: ‘Nu praten we over publicaties met onderliggende data, de komende jaren zal dat kantelen en gaat het vooral om open data waar publicaties aan vast zitten. Al die output wordt vindbaar door er een specifieke identifier aan te hangen, waarmee altijd terug is te vinden wat door wie waar is gedaan. Daar zijn we nu al mee bezig.’

‘Open data’ betekent niet dat alle data onmiddellijk openbaar zullen worden gemaakt, vult Gielen aan. ‘Net zoals bij publicaties zal er eerst kritische toetsing door anderen moeten plaatsvinden. Verder kan ik me voorstellen dat organisaties die financieel hebben bijgedragen aan onderzoek de data eerder krijgen dan anderen. In de sterrenkunde gebeurt dat nu al.’

Nieuwe beoordelingscriteria

Publicaties blijven ook in 2030 belangrijk, verwacht Gielen. Hij hoopt dat tegen die tijd de redacteuren van toptijdschriften met succes zijn overgehaald om te werken voor open-accesstijdschriften. ‘Op die manier neem je de status van het tijdschrift mee.’ En is er geen reden meer om in de ‘oude wereld’ te blijven hangen. Dat betekent niet dat in de nieuwe wereld verder alles bij het oude blijft. Gielen voorziet dat mét het oprichten en uitbreiden van open-accesstijdschriften en -platforms ook de manier zal veranderen waarop wetenschappers worden gewaardeerd. ‘Het gaat er straks niet meer om hoeveel je hebt gepubliceerd, maar wát je hebt gepubliceerd. Het is veel beter om één toppublicatie per jaar af te leveren dan tien stukken die allemaal over een klein deel van je boodschap gaan. Maar om dat te realiseren moeten eerst de criteria worden aangepast waarop onderzoekers worden beoordeeld.’

Smits: ‘Een radicaal plan is nodig, anders gaat het niet lukken.’

Robert-Jan Smits (credits: EPSC)

Smits: ‘In 2030 vragen we naar de drie belangrijkste bijdragen die iemand aan de wetenschap heeft geleverd, naar een toelichting waarom die belangrijk zijn, en naar wat het onderzoek heeft opgeleverd voor de samenleving.’ Smits geeft het voorbeeld van een Ierse wetenschapper die onderzoek deed naar therapieën om doorligplekken te voorkomen. De Ier publiceerde bewust in een tijdschrift voor verpleegkundigen, vanuit wetenschappelijk oogpunt geen toptijdschrift. ‘Maar de take-up was gigantisch! Dit voorbeeld illustreert precies waar we naartoe moeten: je bevindingen toegankelijk maken voor de doelgroep.’

Meer team science

Sarah de Rijcke is hoogleraar Wetenschap- en evaluatiestudies aan de Universiteit Leiden en gaat nog een stap verder. ‘Open access gaat over veel meer dan publiceren en beschikbaar maken,’ zegt ze. ‘Er ligt een geweldig spannende uitdaging om kwalitatief hoogstaand, interdisciplinair, participatief onderzoek te doen met spannende innovatieve media. Onderzoek waarover ook niet-wetenschappers –patiënten, burgers, beleidsmakers, kunstenaars– op een gelijkwaardige manier kunnen meedenken.’

De Rijcke: 'Een gastvrije wetenschap met ruimte voor experimenten.'

Sarah de Rijcke (credits: Bart van Overbeeke)

Ze hoopt dat open access in de nabije toekomst ‘interdisciplinair gastvrij’ betekent. ‘Doordat er veel meer verschillende vormen van kennis, gegevens, methoden, publicatieformats en resultaten open circuleren, hoop ik dat ook het begrip voor verschillende manieren van werken groeit en dat er meer wordt geëxperimenteerd.’ We zijn nu nog te veel bezig met alles meer open beschikbaar maken en met het behoud van de kwaliteit en de reputatie die we associëren met boeken en tijdschriften, zegt ze. ‘Het zou mooi zijn als we het over meer kunnen hebben dan dat.’

Ook Van Wezenbeek voorspelt een andere manier van werken. ‘Nu is de wetenschapper als auteur van een bepaalde publicatie belangrijk, maar straks draait het veel meer om team science. De technicus, de datawetenschapper, iemand die de resultaten toegankelijk opschrijft, ieder heeft zijn rol. Daarnaast werken er nog veel meer mensen in een wetenschappelijke instelling: docenten, managers, mensen die verbindingen leggen met bedrijfsleven en maatschappij. Zij zullen allemaal credits krijgen voor hun werk.’ De Rijcke voegt toe: ‘Het zou goed zijn als de academische gemeenschap meer meedenkt over hoe we in ons beloningsbeleid kunnen voortbouwen op al bestaande vormen van open wetenschap, of over slimme manieren om werk van bijvoorbeeld editors, reviewers en anderen meer zichtbaar te maken.’

Mondiale coalitie

Inspirerende vergezichten, maar wordt open access niet vooral een Europees feestje?

‘Nee,’ zegt special envoy Smits beslist. ‘Er is heel veel internationale belangstelling. De aanvragen om over cOAlition S te komen vertellen stromen binnen: vanuit de VS, Japan, Zuid-Afrika, India, Mexico, Canada. We willen een mondiale coalitie smeden, want deze omslag kan alleen maar slagen als die op alle continenten wordt gemaakt.’ Wat arme landen betreft: zij hebben op dit moment geen toegang tot kennis omdat ze geen budget hebben om artikelen te kopen, zegt hij. ‘Ze kunnen daarom geen wetenschapssysteem opbouwen.

'Er is voldoende geld maar op de verkeerde plaats'

In het nieuwe systeem hebben ze vrije toegang tot wetenschappelijke kennis en hoeft er niet altijd betaald te worden om te publiceren, want er zullen voldoende fee free open-accesstijdschriften zijn. Verder kunnen we er met voldoende ontheffingen voor zorgen dat ook wetenschappers zonder budget kunnen blijven publiceren. Er is momenteel voldoende geld in het systeem, het zit alleen op de verkeerde plaats.’

Op weg naar 100 procent open access

Vorig jaar werd 45 procent van de wetenschappelijke artikelen op basis van door NWO gefinancierd onderzoek open access gepubliceerd. Het Europees gemiddelde ligt op
35 procent. Afgelopen maart kreeg special envoy open access Robert-Jan Smits van de Europese Commissie de opdracht dat percentage te verhogen naar 100 procent in 2020. In september werd daarom cOAlition S gelanceerd, een internationale coalitie van onderzoekfinanciers, waaronder NWO. Zij onderschrijven de tien principes van het door Smits opgestelde Plan S.

Centraal thema: vanaf 2020 moeten publicaties die voortkomen uit financiering van de aangesloten onderzoeksfinanciers in open-access-tijdschriften worden gepubliceerd. Het publiceren in hybride tijdschriften zal worden toegestaan, op voorwaarde dat daar transitieovereenkomsten aan ten grondslag liggen zoals de VSNU die voor de Nederlandse onderzoekers sluit. NWO vergoedt eventuele kosten verbonden aan open access publiceren. Sinds 2018 kunnen deze kosten worden opgevoerd in de begroting van aanvragen voor onderzoeksfinanciering. De coalitie werkt momenteel de details van Plan S uit en zal hierover in december meer bekendmaken.

Meer info


Download