Spinoza- en Stevinlaureaten 2018

Onderscheidingen

Op 15 juni maakte NWO-voorzitter Stan Gielen bekend wie in september de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap ontvangen. De levenswetenschappen zijn opvallend goed vertegenwoordigd. Maak kennis met zes bijzondere onderzoekers.

Tekst: Merlijn van Nuland, beeld: Rafaël Philippen

Spinozalaureaten

Anna Akhmanova, celbiologie

Zonder botten is het menselijk lichaam een slap hoopje vlees. Minder bekend is dat ook individuele cellen een skelet hebben. Prof. dr. Anna Akhmanova (hoogleraar Celbiologie aan de Universiteit Utrecht, 1967) onderzoekt deze zogeheten cytoskeletten. Ze heeft zich gespecialiseerd in het functioneren van de microtubuli, buisvormige eiwitstructuren in het cytoskelet die essentieel zijn voor celdeling, celmigratie en intracellulair transport. Verstoringen in die buisjes kunnen voor veel ellende zorgen, onder meer voor de ziekte van Alzheimer. Door de bestudering van de microtubuli brengt de onderzoeksgroep van Akhmanova de bestrijding van deze en andere ziektes wellicht een stap dichterbij.

De van oorsprong Russische Akhmanova is volgens de Spinozavoordracht ‘de onbetwiste autoriteit’ in Nederland op het gebied van microtubuli, en ook internationaal behoort ze tot de absolute wereldtop. Eerder ontving ze verschillende premies van onder meer NWO en ZonMw, waarmee ze haar eigen onderzoeksgroep kon opzetten.

Met deze onderzoeksgroep – bestaande uit jonge onderzoekers van over de hele wereld – schreef ze verschillende wetenschappelijke doorbraken op haar naam in onze kennis over microtubuli.

Marileen Dogterom, bionanowetenschappen

Net als Akhmanova bestudeert ook prof. dr. Marileen Dogterom (hoogleraar Bionanowetenschappen aan de TU Delft, 1967) de microtubuli in het cytoskelet. Maar waar haar leeftijdsgenote een biologisch perspectief heeft, kijkt Dogterom met een natuurkundige blik naar de processen binnenin de cel. In haar lab bouwt Dogterom delen van cellen na in een gecontroleerde omgeving, om zo tot een kwantitatief begrip van de werking van het cytoskelet te komen. Ze was de eerste die op nanoschaal metingen verrichtte naar het groeien en krimpen van microtubuli. Ze geldt als een van de belangrijkste pioniers van de moleculaire biofysica, een vakgebied dat mede dankzij haar inzet in ons land floreert.

Dogterom weet voor haar onderzoek regelmatig toonaangevende beurzen te verwerven. Zo ontving ze in 2013 – samen met Anna Akhmanova – een Synergy Grant van 7,1  miljoen euro van de European Research Council.  In 2017 kreeg een onderzoeksgroep onder haar leiding bovendien een Zwaartekrachtsubsidie van 18,8 miljoen euro om een synthetische cel te maken. Van NWO ontving ze eerder een Vici. In 2017 werd Dogterom gekozen in het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Carsten de Dreu, sociale en organisatiepsychologie

Is de mens een rationele en berekenende ‘homo economicus’? Niet bepaald, laat onderzoek van prof. dr. Carsten de Dreu (hoogleraar Sociale Psychologie van de Organisatie aan de Universiteit Leiden, 1966) zien. Uit zijn studies blijkt dat de mate van samenwerking en competitie tussen mensen flink wordt beïnvloed door sociale dimensies. De Dreu heeft in zijn wetenschappelijke carrière veelvuldig onderzoek gedaan naar allerlei vormen van groepsdynamiek, waaronder onderhandelingsmethoden, conflictculturen en besluitvormingsprocessen. Die kennis komt van pas bij de samenstelling van teams en het bevorderen van innovatie en hoogwaardige besluitvorming.

De Dreu wordt geroemd om zijn interdisciplinaire aanpak: hij combineert methoden en ideeën uit de organisatiepsychologie, experimentele economie en neurowetenschappen om te begrijpen hoe individuen zich gedragen tijdens het samenwerken en oplossen van conflicten. Zijn belangrijke bijdrage aan dit spannende werkveld wordt internationaal erkend, wat onder meer blijkt uit zijn aanstelling als ‘distinguished research fellow’ aan de Universiteit van Oxford. In 2015 ontving hij de Dr. Hendrik Muller Prijs van de KNAW voor zijn gehele oeuvre.

John van der Oost, microbiologie en biochemie

Bacteriën kunnen schadelijke virussen herkennen door middel van korte segmenten van herhaalde DNA-codes. Prof. dr. John van der Oost (hoogleraar Microbiologie en Biochemie bij Wageningen University & Research, 1958) maakt handig gebruik van deze DNA-codes om het genoom van organismen te bewerken. Met die zogeheten CRISPR-Cas-techniek kunnen artsen in de toekomst wellicht erfelijke ziektes zoals taaislijmziekte of de ziekte van Huntington voorkomen. Van der Oost en zijn collega’s hadden als eersten door dat CRISPR-RNA wordt gebruikt om overeenkomstig DNA te herkennen en te knippen, en dat je DNA op elke gewenste plek kunt ‘aanvallen’ door de CRISPR-sequentie aan te passen.

Van der Oost ontving onder meer een Vici en twee TOP-subsidies van NWO. Ook van de European Molecular Biology Organization en de KNAW kreeg hij meerjarige onderzoeksbeurzen. Daarnaast ontving hij in 2017 een Zwaartekrachtsubsidie als deelnemer aan het eerdergenoemde consortium dat onder leiding van Marileen Dogterom een synthetische cel ontwikkelt. Hij is lid van de redactieraad van verschillende wetenschappelijke tijdschriften, en een veelgevraagd peer reviewer voor toonaangevende publicaties in Nature, Science en Cell.

Over de Spinozapremies

NWO reikt de Spinozapremie jaarlijks uit aan maximaal vier wetenschappers die tot de internationale top van hun vakgebied behoren. Iedere winnaar ontvangt een bedrag van 2,5 miljoen euro, naar eigen inzicht te besteden aan wetenschappelijk onderzoek. De Spinozapremie geeft sinds 1995 elk jaar een stimulans aan de beste onderzoekers van Nederland.

Stevinlaureaten

 

Marion Koopmans, virologie

Besmettelijke ziekten domineerden de afgelopen jaren regelmatig het nieuws. Ebola zorgde voor duizenden sterfgevallen in West-Afrika; even werd zelfs gevreesd voor een pandemie. Zika hield Latijns-Amerika in zijn greep en zorgde daar voor ernstige geboorteafwijkingen. Prof. dr. Marion Koopmans (hoogleraar Virologie aan het Erasmus MC in Rotterdam, 1956) verscheen vaak in de media om deze uitbraken van deskundig commentaar te voorzien. Ze is onder meer gespecialiseerd in de virusoverdracht van dieren op mensen. Bovendien vocht ze zelf mee tegen de verdere verspreiding van ziekten. Tijdens de Ebola-uitbraak leidde ze drie mobiele laboratoria in Sierra Leone en Liberia. Later bestudeerde ze de impact van het Zika-virus op zwangere vrouwen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

Voordat ze hoogleraar werd heeft Koopmans jarenlang gewerkt bij het RIVM, waar ze onder meer aan het hoofd stond van het laboratorium voor infectieziekten.

Tegenwoordig combineert ze haar werk aan het Erasmus MC met uiteenlopende adviesfuncties bij het RIVM, het ministerie van Economische Zaken, de Europese Unie en vele andere instanties waarvoor haar kennis uiterst waardevol is. In 2017 ontving Koopmans een eredoctoraat aan de Technische Universiteit van Denemarken.

Beatrice de Graaf, geschiedenis van de internationale betrekkingen

Bijna iedereen heeft haar wel eens op televisie gezien. Prof. dr. Beatrice de Graaf (hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht, 1976) is een veelgevraagd gast als het gaat over terrorisme, spionage en de veiligheidsdiensten. Ze schuift regelmatig aan bij programma’s als De Wereld Draait Door en Nieuwsuur, en ze is columnist voor NRC Handelsblad. Ze vertelt haar verhaal op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier, maar is ook niet bang om de complexiteit van haar onderwerpen te laten zien. Daarnaast geeft ze de overheid vaak advies over terrorismebestrijding en veiligheid. De Graaf is een symbool geworden van beleidsvorming op basis van wetenschappelijk inzicht.

Mede dankzij De Graaf is het vak terrorismestudies in Nederland op de kaart gezet. Zo was ze in 2007 aan de Universiteit Leiden medeoprichter van het Centre for Terrorism & Counterterrorism, tegenwoordig het Institute of Security and Global Affairs. In haar huidige functie aan de Universiteit Utrecht bestudeert De Graaf voornamelijk de geschiedenis van veiligheid en (contra)terrorisme vanaf de negentiende eeuw. Ze ontving onder meer een Vidi van NWO en een Consolidator Grant van de European Research Council. In 2015 gaf ze samen met Alexander Rinnooy Kan leiding aan de  totstandkoming van de Nationale Wetenschapsagenda.

Over de Stevinpremies

Bijna iedereen heeft haar wel eens op televisie gezien. Prof. dr. Beatrice de Graaf (hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht, 1976) is een veelgevraagd gast als het gaat over terrorisme, spionage en de veiligheidsdiensten. Ze schuift regelmatig aan bij programma’s als De Wereld Draait Door en Nieuwsuur, en ze is columnist voor NRC Handelsblad. Ze vertelt haar verhaal op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier, maar is ook niet bang om de complexiteit van haar onderwerpen te laten zien. Daarnaast geeft ze de overheid vaak advies over terrorismebestrijding en veiligheid. De Graaf is een symbool geworden van beleidsvorming op basis van wetenschappelijk inzicht.

Mede dankzij De Graaf is het vak terrorismestudies in Nederland op de kaart gezet. Zo was ze in 2007 aan de Universiteit Leiden medeoprichter van het Centre for Terrorism & Counterterrorism, tegenwoordig het Institute of Security and Global Affairs. In haar huidige functie aan de Universiteit Utrecht bestudeert De Graaf voornamelijk de geschiedenis van veiligheid en (contra)terrorisme vanaf de negentiende eeuw. Ze ontving onder meer een Vidi van NWO en een Consolidator Grant van de European Research Council. In 2015 gaf ze samen met Alexander Rinnooy Kan leiding aan de  totstandkoming van de Nationale Wetenschapsagenda.



Download (pdf)