Een rijke vangst voor de Pelagia

Oceaanonderzoek

Een supergezond koraalrif waar niemand dat verwachtte, nagenoeg uitgestorven vogels die overvliegen, pissebedden van een halve meter op de zeebodem... Onderzoeksschip Pelagia doet verrassende ontdekkingen.

Tekst: Marion de Boo

Hoe reageren onze oceanen op het veranderende klimaat? Die vraag staat centraal bij de NICO-expeditie, kort voor Netherlands Initiative Changing Oceans. Volgeladen met meetapparatuur vaart onderzoeksschip Pelagia zeven maanden over de wereldzeeën. Het schip vertrok in december 2017 vanuit het NWO-instituut NIOZ op Texel, voer via Gran Canaria, de Nederlandse Cariben, de Golf van Mexico en Ierland weer naar Golf van Mexico en Ierland weer naar Texel en gaat vandaar door naar de Azoren. Eind juli is de vaartocht ten einde. Aan boord hebben dan zo’n honderd onderzoekers van uiteenlopende disciplines en twintig universiteiten of instituten één of meer van de twaalf etappes meegevaren. Ze doen verrassende vondsten. 

Een wetenschappelijke expeditie is bepaald geen luxe cruise, vertelt Noordzee-ecoloog Rob Witbaard, een van de expeditieleiders. ‘Je staat om vier uur op, want je wilt om zes uur je spulletjes in het water hebben voor de experimenten. Je draait een vierentwintiguursdienst en tussendoor doe je een hazenslaapje. Je hebt maar een paar weken, daar moet je alles uithalen wat erin zit! Driekwart van het aardoppervlak bestaat uit oceanen. We proberen onze kennis daarover te toetsen door op plekken te monsteren waarvan we denken dat die representatief zijn. Het zijn weliswaar speldenprikken, minuscule samples van het onmetelijk grote oceaansysteem, maar dit is toch de enige manier om een coherent beeld op te bouwen van de veranderingen die zich in de oceanen voltrekken. Zo’n beeld is noodzakelijk, want de oceanen worden op allerlei manieren bedreigd door processen die vaak heel moeilijk omkeerbaar zijn. De meeste mensen leven met het idee dat de zee onuitputtelijk is, maar veel van die rijkdom verdwijnt heel stiekem, zonder dat we ons ervan bewust zijn en zonder dat we er iets tegen doen. De NICO-expeditie zet de wereldwijde oceaanproblematiek weer duidelijk op de kaart.’

Zwartkopstormvogel

In 1960 verklaarde men de zwartkopstormvogel voor uitgestorven. Drie jaar later werden toch nog een paar vogels ontdekt. Inmiddels zijn er drie kolonies bekend, allemaal op het straatarme Haïti, waar de vogels alleen kunnen overleven op heel afgelegen, voor de mens onbereikbare rotsen. Wereldwijd bestaan er mogelijk nog 200 tot 500 broedpaartjes van de zwartkopstormvogel. Opmerkelijk genoeg zagen vogelaars tijdens de NICO-expeditie maar liefst twaalf exemplaren voorbijvliegen. Mogelijk is het Caribisch gebied als broedplaats belangrijker dan gedacht.

Toeristenpoep

Bij de Antilliaanse koraalriffen is de voedselkringloop flink verstoord. Koraalriffen gedijen bij voedselarm water, maar onlangs zijn voor de kust van Curaçao op 70 meter diepte dikke matten glibberige blauwalgen ontdekt. Vermoedelijke oorzaak is overbemesting met ongezuiverd rioolwater, want de riolering op Curaçao is niet toegerust op de honderdduizenden toeristen die het eiland jaarlijks overspoelen. NICO-onderzoekers hebben met een speciale technologie happen uit het sediment en watermonsters genomen. Duikers verzamelden vanaf de Pelagia monsters blauwalgen. Gevreesd wordt dat de algenmatten bij toenemende lozingen ook op minder grote diepte verschijnen en de koraalriffen verstikken. De verkregen data kunnen mogelijk helpen dat proces te keren.

Reuzenpissebedden

De Sababank is een enorme onderzeese berg ter grootte van de provincie Utrecht. Hier is de helft van alle koraalriffen verdwenen, onder meer doordat het zeewater te warm, te vuil en te zuur is geworden. Maar verrassend genoeg ontdekte NICO zo’n 40 kilometer ten zuidwesten van Saba een groot, supergezond koraalrif van ruim tien kilometer lang en één kilometer breed. Grote richels blijken begroeid met harde en zachte koralen, tot 107 meter diepte. Het rif groeit in een uithoek, ver van de bewoonde wereld. De onderwatercamera’s van de Pelagia hebben allerlei bodemgemeenschappen in kaart gebracht: steenkoralen en hoornkoralen, haaien, meterslange zeepalingen en reuzenpissebedden van een halve meter.

Zeestorm

Hoe stromen de oceanen en hoe voorspel je die bewegingen? Oceaanwervelingen hebben een doorsnede van 100 tot 300 kilometer. Zulke ‘eddy’s’ ontstaan aan de oostkant van de Caribische Zee en trekken in enkele weken tot maanden heel langzaam naar de Golf van Mexico. Ze worden opgespoord aan de hand van satellietdata. Omdat zo’n werveling veel warmte bevat, zet het water uit. Plaatselijk kan het zeeoppervlak wel een halve meter stijgen. De NICO-onderzoekers gebruikten akoestische stromingsmeters en zetten boeien vol meetapparatuur in. Zo konden ze de snelheid van de stromingen op verschillende dieptes precies bepalen. Een beter begrip van de wervelingen in zee kan bijdragen aan betere klimaatmodellen.

Drukke Noordzee

In juli zal de Pelagia de Noordzee bevaren, een van de meest intensief gebruikte zeeën ter wereld. Het onderzoek daar richt zich onder meer op de ecologische effecten van economische activiteiten, bijvoorbeeld de impact van sleepnetten op het bodemleven. Maar ook de bijdrage van schimmels aan algenafbraak en de levenscyclus van de kwal komen aan bod.

Meer info?


Download (pdf)