Innoveren met koolhydraten

Samenwerken

Fundamenteel onderzoek dat ook de belangen van bedrijven dient. Is dat geen contradictie? Nee, zo bewijst het programma CarboKinetics. Een tussentijdse evaluatie wees onlangs uit dat het programma zowel octrooien als wetenschappelijke publicaties oplevert. Alle partijen zijn enthousiast. Wat is hun geheim?

Tekst: Nienke Beintema, beeld: Carolyn Ridsdale

Bedrijven die meebetalen aan academische projecten: ze zijn geen uitzondering meer. De bedrijven weten precies waarin ze investeren, en de kans is groot dat ze zullen profiteren van de resultaten. Meestal gaat het om toegepast onderzoek. Maar bedrijven die samen inschrijven op een groter, fundamenteel programma, zonder dat ze precies weten welke projecten daaronder zullen vallen - en waarbij ze de resultaten moeten gaan delen - dat is een heel ander model.'Een risicovoller model', zegt Lubbert Dijkhuizen, hoogleraar Microbiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, wetenschappelijk directeur van het Carbohydrate Competence Center en coördinator van het programma CarboKinetics (partners in koolhydraatonderzoek), ‘maar tot nu toe zijn alle partijen enthousiast.’

Credits: Carolyn Ridsdale

'Nederland is groot in agrifood, maar nog niet groot genoeg'

In het programma CarboKinetics wordt aan verschillende universiteiten onderzocht hoe je koolhydraten effectiever kunt inzetten voor een betere gezondheid van mensen en (landbouwhuis)dieren. Sommige pectines stimuleren bijvoorbeeld rechtstreeks het immuunsysteem, andere zijn een belangrijke voedingsbron voor goede darmbacteriën. Wageningse wetenschappers ontwikkelen een ‘ideaal’ pectine om beide eigenschappen te optimaliseren. Onderzoekers in Maastricht werken aan voedingsvezels die de productie van azijnzuur in de darm stimuleren: een strategie in de strijd tegen diabetes en hart- en vaatziekten. ‘Aan dergelijke projecten liggen veel fundamentele vragen ten grondslag’, vertelt Dijkhuizen. ‘Van veel koolhydraten weten we nog niet eens wat ze precies doen in het lichaam. Pas als je dat weet, kun je werken aan toepassingen in de industrie.’
Nederland is groot in de agrifood-business, zegt Dijkhuizen. ‘Maar als landen als Oekraïne en Brazilië straks goed op stoom komen, dan zijn wij niet groot genoeg. Onze meerwaarde ligt dan in hightech innovaties. Bijvoorbeeld op het gebied van zetmeel, inuline, lactose en pectine.’ Als voorbeelden noemt hij Avebe en SensUs, die werken aan hoogwaardige toepassingen van zetmeel en inuline in voeding. FrieslandCampina bootst in babyvoeding de voordelen van moedermelk na.

Wederzijdse belangstelling

‘Dit soort programma’s beginnen altijd met een dialoog met bedrijven’, vertelt Dijkhuizen. ‘We vragen ze: welke fundamentele kennis zoeken jullie om tot nieuwe innovaties te komen? In het begin zitten er zo’n vijftien bedrijven aan tafel. Uiteindelijk blijven er zes à zeven over die willen meedoen. Die betalen dan samen 1,5 miljoen euro; in dit geval betaalt NWO de andere helft.’ Die kennismakingsfase levert een aantal vragen op waarin de bedrijven gezamenlijk willen investeren. Universitaire onderzoeksgroepen worden uitgenodigd om te komen meepraten, om de vragen verder aan te scherpen en een programma te formuleren. Op basis daarvan opent NWO een call voor het indienen van onderzoeksvoorstellen waar heel universitair Nederland op kan inschrijven. Niet alleen partijen die al hebben meegepraat.

Een groot voordeel van dit proces is volgens de programmaleider dat de academische onderzoekers gaandeweg de producten van de bedrijven leren kennen, en ook hun werkwijze en hun vragen. Dat werkt ook andersom – zeker omdat alle partners ieder halfjaar bij elkaar komen om de voortgang te bespreken. ‘De wederzijdse belangstelling is groot’, merkt Dijkhuizen op. ‘Tussendoor nodigen de bedrijven vaak ook academici uit om hun project bij hen in huis te komen toelichten. Dat is ideaal. We vragen een forse investering van de bedrijven. De kennis die daaruit voortkomt moet dan wél goed uitgelegd worden aan de bedrijven.

Bedrijven moeten blijven begrijpen wat academici doen, anders ben je ze kwijt

Ze moeten blijven begrijpen wat de academici doen, anders zijn we ze kwijt.’ Vloeit de kennis ook al werkelijk naar de bedrijven? ‘Jazeker’, zegt Dijkhuizen stellig. ‘In de eerste twee jaar zijn er al enkele octrooiaanvragen gedaan. Bedrijven kijken scherp mee en haken meteen aan zodra ze een toepassing zien.’

Kennis en tools

‘De kracht van CarboKinetics is dat het programma vanaf de start is gedefinieerd door onderzoekers en bedrijven samen’, zegt ook Marco van den Berg. Hij is principal scientist bij het Biotechnology Center van chemieconcern DSM, een van de industriële partners in CarboKinetics. ‘De meerwaarde voor ons is dat wij zo kunnen meeprofiteren van de kennis, ideeën en creativiteit van academische onderzoekers.’ De meerwaarde voor onderzoekers is dat ze op een andere manier naar het onderzoek kijken, wat nieuwe invalshoeken oplevert.

Lopen de bedrijven niet het risico dat de opbrengst tegenvalt?

‘Ja, theoretisch kan dat’, zegt Van den Berg, ‘maar tot nu toe is dat nog niet gebeurd. Juist omdat wij ook vanaf het begin meepraten.’ Een bedrijf als DSM, zo benadrukt hij, verwacht niet direct dat een programma concrete producten oplevert – maar wel kennis en tools. ‘Ook al is die kennis minder direct toepasbaar, er zijn altijd elementen die we intern kunnen toepassen. Bijvoorbeeld nieuwe manieren om gegevens uit klinische trials te halen.’ Daarnaast is de samenwerking met de andere bedrijven voor DSM een pluspunt. Van den Berg: ‘Ook al maken we andere producten, we kunnen toch veel van elkaar leren over hoe je een probleem benadert en kennis omzet in een product.’ Tot nu toe verloopt dat heel vloeiend, vult Dijkhuizen aan. Ook de fundamentele opbrengsten zijn voor DSM nu al interessant, aldus Van den Berg. Bijvoorbeeld kennis over wat er precies gebeurt met vezels die het spijsverteringstraject ingaan. ‘Het is een mooie combinatie van kennis en tools’, zegt Van den Berg. ‘Voor ons is dit echt heel erg leuk.’

Samenwerken? Tien gouden regels

  1. Laat de samenwerking managen door een ‘heilige drie-eenheid’.
    Dus: een wetenschappelijk directeur, een operationele/projectmanager en een valorisatie-expert
  2. Zorg voor een voortraject met veel stakeholders om de tafel.
    Alleen dan krijg je voldoende goede en zinnige projectvoorstellen.
  3. Zorg dat de rollen en inzet van alle partners vanaf het begin duidelijk zijn.
    Leg deze afspraken vooraf vast in een consortium agreement, dat ook zaken rond intellectueel eigendom benoemt.
  4. Stimuleer een parallel researchtraject in het bedrijf, waarbij onderzoekers van het bedrijf – in nauwe samenwerking met de academici – zich de kennis eigen maken en er meteen op voortborduren.
  5. Zorg dat promovendi en de bedrijven elkaar regelmatig ontmoeten.
    Dat stimuleert kennisoverdracht beide kanten op. En zo kan het bedrijf talent scouten.
  6. Stimuleer niet alleen kennisuitwisseling tussen academische onderzoekers en bedrijven, maar ook tussen de projecten onderling.
  7. Zorg dat kennis pas naar buiten komt als er is overlegd met alle partners, in verband met eventuele octrooiaanvragen. Daarna moet alle kennis openbaar toegankelijk zijn.
  8. Zorg voor een diversiteit aan bedrijven, niet alleen inhoudelijk maar ook qua grootte en aard van het bedrijf.
    Kleine bedrijven en multinationals brengen elk hun sterke punten in, van onderzoek tot vermarkting.
  9. Zorg dat de bedrijven fors meebetalen aan het onderzoek.
    Dat waarborgt eigenaarschap en commitment. Zet in op een commitment voor vijf tot tien jaar.
  10. Werk samen niet alleen aan inhoudelijke kennis, maar zorg ook voor een goed datamanagementsysteem.

Met dank aan Lubbert Dijkhuizen, Marco van den Berg, Colja Laane en Pieter de Witte.

Partners in koolhydraatonderzoek

Het partnershipprogramma van NWO en het Carbohydrate Competence Center is onderdeel van de topsector Agri & Food. Het onderzoekt de rol van koolhydraten in de gezondheid van mens en dier. Tot nu toe zijn er twee deelprogramma’s: CarboKinetics (2016-2020) en CarboBiotics (gestart in 2018). Een derde programma is in ontwikkeling. De eerste twee programma’s beschikken elk over een budget van zo’n 3 miljoen euro (10-12 promovendiplaatsen). De helft daarvan is afkomstig van een consortium van private partners. Voor CarboKinetics zijn dat Avebe (aardappelzetmeel-producten), DSM (life science), FrieslandCampina (zuivelcoöperatie), SensUs (inulineonderzoek), Nutrition Science (voedingsonderzoek), VanDrie Group (kalfsvlees), en Agrifirm (coöperatie van veehouders en telers).

Download