Het einde van een tijdperk

Na bijna een kwart eeuw is dit het laatste nummer van Hypothese. Volgend jaar komt NWO met een opvolger, een nieuw blad dat past bij de nieuwe ambities van NWO. Een terugblik op 25 jaar Hypothese laat zien hoe NWO is veranderd.

Tekst: Mariette Huisjes, beeld: Corina van Riel

1994 | De deuren open

In juni 1994 verschijnt het eerste nummer van Hypothese. Een eigen blad van NWO dat volgens het voorwoord ‘meer vanuit het perspectief van de lezer dan vanuit het belang van de uitgever speurt naar ontwikkelingen en opinies in de wetenschap’. In de beginjaren was Hypothese een nadrukkelijk onafhankelijk blad. Een redactiecommissie bestaande uit wetenschapsjournalisten moest erop toezien dat het geen ‘roeptoeter’ werd. NWO richtte zich in eerste instantie op haar relaties: onderzoekers, beleidsmakers en politici. En dat met elan. De speelse covers werden gemaakt door kunstenares Milou Hermes, de strakke vormgeving door ontwerpbureau BRS Premsela en auteurs met klinkende namen als Piet Borst, Beatrijs Ritsema, Gerrit Krol, Herman Pleij en Vincent Icke schreven gastcolumns.

Vrolijk en prikkelend

Wetenschapsjournalist en toenmalig hoofd communicatie van NWO Hein Meijers was het brein achter het nieuwe blad. ‘Je moet je NWO van toen voorstellen als een klein centraal bureau met ruim dertig los opererende stichtingen en meer dan honderd werkgemeenschappen’, herinnert hij zich. ‘“Communicatie” bestond voornamelijk uit lange, onleesbare, ambtelijke epistels. De emancipatiebeweging van de jaren zeventig was geheel langs de organisatie heen gegaan. Het was tijd om ernst te maken met het draagvlak voor wetenschap.’ Meijers zette zich energiek aan die taak. Niet alleen Hypothese ontstond in de jaren negentig, ook de wetenschapsquiz, de Paradisolezingen op zondag, de NWO-Huygenslezing, de jaarlijkse wetenschapsconferentie Bessensap, de ‘soeplezingen’ voor Kamerleden en persberichten in verschillende talen. Liesbeth van de Garde, jarenlang eindredacteur van Hypothese, vult aan: ‘We wilden vooral een vrolijk,  prikkelend blad maken, dat tot de verbeelding sprak en mensen aan het denken zette. We lieten onze successen zien, maar wilden ook discussies aanzwengelen over wetenschap en wetenschapsbeleid.’  De thema’s zijn klassiek: ‘politieke correctheid in de wetenschap’, ‘de toegenomen werkdruk aan de universiteiten’, ‘kwaliteitsbepaling in de wetenschap’ en ‘besnoeiingen op het technologiebeleid’ vulden ook meer dan twintig jaar geleden al de nodige kolommen.

2003 | Een keurig blad

Vanaf 2002 veranderde het klimaat bij NWO. Er kwam meer druk op de budgetten en de noodzaak  om aan de buitenwereld verantwoording af te leggen over wat NWO deed met het haar toevertrouwde geld werd steviger gevoeld. Speelsheid en onafhankelijkheid waren nu even wat minder belangrijk. Hypothese werd een communicatie-instrument. Was in de oude tijden de voorbereiding van elk nummer ‘dikke pret’, nu moest er serieus en soms moeizaam vergaderd worden, net zolang tot iedereen het over elke komma eens was. ‘Hypothese werd een keurig blad, waarin niet meer buiten de lijntjes gekleurd mocht worden’, stelt Liesbeth van de Garde terugblikkend. Zij verliet de redactie, en zo ook Hein Meijers. Bladenmaker Machteld Bouman was al aangetrokken om een nieuwe bladformule te ontwikkelen. Zij ging het blad later ook zelf maken. Dat was niet altijd makkelijk, vertelt Bouman: ‘Hypothese was stevig aan banden gelegd, en het productieproces onderworpen aan strikte procedures. Ook moest het blad verhullen dat NWO achter de schermen nog steeds een eilandenrijk was, waar elk eiland vasthield aan zijn eigen gebruiken en belangen. Om die façade van eenheid in het blad overeind te houden, kostte veel energie.’

Eilandencultuur

Na Boumans vertrek was oud-Leidsch Dagblad-journalist Caroline van Overbeeke zes jaar hoofdredacteur van Hypothese. Zij kreeg meer ruimte om het blad naar eigen inzicht te vullen. ‘Ik wilde van Hypothese een journalistiek blad maken met mooie resultaten van NWO-onderzoek.

Ik wilde lezers meer betrekken, want NWO opereert op grote afstand van haar klanten
- Caroline van Overbeeke

En ik wilde dat het zou samenbinden en dat lezers zich meer betrokken zouden voelen bij NWO, die toch op grote afstand van haar “klanten” functioneert.’ De uitdaging was niet alleen om een voor buitenstaanders aardig leesbaar blad te maken, vertelt Van Overbeeke, maar ook om de interne NWO-achterban betrokken te houden. Ook zij liep aan tegen een
‘ambtelijke’ manier van werken en de sterke eilandencultuur bij NWO, waardoor de redactievergaringen soms moeizaam verliepen. Hypothese was vóór de reorganisatie van NWO een professioneel ogend, bijna glossy relatiemagazine, dat achter de schermen de nodige hoofdbrekens kostte.

De Amsterdamse vormgever Corina van Riel werd in 2003 geselecteerd om een nieuwe look & feel voor Hypothese te ontwikkelen. Haar ontwerp viel in de smaak, en heeft – met een eenmalige opfrisbeurt – fier stand gehouden tot aan dit laatste nummer. Over haar ontwerp had ze goed nagedacht. ‘Wetenschappers zijn heldere denkers, dat wilde ik laten terugkomen in de vormgeving van Hypothese’, aldus Van Riel. ‘Er moest een stevige structuur zitten in het binnenwerk, helderheid en ruimte, en een typogra-fie met een zakelijke, klassieke maar niet ouderwetse uitstraling, die past bij NWO. Omdat het blad ook op leestafels en in bibliotheken kwam te liggen, moest de vormgeving uitnodigend en toegankelijk zijn. Die moest mensen verleiden om zich te verdiepen in onderwerpen die soms behoorlijk ver van hun bed stonden.’

Coveruitdaging

‘In 2015 was de oorspronkelijke vormgeving wat gedateerd geraakt en hebben we het blad gerestyled. Beeld kreeg een prominentere plaats, en er kwam minder tekst op een pagina. Het is allemaal wat “fruitiger” geworden.’ Het lastigste in al die jaren was om voor elk nummer weer een mooie, aansprekende cover te maken, vertelt Van Riel. ‘De onderwerpen waar die covers over moesten gaan waren vaak nogal abstract, zoals “open access publiceren”, “aanvraagdruk”, of “culturele dynamiek”.’ Maar toch ontstonden er creatieve, verrassende beelden, mede dankzij de inspanningen van vaste coverfotograaf Harry Meijer, die talloze fietstochten door Amsterdam ondernam op zoek naar de juiste props, en in zijn studio urenlang prutste aan precies de goede opstelling en belichting voor een pakkend coverbeeld. 

2017 | Wat vinden de lezers?

In 2017 liet NWO een lezersonderzoek uitvoeren onder tweehonderd van de zesduizend ontvangers van Hypothese. Ook al wordt het blad ongevraagd toegezonden, de meeste mensen zijn toch benieuwd wat erin staat, zo blijkt. Bijna 80 procent van de ontvangers heeft minimaal één van de laatste drie nummers op zijn minst ingekeken. Voor een relatiemagazine is dat een hoog bereik. Ook de waardering voor het blad is hoog. Meer dan de helft van de ontvangers geeft de inhoud een rapportcijfer van 8 of hoger. Voor de vormgeving geeft zelfs driekwart van de ontvangers een 8 of hoger. Met de ‘leesintensiteit’ is het dan weer niet zo gunstig gesteld. Na een beetje bladeren en scannen houden veel lezers het voor gezien.

Een grote speler

Dirk van Delft – in de beginjaren lid van de redactiecommissie, later wetenschapsredacteur bij NRC Handelsblad en directeur van Museum Boerhaave – vindt het niet verwonderlijk dat Hypothese veel lezers bereikt. ‘NWO is een grote speler en heeft ongelofelijk veel geld uit te delen. Dus het is wel de moeite waard om even kennis te nemen van wat NWO vindt. Ook op de wetenschapsredactie van NRC Handelsblad werd het blad gelezen, herinnert Van Delft zich.’

NWO is een grote speler. Dus het is wel de moeite waard om even kennis te nemen van wat NWO vindt.
- Dirk van Delft

Dat laatste geldt eveneens voor De Volkskrant, vertelt Martijn van Calmthout. In de begintijd schreef hij als freelance journalist voor Hypothese, later werd hij chef wetenschap bij De Volkskrant. ‘Wij kregen veel bladen toegezonden en de meeste opende ik niet. Maar Hypothese wel: even zien waar NWO mee bezig is en wat NWO zegt.’ Aan zijn betrokkenheid destijds als schrijver voor Hypothese heeft Van Calmthout belangstelling overgehouden voor hoe wetenschap is georganiseerd, vertelt hij. ‘Veel collega-journalisten zijn vooral geïnteresseerd in deeltjes of vogeltjes. Ik vind ook het bedrijf achter de schermen interessant.’ Zo interessant zelfs dat Van Calmthout onlangs overstapte van de Volkskrantredactie naar NWO-instituut voor subatomaire fysica Nikhef. Sinds september is hij daar hoofd communicatie.

2019 | begin van een nieuwe fase

Hypothese houdt op te bestaan, maar krijgt wel een opvolger: een magazine voor NWO-relaties, met een nieuwe naam, een nieuwe inhoud en een nieuw uiterlijk, passend in een nieuwe huisstijl die de huidige 25 jaar oude huisstijl zal vervangen. Ynte Hoekstra, hoofd communicatie van NWO, legt uit dat er bewust voor een papieren blad
is gekozen. Niet alleen hebben de geënquêteerde lezers hun voorkeur hiervoor uitgesproken, Hoekstra bespeurt ook behoefte aan een paar bestendige rustpunten in
een verder gefragmenteerde mediamix. Sinds een paar jaar communiceert NWO actief via Facebook, Twitter en LinkedIn. Te midden van die voortdurende
berichtenstroom zullen de NWO-website en het nieuwe blad vaste en herkenbare bakens zijn.

We hebben nu scherp wie we willen zijn, dit is het moment om veranderingen zichtbaar te maken
- Ynte Hoekstra

Het nieuwe magazine zal opnieuw meebewegen met de veranderende ambities van NWO, vertelt Hoekstra. ‘De NWO-organisatie is twee jaar geleden op de schop genomen. Het stof van die transitie is inmiddels neergedwarreld, er ligt een nieuwe strategie en we hebben nu scherp wie we willen zijn. Dit is het moment om die veranderingen zichtbaar te maken.’

Discussieplatform

In de opvolger van Hypothese zal NWO blijven uitleggen wat ze doet en waarom. ‘Maar meer dan voorheen zullen we ons openstellen voor kritiek, en een platform bieden voor discussie over actuele thema’s in de wetenschap en het wetenschapsbeleid.’ Onafhankelijk, zoals Hypothese in de beginjaren, wordt het nieuwe blad niet. Wel past het bij de nieuwe, verbindende en bemiddelende rol die NWO zich heeft aangemeten. ‘We hoeven niet per se altijd het voortouw te nemen, we zijn van én voor de wetenschap en we werken samen met onze natuurlijke partners, zoals de KNAW en de VSNU.’ Mooie onderzoeksresultaten komen ook in het blad, maar de tijd dat NWO een groot publiek moest laten zien hoe leuk en fascinerend wetenschap kan zijn, is voorbij. Hoekstra: ‘Er zijn inmiddels genoeg ander media die dat doen. Wat we wél willen laten zien is hoe belangrijk wetenschap is voor welzijn en welvaart in Nederland. Daarmee vergroten we het draagvlak voor onderzoek en helpen we onderzoekers.’ Komend voorjaar zal het eerste nummer van het nieuwe NWO-blad verschijnen. Dat markeert het einde van een tijdperk, de voltooiing van een transitie en het begin van een nieuwe fase.

Download