Bestuurlijke reactie NWO op evaluatie

12 oktober 2020

De commissie-Rinnooy Kan heeft haar eindrapport over de evaluatie van NWO openbaar gemaakt. Lees de reactie van de raad van bestuur van NWO op het rapport en de aanbevelingen van de commissie.

Reactie van de raad van bestuur op het evaluatierapport over de evaluatie van NWO

Geachte mevrouw Van Engelshoven,

De commissie-Rinnooy Kan heeft haar eindrapport over de evaluatie van NWO recent aan u aangeboden. De raad van bestuur van NWO maakt graag gebruik van de gelegenheid die hem geboden is om een reactie te geven op het rapport en de aanbevelingen van de commissie.
NWO heeft uitgekeken naar het evaluatierapport en is de commissie Rinnooy Kan voor dit rapport zeer erkentelijk, te meer gezien de uitdagende omstandigheden van de coronacrisis waarin de evaluatie uitgevoerd moest worden. NWO is trots op de resultaten die bereikt zijn in de periode 2013-2019. NWO voelt zich daarin gesterkt door de lof van de commissie voor de wijze waarop NWO haar missie en kerntaken heeft uitgevoerd, ook tijdens de transitie, en door de conclusie dat de transitie grosso modo geslaagd is. NWO waardeert de constructieve aanbevelingen van de commissie voor de toekomst. Op de belangrijkste conclusies en aanbevelingen geven we hieronder een korte reactie.

Positie in de samenleving en het kennissysteem

De commissie constateert een toegenomen waardering voor NWO bij onderzoekers, opdrachtgevers en kennisinstellingen en typeert NWO als dé speler om een rol als ‘spreekbuis’ en ‘rots in de branding’ voor de wetenschap te vervullen. Er is NWO veel aan gelegen om de schoonheid en het belang van de wetenschap nog beter onder de aandacht te brengen van het brede publiek, waarbij de hoofdrol toekomt aan de onderzoek(st)ers zelf. De RvB beschouwt het als een compliment dat de commissie NWO ziet als de aangewezen organisatie om het voortouw te nemen bij het uitzetten van de grote lijnen voor een nationale wetenschapsstrategie. NWO neemt die uitdaging graag aan, waarbij wij vanzelfsprekend samen op zullen trekken met de partners in het kennissysteem; NWO doet dat al als voorzitter van de kenniscoalitie. De commissie signaleert daarbij dat NWO meer speelruimte nodig heeft. In theorie is die speelruimte verzekerd door de ZBO-status van NWO; in de praktijk moet die speelruimte geborgd en bewaakt worden. De commissie merkt hierbij op dat er behoefte is aan vernieuwing van de relatie tussen NWO en OCW, en aan helderheid over de rol van OCW als eigenaar en opdrachtgever van NWO. Met de commissie achten we het van het allergrootste belang voor de wetenschap dat NWO in goede harmonie met OCW samenwerkt, elk vanuit de eigen rol, zodat NWO uitvoering kan geven aan de beleidsdoelen van OCW en aan onderzoeksvragen van andere ministeries, in het belang van de wetenschap en de impact ervan op de samenleving.
NWO geeft daarom graag opvolging aan de aanbeveling om met OCW het gesprek aan te gaan over de strategische langetermijnpositionering en aansturing van NWO en over de mogelijkheden om ook andere partijen dan universiteiten en hogescholen in de kennisketen te bekostigen. In laatstgenoemd verband wordt met name het NWA-programma door de commissie als een succes bestempeld.

Transitie en interne organisatie

De commissie doet een aantal aanbevelingen om de ingezette koers te bestendigen en de organisatie door te ontwikkelen. NWO zal de mogelijkheden om haar instrumenten in te delen naar analogie van Horizon Europe nader uitwerken; de aanbeveling hiertoe sluit mede aan op het KNAW-rapport Evenwicht in het wetenschapssysteem 1. Horizon Europe kent een pijler voor onderzoek gericht op wetenschappelijke excellentie en een pijler met meer aandacht voor onderzoek met maatschappelijke impact. NWO is van mening dat het onderzoek in beide pijlers nauw met elkaar verbonden is: ook onderzoek gericht op maatschappelijke impact moet aan wetenschappelijke kwaliteitseisen voldoen en onderzoek gericht op wetenschappelijke excellentie zal veelal op termijn ook maatschappelijke impact hebben.
De interne NWO-organisatie zal de aandacht krijgen die ze volgens de commissie nodig heeft. Dat geldt onder andere voor de organisatiestructuur die, behalve disciplinair onderzoek, ook interdisciplinair en domeinoverstijgend onderzoek soepel moet accommoderen. NWO heeft recent al diverse initiatieven genomen om de samenwerking tussen en over domeinen heen te verbeteren en ruimte voor interdisciplinair onderzoek beter te verankeren in de calls en evaluatieprocedures; de harmonisatie van het aanvraagproces maakt daar onderdeel van uit. In de doorontwikkeling van de organisatie zal speciale aandacht zijn voor WOTRO, NRO en SIA. Zij spelen elk een unieke rol in de kennisketen en hebben behoefte aan flexibiliteit, ontwikkelingsruimte en duidelijkheid over hun positionering op langere termijn. NWO onderschrijft ook de aanbevelingen die de commissie doet om een langjarige visie op de positionering van de instituten te ontwikkelen en meer dynamiek in het stelsel in te bouwen. NWO heeft zeer recent met de KNAW een Permanente Commissie Nationale Instituten ingesteld om dit proces samen met het wetenschapsveld op te pakken en de besturen van KNAW en NWO hierover te adviseren. Met ZonMW is een convenant opgesteld om de goede samenwerking voort te zetten en te verdiepen, zodat beide organisaties van elkaar kunnen blijven leren en waar mogelijk en wenselijk samen optrekken.

Transparantie en doelmatigheid

De commissie roept op tot meer transparantie over de totstandkoming en evaluatie van calls en financierings-besluiten daarbinnen. Voor wat betreft de evaluatie van de financieringsinstrumenten werkt NWO al samen met zusterorganisaties in Europa om procedures onderling af te stemmen, de resultaten te evalueren en daarvan te leren; ook intern heeft NWO een versterking van de monitoring en evaluatie van de programma’s en aanvraagprocedures in gang gezet. Een ander aspect betreft de transparantie van procedures voor onderzoekers. Zeker voor onderzoekers voor wie NWO nieuw is en voor nieuwe NWO-instrumenten als de NWA- en KIC-programma’s kunnen de processen onbekend en ingewikkeld zijn. We nemen de oproep van de commissie ter harte. De recente publicatie van het integrale overzicht van alle NWO-calls die binnen een jaar verwacht worden is een eerste stap in deze richting. NWO werkt ook aan verdere vereenvoudiging van het subsidie-instrumentarium, inclusief domeinoverstijgende harmonisatie van instrumenten. NWO zal zich blijven inspannen om, met inachtneming van de wettelijke richtlijnen, daarbij de juiste balans te vinden tussen ‘objectivity’ en ‘proximity’, zoals de commissie aanbeveelt. Zeker in programma’s met een brede beoordelingscommissie is het belangrijk om elk voorstel door de juiste experts te laten reviewen.

Aansturing en financiering van NWO

NWO onderschrijft de constatering van de commissie dat langjarige financiële kaders noodzakelijk zijn voor een effectieve inzet van de beperkte financiële middelen en voor rust en stabiliteit in het kennissysteem. Ook stemmen wij in met de conclusie van de commissie dat daarnaast aanvullende financiering noodzakelijk is om de verhouding tussen de inspanning van aanvragers en de kans op honorering te verbeteren. De commissie wijst terecht op de relatief lage budgetten voor onderzoek in Nederland, in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland en Zweden. Binnen de huidige financiële kaderstelling spant NWO zich samen met de VSNU in om de druk op het wetenschappelijk systeem, waaronder de aanvraagdruk, te verlagen2; we zullen de gezamenlijke maatregelen goed monitoren en evalueren. Deze maatregelen zullen de druk op het systeem slechts ten dele kunnen verlichten. Wij sluiten ons aan bij het pleidooi van de commissie voor verruiming van het wetenschapsbudget, onder andere voor rolling grants in de eerste geldstroom en voor uitbreiding van NWO-onderzoeksmiddelen die over de hele kennisketen kunnen worden ingezet. NWO heeft veel geïnvesteerd in de beweging naar Open Science en in de ontwikkeling van een nieuwe benadering van erkennen en waarderen van onderzoekers, waarin de traditionele kwantitatieve indicatoren zijn vervangen door een rijker begrip van kwaliteit van onderzoek. Ook dit maakt deel uit van de gezamenlijke inspanningen van NWO en VSNU.

Tot slot

De positieve evaluatie komt voor NWO op een markant moment. Te midden van turbulente ontwikkelingen in wetenschap en beleid is de organisatie door een ingrijpende, succesvolle transitie gegaan: er staat een daadkrachtiger NWO dat met een grotendeels hernieuwde RvB bij zal dragen aan Nederlands onderzoek van wereldklasse, dat wetenschappelijke en maatschappelijke impact heeft.

Met vriendelijke groet,

Prof. dr. C.C.A.M. Gielen
voorzitter raad van bestuur

1 Evenwicht in het wetenschapssysteem. De verhouding tussen ongebonden en strategisch onderzoek, KNAW-rapport, januari 2020
2 Integraal plan verlagen druk op het systeem, VSNU en NWO, brief gericht aan minister OCW, januari 2020

Bron: NWO