Financiering voor 18 nieuwe promovendi in de geesteswetenschappen

23 juli 2020

Achttien talentvolle aankomende onderzoekers krijgen financiering uit het programma Promoties in de geesteswetenschappen. Een breed scala aan onderwerpen passeert de revue in de onderzoeken die zij de komende tijd gaan doen: van taalverwerving en documentaires van migranten tot het gebruik van amuletten in het vroege christendom en de geschiedenis van het feminisme in beeldverhalen.

Doel van het programma Promoties in de geesteswetenschappen is om de aanwas en doorstroom van jong talent in de geesteswetenschappen een impuls te geven. Financiers zijn het Programmabureau Duurzame Geesteswetenschappen en het NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen. In totaal is met deze toekenningsronde ruim 3,5 miljoen euro gemoeid. Per gehonoreerd project wordt een matchingsbijdrage van ten minste 20 procent geleverd door de instelling die de aanvraag heeft ingediend.

Het besluitnemend orgaan, bestaande uit prof. dr. Frits van Oostrom (voorzitter Programmabureau Duurzame Geesteswetenschappen) en prof. dr. Anita Hardon (bestuursvoorzitter NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen), heeft op advies van de beoordelingscommissie de volgende projecten geselecteerd.

De volgorde is alfabetisch op naam van de aanvragers, de projecttitel is indicatief.

Het leren van taalregels
Aanvrager: Prof. dr. S.A. Avrutin - UU
Kandidaat: A.K. Kotsolakou

Bij het leren van hun moedertaal kunnen kinderen uit een zeer beperkt taalaanbod de voor die taal geldende algemene regels afleiden. We weten nog niet precies welk leermechanisme ten grondslag ligt aan dit vermogen en welke factoren hierop van invloed zijn. Dit project onderzoekt het effect van complexiteit in het taalaanbod op het vermogen van kinderen om regels af te leiden, op basis van het informatie‐theoretische Entropie Model van Taalkundige Generalisaties. Het project zal bijdragen aan onze kennis over de rol van complexiteit in regelafleiding, en adviezen opleveren voor interventies gericht op taalachterstand.

Ongemakkelijke voornaamwoorden in Limburgs-Nederlands taalcontact
Aanvrager: Prof. dr. A.M. Backus - UvT
Kandidaat: J. Piepers

In het Limburgse dialect wordt er soms over vrouwen gepraat met persoonlijke voornaamwoorden die in het Nederlands nogal vreemd of zelfs grof klinken. Zo kan een Limburger bijvoorbeeld over een vrouw zeggen dat het even de deur uit is, en dat ze hem hebben zien weggaan. Het lijkt erop dat deze voornaamwoorden negatieve bijbetekenissen beginnen te krijgen, en niet iedereen gebruikt ze nog. Dit project onderzoekt de effecten van talige en sociale factoren op de manier waarop mensen praten, om erachter te komen waarom het Limburgs dit doet en waarom het lijkt te veranderen.

Aspect in Talen zonder Aspect
Aanvrager: Prof. dr. L.C.J. Barbiers - LEI
Kandidaat: M.P.M. Bogaards

Zijn alle talen gelijk? Of zijn sommige talen preciezer of expressiever dan andere? Een klassiek antwoord is dat alle talen dezelfde betekenissen onder woorden kunnen brengen, ondanks vormelijke verschillen. Dit project stelt deze traditionele visie op de proef door talen te onderzoeken waarin aspect verregaand of beperkt is gegrammaticaliseerd. Een diepgravende vergelijkende casestudy van het Nederlands –een 'aspect-arme' taal bij uitstek– zal duidelijk maken of het Nederlandse uítdrukkingspotentieel fundamenteel verschilt van dat van 'aspectrijke' talen als het Chinees. De uitkomsten zullen bijdragen aan ons begrip van menselijke taal als cognitief vermogen, en ze zullen nuttig zijn voor het tweedetaalonderwijs.

Netwerken van geweld: de opkomst van (shabbiha) paramilitaire groepen in hedendaags Aleppo, Syrië
Aanvrager: Prof. dr. J. Demmers - UU
Kandidaat: A. Aljasem

Dit project onderzoekt de opkomst, mobilisatie, en het functioneren van paramilitaire groepen tijdens de burgeroorlog in Syrië. In oorlogen worden burgers vaak gezien als de slachtoffers van geweld. In Aleppo sloten burgers zich echter aan bij paramilitaire groepen en pleegden ze veel geweld. Dit project onderzoekt de rollen van netwerken, tussenpersonen en hun transacties in het mobiliseren van deze burgers.

Wie is er bang voor psychologie? Een reconstructie en heroverweging van het psychologismedebat
Aanvrager: Prof. dr. G.W. Dubbink - UvT
Kandidaat: P.T. van Gemert

Het onderscheid tussen filosofie en psychologie zoals we dat tegenwoordig kennen, is ontstaan in de 19e eeuw, na een fel debat over de rol van experimenten om bewustzijn te bestuderen. In deze discussie voerden een aantal Duitse filosofen de boventoon. Dit onderzoeksproject zal een licht werpen op de bijdragen van andere deelnemers, die in het historische onderzoek naar dit debat nauwelijks aan bod zijn gekomen. Aan de hand van archiefstudies en bibliometrische analyses zullen de deelnemers en hun bijdragen in kaart worden gebracht, om zo een genuanceerder beeld te krijgen van het debat waardoor de hedendaagse psychologie is ontstaan.

Van Bondgenoot tot Hegemoon: de verschuivende beelden van vroege Manchu-Khans over Tibet (1607-1735)
Aanvrager: Prof. dr. J.F.J. Duindam - LEI
Kandidaat: J.W.J. Eijk

De heersers van het Qing-rijk dat Tibet samenvoegde met het Chinese keizerrijk waren geen Chinezen, maar Mantsjoes. Dit onderzoek benadert Qing-Tibetaanse relaties vanuit het perspectief van de Mantsjoe-Khan, en gaat uit van Qing-Tibetaanse relaties als een continuüm. Het bestudeert de legitimering van de inlijving van Tibet vanuit het veranderende discours gebruikt door Qing Mantsjoe Khans. Door Mantsjoe, Tibetaanse, Mongoolse, en Chinese bronnen samen te brengen ontkoppelt dit onderzoek de Qing-Tibetaanse relaties van de overheersende geschiedenis waarin China centraal staat en interpreteert ze vanuit een nieuw oogpunt.

Over Eilanders en Buitenlanders: beleefde ervaringen van culturele ontmoetingen in de pre-koloniale Golf van Fonseca, Centraal Amerika
Aanvrager: Prof. dr. A.L. van Gijn - LEI
Kandidaat: M.M. Kolbenstetter

Hoe komt culturele identiteit tot stand in de context van multiculturele netwerken? Door het pre-koloniale verleden van de Golf van Fonseca te bestuderen, zal dit onderzoek een archeologisch perspectief bieden op deze vraag. Door middel van de studie van materiële cultuur wordt inzicht opgedaan in hoe de bewoners van het eiland El Tigre culturele interactie beleefden, te midden van een kruispunt van cultuur en handel, zodat dit project licht kan schijnen op de manier waarop culturele ontmoetingen zich materialiseerden in het pre-koloniale verleden.

Een halve waarheid is een hele leugen: Het doorgronden van sociaal wenselijk antwoorden in zelfrapportages
Aanvrager: Prof. dr. J.C.J. Hoeks - RUG
Kandidaat: E.L. Zaal

Sociaal Wenselijk Antwoorden (SWA) - inaccuraat rapporteren over jezelf om beter over te komen - is een belangrijk probleem voor onderzoek dat gebruikmaakt van interviews en vragenlijsten. Momenteel weten we nog steeds niet precies welke mechanismen aan SWA ten grondslag liggen en hoe we SWA moeten meten, voorspellen en reduceren. Dit promotievoorstel beschrijft een systematische aanpak van de methodologische en theoretische uitdagingen van SWA. De uitkomst is een vraagbeantwoordingsmodel met inbegrip van SWA. Gebruik van dit model leidt tot een hogere kwaliteit van zelf-rapportage data, dat toegepast wordt in beleidsvorming en het ontwerpen van onderzoek en interventies gericht op gedragsverandering.

Verzet tegen Saddam: De 1991 opstand en haar repressie
Aanvrager: Prof. dr. M. Kemper - UvA
Kandidaat: A. Taha

Dit project onderzoekt de oorsprong, oorzaken en het verloop van de opstand van 1991 in Irak, als casus van revoluties in dictaturen waar politieke organisaties onmogelijk waren. Door middel van archiefonderzoek en interviews zal worden onderzocht in hoeverre kleinschalig individueel verzet, naast andere vormen van organisatie zoals tribalisme en religie, bepalend was voor de opstand. Dit onderzoek biedt inzichten in hoe revolutionaire opstanden plaatsvinden, maar ook hoe politiek activisme ontstaat in autoritaire landen, waar traditionele politieke middelen onmogelijk zijn.

Van ingehouden woede tot bevrijdende razernij: Boosheid in hedendaagse prentenboeken
Aanvrager: Prof. dr. W.L.H. van Lierop-Debrauwer - UvT
Kandidaat: R.E. Borst

Vrouwen die hun boosheid uiten worden vaak weggezet als ‘hysterisch,’ ‘onredelijk’ en ‘incompetent’. Het idee dat boosheid niet gepast is voor vrouwen, wordt al vroeg aangeleerd. Niet alleen vinden kinderen boosheid normaler bij jongens dan bij meisjes, meisjes beginnen ook al vroeg in hun ontwikkeling negatieve emoties te verbergen. Naast de opvoeding, thuis en op school, spelen media een rol in de socialisatie van genderverschillen. Dit onderzoeksproject richt zich op hedendaagse prentenboeken en onderzoekt welke sociaal-emotionele normen over boosheid deze boeken aan kinderen overdragen.

Verandering in gebruik, een verandering in behoeften? Het gebruik van amuletten van de eerste eeuw v. Chr. tot de vroegchristelijke wereld
Aanvrager: Prof. dr. L. de Ligt - LEI
Kandidaat: P.M.M. Kret

Dit onderzoeksproject bestudeert veranderingen in het gebruik van amuletten in een periode van transitie: van Grieks-Romeinse religies naar het Christendom. Dit wordt bestudeerd met behulp van ‘omcirkelen’: het idee dat amuletten gebruikt werden om lichamen en ruimtes te omringen en te beschermen. Door amuletten zo te bestuderen worden de objecten zelf en de gebruikscontext ingezet om religieuze keuzes en motivaties van het antieke individu te duiden, specifiek de rol die objecten hadden in de omgang met alledaagse onzekerheden.

De opmars van New Public Management in het Nederlandse en Vlaamse universitaire bestuur, 1980-2020
Aanvrager: Prof. dr. P.D. Nyíri - VU
Kandidaat: F.J.N. van Berckel Smit

Dit project onderzoekt de opmars van New Public Management (NPM) binnen Nederlandse en Vlaamse universiteiten vanaf de jaren tachtig. NPM is uitvoerig onderzocht, maar er bestaan nog veel onduidelijkheden over de feitelijke praxis en concrete uitdagingen die gepaard gingen met de introductie van NPM op Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Het ontbreekt aan historisch onderzoek met aandacht voor detail, de concrete bestuurlijke praktijk en de specifieke context. Dit project behelst daarom historisch, vergelijkend onderzoek naar vier universiteiten. Het project beoogt de opmars van NPM op Nederlandse en Vlaamse universiteiten tussen 1980 en 2020 inzichtelijk te maken.

Het ontstaan van complexe syntactische constructies in Russische Gebarentaal en Nederlandse Gebarentaal
Aanvrager: Dr. R. Pfau - UvA
Kandidaat: E. Khristoforova

Deze studie onderzoekt de ontwikkeling van complexe zinnen in Russische Gebarentaal en Nederlandse Gebarentaal. In de eerste fase van dit project geven we een beschrijving van nevengeschikte zinnen, complementaire en bijvoeglijke bijzinnen in deze talen gebaseerd op een combinatie van methoden (corpusonderzoek, elicitatie, grammaticaliteit beoordelingstesten). In de tweede fase combineren we verschillende theoretische benaderingen om de ontwikkeling van deze constructies te verklaren. De resultaten van dit onderzoek zullen bijdragen aan onze kennis over het ontstaan van complexe structuren in menselijke talen en nieuw inzicht geven in modaliteitsafhankelijke patronen.

Cinematische Ethiek van Migratie: Auto-Etnografische Migrantenperspectieven in Hedendaagse Documentaires
Aanvrager: Prof. dr. P.P.R.W. Pisters - UvA
Kandidaat: N. Denic

Terwijl in de media migranten doorgaans als ofwel slachtoffer of dader worden afgeschilderd, gebruiken migranten zelf verschillende media om hun eigen ervaring van migratie en leven in Europa uit te drukken. Door het gebruik van audiovisuele en narratieve middelen om hun eigen perspectief en positie in het Europese migratiedebat te presenteren, bieden zij een veelzijdige representatie van diverse ervaringen van migratie. Welke nieuwe ethische perspectieven bieden hedendaagse auto-etnografische documentaires op migratie in Europa?

De verwerving van TOPIC in autistische en normaal-ontwikkelende Nederlandstalige kinderen en adolescenten
Aanvrager: Prof. dr. J.C. Schaeffer - UvA
Kandidaat: H.F. Reynolds

Alle autistische kinderen hebben moeite met sociale communicatie en pragmatiek (taal-in-context). Sommigen ervaren ook moeilijkheden in andere taalkundige en/of cognitieve domeinen. Deze studie onderzoekt de verwerving van TOPIC (waar de zin over gaat), een cruciaal element in sociale communicatie. De relatie tussen TOPIC verwerving en cognitieve ontwikkeling wordt verkend in autistische en normaal-ontwikkelende Nederlandstalige kinderen/adolescenten, inclusief potentiële verschillen tussen jongens en meisjes. De resultaten zullen leiden tot aanbevelingen voor verbeterde en gedifferentieerde interventie voor autistische jongens en meisjes en bijdragen aan theorieën over TOPIC (-verwerving) en cognitie.

Feminisme op de tekentafel: visies op het feministische verleden in beeldverhalen
Aanvrager: Prof. dr. E.L. Sitzia - UM
Kandidaat: V. Belia

In het afgelopen decennium verschenen opvallend veel Engelstalige beeldverhalen over de geschiedenis van het feminisme, een symptoom van de centrale positie van feminisme in de hedendaagse cultuur en samenleving. Dit PhD project bestudeert de esthetische en politieke betekenis van dergelijke werken. Het project onderzoekt hoe deze beeldverhalen nieuwe relaties tussen het heden, verleden en de mogelijke toekomst van het feminisme vertolken.

Religieuze contra-identiteiten in het anti-immigratie discours van radicaal-rechts in Europa
Aanvrager: Prof. dr. J.P.R.M. Wils - RU
Kandidaat: K.I.M. Smeets

Ondanks dat processen van secularisering in Europa hebben geleid tot de seculiere visie op religie als een achtergebleven en anti-moderne ideologie, lijkt het secularisme een nieuwe alliantie te zijn aangegaan met het christendom in het anti-immigratie discours van radicaal-rechts. Rechts-populistische leiders en leden van de extreem-rechtse identitaire bewegingen in het bijzonder, maken gebruik van een politieke retoriek waarin de islam tegenover ‘het christelijk Europa’ wordt geplaatst. Dit onderzoek bestudeert waarom en hoe deze contraidentiteiten worden geconstrueerd in de seculiere context van radicaal-rechts in Europa, met bijzondere aandacht voor Nederland.

Mainstreaming van het spel: digitale participatiecultuur en collectieve identiteit in de Nederlandse gaming gemeenschap, 1985 – 2020
Aanvrager: Prof. dr. B. Wubs - EUR
Kandidaat: A.F. Heslinga

Dit project bestudeert de geschiedenis van collectieve identiteit in Nederlandse gaming gemeenschap die sinds de jaren tachtig is ontstaan rond participatieculturen. De centrale vraag van het onderzoek is: 'hoe hebben vroege gamers de identiteit van gamers bepaald in deze eerste software-gemeenschappen, en hoe is de game-identiteit opnieuw bepaald via nieuwe manieren van participatie, zoals online games en gamestreaming?' Zowel text mining als kwalitatieve onderzoeksmethoden worden toegepast op bronnen zoals consumentenpublicaties, webchats, gearchiveerde gameplay en gamestreams om uitingen van lidmaatschap, grenzen en verbondenheid in de Nederlandse gaming gemeenschap te analyseren.

 

Bron: NWO