Kinderbescherming: flinke verschillen tussen Nederland, Engeland en Duitsland

13 november 2019

Uit internationaal onderzoek is gebleken dat in Nederland het systeem voor kinderbescherming ingewikkeld is, er relatief weinig contact met de kinderen in kwestie is en het lang onduidelijk blijft wat er met kinderen gaat gebeuren. Seksueel misbruik wordt relatief weinig gemeld. Wel is er intensieve hulp voor gezinnen en zijn er minder uithuisplaatsingen.

Hestia project

Hoogleraar Orthopedagogiek Hans Grietens (Rijksuniversiteit Groningen) leidde onderzoekers uit Nederland, Engeland en Duitsland die de aanpak van kindermishandeling en -verwaarlozing van deze landen vergeleken in een door NORFACE gefinancierd onderzoeksproject binnen het programma ‘Welfare State Futures’. Toen het onderzoek startte, in 2015, had Nederland net het stelsel van jeugdzorg herzien. Jeugdzorg was vanaf toen een taak van de gemeenten, en er was 15 procent minder budget.

Moeilijk uit te leggen

Ook vóór de stelselwijziging was het systeem in Nederland 'Eerlijk gezegd best ingewikkeld', volgens Grietens. 'Je hebt de landelijke Raad voor de Kinderbescherming en het regionaal georganiseerde meldpunt Veilig Thuis, die een verschillende manier van werken hebben. Dat is allemaal moeilijk aan een Duitser uit te leggen.'

De onderzoekers vergeleken wetten, beleid en aanpak van kindermishandeling en -verwaarlozing. Ze bestudeerden vierhonderd dossiers per land en ondervroegen professionals, kinderen en ouders die te maken hebben gehad met onderzoek naar meldingen van kindermishandeling.

Minder contact met het kind

Er is in Nederland minder contact met de betrokken kinderen dan de Nederlandse wet voorschrijft en dan professionals denken. Grietens: 'Je moet voorkomen dat een kind zijn verhaal al te vaak moet doen, maar het is niet zo mooi dat hulpverleners en kinderrechters in Nederland soms helemaal niet met het kind praten. Alleen met ouders en bijvoorbeeld de school. In Engeland doet men veel moeite om ook met jonge of zwaar getraumatiseerde kinderen in gesprek te gaan en ook in Duitsland voelen kinderen zich meer gezien. In Nederland schiet dat er met name door tijdgebrek vaak bij in.'

In Engeland onderzoekt men na een melding snel uit wat er is gebeurd en komt er een beslissing over de toekomst van het kind: komt het in een pleeggezin, kan het zelfs geadopteerd worden? 'Voordeel daarvan is dat een kind snel weet waar het aan toe is: in Nederland kan lang onduidelijk blijven of een kind thuis blijft wonen of niet', zegt Grietens.

Gevoelig door Nazi-verleden

In Nederland worden minder kinderen uit huis geplaatst dan in Duitsland. Grietens: 'Er ligt nadruk op family life en we investeren in Nederland veel in het begeleiden van gezinnen met pedagogische programma's.' Duitsland kan daarvan leren, maar daar ligt ingrijpen in de privésfeer gevoelig vanwege het verleden. 'In de Nazi-tijd en ook in de Stasi-tijd heeft de overheid serieus gefaald. Daarom moet het nu voorzichtiger.'

Seksueel misbruik wordt in Nederland minder vaak gemeld dan in Engeland en Duitsland, terwijl niets erop wijst dat het minder vaak voorkomt. Grietens: 'De Raad voor de Kinderbescherming is van die uitkomst geschrokken en kan er nu mee aan de slag.'

Meer informatie

Het project ‘Hestia’ werd gefinancierd binnen het NORFACE-onderzoeksprogramma Welfare State Futures. NORFACE (New Opportunities for Research Funding Agency Cooperation in Europe) is een samenwerkingsverband van nationale onderzoeksfinanciers uit twintig Europese landen op het terrein van de maatschappij- en gedragswetenschappen.

Hans Grietens is hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Bron: NWO