Rockers zijn wit, én kleurenblind

15 oktober 2019

Soul- en rapmuziek horen bij de ‘zwarte’ cultuur, zoals klezmer bij de joodse hoort en salsa en tango bij Latijns-Amerika. Wie uit een van die groepen stamt, of er graag bij wil horen, kan aansluiting zoeken via de muziek. Maar dat country, dance en rock-‘n-roll typisch ‘witte’ muziekstijlen zijn, daar staat eigenlijk niemand bij stil. Behalve Julian Schaap dan, universitair docent Cultuursociologie aan de Erasmus Universiteit. Hij promoveerde vrijdag 11 oktober cum laude met financiering uit het NWO-programma Promoties in de geesteswetenschappen.

Rock concert Las Vegas, Nevada. foto: Jeffrey J. Coleman |shutterstock.com

Schaap sprak 27 Amerikaanse en Nederlandse rockfans, liet ruim 900 respondenten associëren bij plaatjes en spitte 577 recensies van rockconcerten door. Uit alles bleek dat de rock-‘n-roll van de witte mannen is, zonder dat dit ooit ergens expliciet wordt gemaakt. Dat terwijl de grondleggers – zoals Chuck Berry en Big Mama Thornton – van Afro-Amerikaanse komaf waren. Maar platen- en filmproducenten in het gesegregeerde Amerika van de jaren 1950 zochten er liever witte artiesten bij, zoals Elvis Presley, omdat die beter verkochten. Rock-‘n-roll is toen dus doelbewust witgewassen, en sindsdien wit gebleven.

Niet dat rockfans er bewust op uit zijn om anderen buiten te sluiten, vertelt Schaap. Maar ze associëren hun muziek uitsluitend met wit-zijn, ook niet-witte mensen doen dat trouwens. Een Afro-Amerikaanse rocker wordt door recensenten al snel vergeleken met artiesten uit de soul-scene, ook al is hier in muzikaal opzicht geen reden toe. En treedt een Afro-Amerikaanse zangeres toe tot een rockband, dan wordt al snel gezegd dat ze ‘soulelementen’ naar binnen haalt. Schaap sprak een paar Turks-Nederlandse meiden en een Hindoestaans-Nederlands jongen die dol waren op rockmuziek, maar zich toch niet welkom voelden op concerten, terwijl ook het thuisfront hen ontmoedigde om daar naartoe te gaan.

Racisme zonder boze opzet

‘Het opmerkelijke is dat het witte van rockmuziek onzichtbaar is voor de witte mensen zelf’, zegt Schaap. ‘Daarmee is mijn onderzoek meteen een eyeopener. Het ging over een schijnbaar triviaal onderwerp, waar mensen niet direct geagiteerd op reageren. Maar het laat goed zien hoe racisme werkt. Zonder boze opzet, dus daders opsporen is nutteloos. Je kunt beter zoeken naar breed gedeelde categoriseringen die zowel witte als niet-witte mensen inzetten om de chaos om hen heen te ordenen. Waar de witte cultuur dominant is, zijn die stereotypen voor witte mensen geen probleem; zij kunnen ze makkelijk negeren. Niet-witte mensen hebben er wél last van.’ Zo toont de rockscene racisme in een notendop.

Meer informatie

Julian Schaap (1988) promoveerde op het proefschrift Elvis has finally left the building? Boundary work, whiteness and the reception of rock music in comparative perspective aan de Erasmus Universiteit met financiering uit het NWO-programma Promoties in de geesteswetenschappen. Promotor was prof. dr. C.J.M. van Eijck, co-promotor dr. P.P.L. Berkers.

Bron: NWO