Inclusieve ontwikkeling in Sub-Sahara-Afrika

Inzichten vanuit het RIDSSA onderzoeksprogramma

19 september 2019

Het onlangs afgeronde RIDSSA-programma beoogde bij te dragen aan inclusieve ontwikkeling in Sub-Sahara-Afrika. De zeventien projecten hebben onderzocht hoe ontwikkelingsprocessen zo kunnen worden ingericht dat ook het welzijn van arme en kwetsbare mensen toeneemt wanneer de algemene welvaart verbetert.

Beeld: Alamy

Binnen RIDSSA zijn zeventien projecten gefinancierd via drie thematische calls: productieve werkgelegenheid, strategische actoren en sociale bescherming. De projecten genereerden niet alleen evidence-based inzichten op deze thema's, maar ontwikkelden ook praktische adviezen en beleidsaanbevellingen voor beleidsmakers en andere belanghebbenden. Zo hebben zij kunnen bijdragen tot duurzame inclusieve groei in de landen waar het onderzoek is uitgevoerd.

Een onderzoeksbenadering voor impact

Beeld: Shutterstock

NWO-WOTRO stimuleerde een onderzoeksbenadering voor impact binnen het RIDSSA-programma om zo een bijdrage te kunnen leveren aan duurzame inclusieve verandering door gerichte kennisdelingsactiviteiten. De belangrijkste projectvereisten binnen deze aanpak bevatten onder meer

  • de aansluiting bij de wensen van belanghebbenden uit de praktijk;
  • inter- en transdisciplinaire consortia en;
  • de ontwikkeling van een aanpak van en activiteiten voor kennisuitwisseling.

De onderzoeksteams werden geacht belanghebbenden continu te betrekken gedurende het onderzoek om zo de relevantie te waarborgen: vanaf het moment dat de onderzoeksvragen werden geformuleerd tot aan de het opstellen van de adviezen op basis van inzichten. De inter- en transdisciplinaire consortia, met onderzoeks- en praktijkorganisaties uit zowel het Zuiden als het Noorden, zorgden voor een bredere en systematische benadering, waarbij interdisciplinaire- en praktijkkennis werd geïntegreerd. Een andere projectvereiste was de ontwikkeling van een kennisuitwisselingsbenadering en -activiteiten om zo een dialoog aan te gaan en te werken aan de relevantie van onderzoek met belanghebbenden - inclusief beleidsmakers - buiten het consortium. Deze activiteiten omvatten workshops, (interim) beleidsoverzichten, blogs, video's, televisie-interviews en radio-items.

De resultaten van vier jaar onderzoek

De bevindingen van het programma zijn gepubliceerd in een reeks syntheserapporten over de drie thema's - productieve werkgelegenheid, sociale bescherming en strategische actoren - en in een overkoepelend syntheserapport (de links naar de rapporten staan onderaan deze pagina).

De belangrijkste prioriteit voor veel Afrikaanse regeringen is het scheppen van werkgelegenheid. De projecten die productieve werkgelegenheid bestudeerden, waren gericht op sectoren met een hoog potentieel, zoals landbouw, (IT-)diensten en infrastructuur. Interventies moeten gericht zijn op het verbeteren van de toegang tot banen, met name voor vrouwen en jongeren. Activiteiten gericht op het aanbieden van meerdere diensten, waaronder onderwijs en (harde en zachte) vaardigheidstraining, mentoring op lange termijn, verbetering van bezit van activa (bijvoorbeeld grond) en sociale netwerken, bleken het meest effectief.

Een ‘inclusiviteitslens’ is nodig om meer inzicht te krijgen van wie baat heeft bij beleid en interventies

De onderzoeksprojecten over sociale bescherming concludeerden dat deze niet alleen een krachtig instrument zijn om armoede te verlichten en te voorkomen dat mensen in armoede vervallen, maar ook een belangrijk beleidsinstrument om economische, sociale en politieke uitsluiting en kwetsbaarheid aan te pakken. Interventies op het gebied van sociale bescherming moeten dan wel gericht zijn op het bouwen van duurzame systemen. Als zodanig vragen deze projecten om de sociale bescherming niet meer als een vangnet te zien, maar als een 'empowerment' strategie.

De projecten over strategische actoren illustreerden het belang van betrokkenheid van 'grass roots' bij ontwikkelingsprocessen, de noodzaak om coalities te bouwen en voor collectieve actie. Uit de projecten blijkt zelfs dat verandering soms kan worden aangedreven door actoren zonder formele beslissingsbevoegdheid, zolang ze maar samenwerken en de juiste allianties vormen.

Het overkoelende syntheserapport over inclusieve ontwikkeling concludeerde dat interventies om armoede te verminderen niet automatisch ongelijkheid verminderen. Een ‘inclusiviteitslens’ is nodig om meer inzicht te krijgen in wie baat heeft bij beleid en interventies en wie niet (of er zelfs door wordt geschaad). Interventies zijn het meest effectief wanneer ze op maat worden gemaakt en gericht zijn op verbeteringen in verschillende beleidsdimensies.

Over RIDSSA

Picture: Alamy

Het Research for Inclusive Development in Sub-Saharan Africa (RIDSSA) onderzoeksprogramma is recent afgerond. Dit programma van acht miljoen euro en zeventien projecten werd gefinancierd door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en beheerd door NWO-WOTRO Science for Global development in samenwerking met het Kennisplatform INCLUDE. Om bij te dragen aan duurzame inclusieve groei in Sub-Sahara-Afrika, werden ambitieuze doelen gesteld in termen van wetenschappelijke vooruitgang en beleidsrelevantie en heeft het programma hoogwaardige en relevante resultaten opgeleverd. Dit bleek onder andere uit een reeks syntheserapporten.

Als onderdeel van de afronding van het programma heeft NWO-WOTRO Science for Global Development opdracht gegeven aan Syspons voor een externe evaluatie om de prestaties van WOTRO te beoordelen en zo (mogelijke) toekomstige onderzoeksprogrammering te verbeteren.

Lees verder (in het Engels)


Bron: NWO