Drie projecten toegekend in ronde ERA-Net RegSys

6 juni 2019

In de ronde ‘ERA-Net Regional Energy Systems (RegSys)’ zijn drie projecten toegekend. Er was ca. 2,1 miljoen euro beschikbaar gesteld door het NWO-Domein Exacte & Natuurwetenschappen, het NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen, en het TKI Urban Energy. Men gaat onderzoek doen naar het verbeteren van regionale energiesystemen, samen met andere Europese landen.

Met de financiering zullen onderzoekers aan Nederlandse kennisinstellingen worden aangesteld. De call valt onder de NWO-bijdrage 2018-2019 aan de Topsector Energie.

De gehonoreerde projecten richten zich op de regionale aspecten van slimme energiesystemen.

Hieronder de drie toegekende projecten:

Flexibiliteit voor Slimme Stedelijke Energiesystemen
Flexibility for Smart Urban Energy Systems (FlexSUS)
Dr. Y. Ghiassi-Farrokhfal (m), Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit
Een uitdaging voor het nieuwe energiesysteem is dat zonnecellen en windmolens soms veel en soms weinig energie produceren. Om dat op te vangen kun je bv. meer energie opslaan in batterijen, maar je kunt ook een overschot van de ene vorm (bv. elektriciteit) omzetten in een andere vorm (bv. warmte). Maar in welke optie kun je nu het beste investeren? Om gemeenten te helpen ontwikkelt dit project een applicatie die zulke beslissingen ondersteunt. Om tot een bruikbare applicatie te komen wordt samengewerkt met vijf gemeenten in Zweden en Denemarken.

Deelnemende instellingen en bedrijven: Erasmus Universiteit, Technische Universiteit Denemarken, Technische Universiteit Chalmers, Universiteit Linköping, het bedrijf Tekniska Verken, en de gemeenten Lygby-Taarbaek, Göteborg, Holbaek, Roskilde, en Linköping.

Synergie bij regionale inzet van duurzame energie door conversie van elektriciteit naar gas
Synergies Utilising renewable Power REgionally by means of Power To Gas (SuperP2G)
Prof. dr. M. Mulder (m), Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Rijksuniversiteit Groningen
Als het hard waait of er veel zon is ontstaat er regelmatig een overschot aan elektriciteit. Het aanbod aan elektriciteit is op dat moment hoger dan de vraag. Elektriciteit kan worden opgeslagen in bv. batterijen, maar ook omgezet worden in duurzaam aardgas. Dit wordt wel “Power2Gas (P2G)” genoemd. Gas kan langer opgeslagen worden dan elektriciteit, en kan gebruikt worden in apparatuur die alleen voor gas geschikt is (koken, verwarmen met CV). Er bestaan wel testfaciliteiten voor P2G, maar er zijn nog geen commerciële installaties. In dit project worden testlocaties in vijf landen bestudeerd, en gekeken wat er nodig is om tot commercieel succesvolle installaties te komen.

Deelnemende instellingen en bedrijven: Rijksuniversiteit Groningen, Technische Universiteit Denemarken, Universiteit van Bologna, Engler-Bunte-Instituut, Johannes Kepler Universiteit, Advanced Energy Technology Institute “Nicola Giordano”, het Deense Gastechnologie-instituut, Gastechnologie instituut DBI, innovatiefonds Skive, de energiebedrijven Terna en Gasunie, waterbedrijf Hera, gas- en waterbedrijf DVGW, het Italiaanse Biogas Consortium, Gas Infrastructuur Europa, de Engineering Group, en diverse gebruikersassociaties in Nederland, België, Duitsland, Denemarken en Oostenrijk.

Top-down energieprojecten als katalysatoren voor bottom-up lokale energie-initiatieven
TOP-down energy projects as catalysators for bottom-UP local energy initiatives (TOP-UP)
Prof. dr. L. Steg (v), Faculteit Psychologie, Rijksuniversiteit Groningen

Warmtenetten transporteren warm water naar woonwijken voor het verwarmen van huizen. Vaak wordt het water duurzaam verwarmd, bijvoorbeeld door “restwarmte” te gebruiken. Restwarmte ontstaat als bijproduct van bv. elektriciteitsproductie in een kolen- of gascentrale, en werd tot nu toe meestal “geloosd”. In dit project wordt gekeken hoe warmtenetten beter geïntegreerd kunnen worden met het elektricteitsnetwerk. Gekeken wordt hoe overschotten in het ene net kunnen worden gebruikt in het andere. Er zijn hierbij kansen voor lokale actoren (consumenten) en bedrijvensectoren (bv. landbouw, industrie) om meer te gaan participeren in het energiesysteem. Bijvoorbeeld door hun apparatuur voor opslag van energie ter beschikking te stellen, of door zelf opgewekte energie aan te bieden. Zo leiden “top-down” ingrepen zoals de aanleg van een warmtenet tot meer “bottom-up” participatie. De studies zullen plaatsvinden in o.a. Groningen en Kopenhagen.

Deelnemende instellingen en bedrijven: Rijksuniversiteit Groningen, Technische Universiteit Denemarken, de bedrijven Enpuls/Enexis, Powerchainger en Høje-Taastrup District Heating, en de gemeenten Groningen, Høje-Taastrup.

Bron: NWO