NWO-enquête onder tweeduizend aanvragers

Onderzoekers: ‘Kijk niet alleen naar wetenschappelijke kwaliteit’

23 mei 2019

Twee derde van de onderzoekers staat positief of neutraal tegenover het tellen van publicaties om wetenschappers en hun subsidieaanvragen te beoordelen. Ook vindt een meerderheid dat er per vakgebied gerust andere beoordelingscriteria mogen bestaan. Dit blijkt uit een enquête die de redactie van het nieuwe relatiemagazine van NWO liet uitvoeren onder bijna tweeduizend onderzoekers.

Aanleiding voor deze enquete is de nieuwe beloningsstructuur die NWO, VSNU, NFU en ZonMw dit jaar ontwikkelen. Daarin moet niet de impactfactor, maar kwaliteit, talentontwikkeling en maatschappelijke relevantie centraal staan. NWO verkent in dialoog met het wetenschappelijk veld nieuwe benaderingen voor het waarderen en belonen van wetenschappers.

Op verzoek van NWO vroeg onderzoeksbureau Markteffect tweeduizend aanvragers bij NWO naar hun mening over het huidige beoordelingssysteem, de criteria die een rol moeten spelen bij een subsidieaanvraag en de mate waarin beoordelingscriteria per vakgebied zouden mogen verschillen.

Van de onderzoekers aan Nederlandse kennisinstellingen lijkt 34 procent af te willen van het sys­teem dat bibliometrische gegevens gebruikt om wetenschappers te beoordelen. Een derde staat positief tegenover het huidige systeem, nog een derde staat er neutraal tegenover. Van de man­nen en de bèta’s staat zeven op de tien po­sitief of neutraal tegenover het huidige systeem. Het zijn vooral vrouwen (41 procent), alfa’s en gamma’s (46 procent) die kritisch zijn op de be­staande manier van belonen en waarderen.

Bijdrage aan maatschappij

Op dit moment is de wetenschappelijke kwaliteit doorslaggevend bij het al dan niet ontvangen van een subsidieaanvraag. We vroegen de onderzoekers ook waaróp ze beoordeeld willen worden. Ze konden 100 procent verdelen over de volgende aspecten: wetenschappelijke kwaliteit, maatschappelijke impact, onderwijs, leiderschap & talentontwikkeling en overig.

Volgens de enquête willen wetenschappers bij een aanvraag voor zestig procent beoordeeld worden op de wetenschappelijke kwaliteit die ze leveren. Dat klinkt logisch, het gaat immers om een aanvraag voor onderzoek. Desondanks is het opvallend dat onderzoekers – uit álle vakgebieden – bij een subsidieaanvraag óók beoordeeld willen worden op hun bijdrage aan de samenleving (19 procent), op leiderschap (10 procent), en op het onderwijs (8 procent).
 

In welke mate vindt u dat onderstaande criteria zouden moeten meetellen bij uw subsidieaanvraag voor onderzoek?

 

Criterium Totaal (n=748) Vaste aanstelling (60%) Tijdelijke aanstelling (32%)
Wetenschappelijke kwaliteit 60% 63% 55%
Maatschappelijke impact 19% 18% 20%
Onderwijs 8% 7% 10%
Leiderschap en talentontwikkeling 10% 10% 12%
Andere criteria 3% 2% 3%

 

Criterium Exacte en natuur-wetenschappen (44%) Maatschappij en gedrags-wetenschappen (28%) Geestes-wetenschappen (9%) Technische wetenschappen (9%) 
Wetenschappelijke kwaliteit 62% 59% 65% 53%
Maatschappelijke impact 16% 21% 15% 26%
Onderwijs 8% 9% 8% 8%
Leiderschap en talentontwikkeling 10% 9% 9% 11%
Andere criteria 3% 2% 3% 3%

 

 

Liever valide dan objectief

Omdat NWO en ZonMw op dit moment vormen van beoordeling verkennen die niet zijn gebaseerd op publicaties, vroeg Markteffect wat onderzoekers belangrijk vinden bij het ontwikkelen van nieuwe criteria. Moeten ze vooral meten wat je wilt meten (valide), moeten ze objectief en onderling vergelijkbaar zijn, of zijn andere aspecten belangrijk? Om de respondenten te dwingen tot prioriteren, mochten ze maximaal twee antwoorden geven. Van de 748 respondenten vinden 441 dat de beoordeling vooral valide moet zijn. Dat is duidelijk meer dan objectief (292) of onderling vergelijkbaar (254). Hier is een interessant kruisverband gevonden: respondenten die positief staan tegenover het huidige systeem vinden objectiviteit belangrijker (50 procent) dan respondenten die hier negatief tegenover staan (26 procent).

Onderscheid tussen disciplines

Een zesde van de respondenten geeft aan ook andere aspecten belangrijk te vinden. In de toelichtingen kwam het toepassen van maatwerk het vaakst naar voren. De beoordeling moet ‘contextueel’ zijn: afhankelijk van het vakgebied, de discipline en het profiel van de wetenschapper. ‘Stem de beoordeling af op het specifieke traject en de prestaties van de aanvrager. Het is belangrijk om een diversiteit van geselecteerde aanvragers te hebben, die het pluralisme van academisch werk en de samenleving als geheel weerspiegelt.’

De spontane antwoorden sluiten nauw aan bij de stelling in de laatste vraag: ‘Ik vind dat er per vakgebied andere beoordelingscriteria mogen zijn.’ Daar is het maar liefst 86 procent het mee eens.

De online enquête is in april 2019 uitgevoerd door bureau Markteffect in opdracht van NWO. Het bureau benaderde 1940 onderzoekers die in de eerste drie maanden van 2019 een aanvraag bij NWO hebben ingediend voor onder andere Veni- en Vici-beurzen, de open competitie van NWO-domeinen ENW en TTW, en promotiebeurzen in de geesteswetenschappen. De volledige rapportage van Markteffect is beschikbaar, een artikel erover staat in het relatiemagazine van NWO, Onderzoek.

Lees hier de volledige rapportage van Markteffect


Meer informatie


In de gedrukte versie van het magazine zijn de cijfers in de tabel "In welke mate vindt u dat onderstaande criteria zouden moeten meetellen bij uw subsidieaanvraag voor onderzoek?" verkeerd ingevoerd. Deze cijfers horen bij de vraag in welke mate de onderstaande criteria van belang zijn bij het functioneren als wetenschapper. De cijfers in dit artikel (en in de online PDF) zijn wel juist.

Bron: NWO

Contact

Drs. Gaby van Caulil Drs. Gaby van Caulil +31 (0)30 6001298 g.vancaulil@nwo.nl