Boekrecensies voor gewone lezer explodeerden na Eerste Wereldoorlog

11 oktober 2018

Het aantal boekrecensies voor 'gewone lezers' explodeerde in het Nederland van na de Eerste Wereldoorlog. Dat stelt de door NWO gefinancierde literatuurwetenschapper Ryanne Keltjens (Rijksuniversiteit Groningen). Zij promoveerde op het werk van de recensenten Gerard van Eckeren, Roel Houwink en Anthonie Donker. Die recenseerden niet alleen 'hoge' literatuur, maar ook familieromans, psychologisch-realistische boeken en boeken van vrouwen.

Critisch Bulletin

Het onderzoek van Ryanne Keltjens is bijzonder omdat Nederlandse literatuurwetenschappers die de periode tot de Tweede Wereldoorlog bestudeerden, zich tot nu toe vooral hadden gericht op de 'hogere' literatuurkritiek. Daardoor is volgens Keltjens de publieksliteratuur aan het zicht onttrokken. ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat er een bloeiende praktijk was van voorlichten en informeren van het algemene publiek.’

Volgens Keltjens besteden de zogeheten 'bemiddelende critici' Eckeren, Houwink en Donker veel aandacht aan literaire genres die populair waren bij het leespubliek. Ook boeken van vrouwelijke schrijvers werden uitgebreid besproken en aangeprezen. Maar, er waren grenzen. Detectives en avonturenverhalen kwamen niet door de selectie. Die boekjes werden, zelfs door deze critici, als oppervlakkig, leeg en commercieel beschouwd.

Kennismaking met 'goede' boeken

Keltjens laat zien dat Van Eckeren, Houwink en Donker zo veel mogelijk mensen wilden laten kennismaken met 'goede' boeken. Ze experimenteerden met journalistieke stijlen, schreven in dagbladen, hielden lezingen en spraken via de toen hypermoderne radio. Van Eckeren was zelf uitgever van het goedlopende boekentijdschrift Den Gulden Winkel. Houwink schreef in dat tijdschrift en was eind jaren twintig veelgevraagd voor de radio-uitzendingen van de AVRO, de NCRV en de VPRO. Donker richtte het modern-journalistieke recensietijdschrift Critisch Bulletin op waarmee hij lezers op de hoogte bracht van het recente boekenaanbod.

Uit het onderzoek van Keltjens blijkt dat de 'bemiddelde' literatuurkritiek voor een groot publiek in de jaren dertig terrein verloor ten opzichte van de 'hogere' literatuurkritiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het literaire leven nagenoeg stil. Maar na de oorlog werden nieuwe publiekstijdschriften opgericht met recensies en informatie over literatuur. Keltjens: ‘Ook deze naoorlogse initiatieven hebben in literatuurgeschiedschrijving en wetenschappelijk onderzoek nog nauwelijks aandacht gekregen.’

Meer informatie

Ryanne Keltjens (1984) promoveert op 4 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar promotors zijn Erica van Boven en Mathijs Sanders. Keltjens proefschrift is getiteld 'Boekenvrienden: Bemiddelende kritiek in Nederlandse publiekstijdschriften in het interbellum'. Keltjens studeerde in 2010 cum laude af in de Nederlandse Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze werkte enkele jaren in het bedrijfsleven. In 2013 startte ze haar promotieonderzoek dat valt onder het NWO-onderzoeksproject 'Dutch Middlebrow Literature 1930-1940: Production, Distribution, Reception' met financiering uit de Vrije competitie. Sinds eind 2016 werkt Keltjens bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Bron: NWO