Vijf toekenningen in Open Programma voor aard- en levenswetenschappen

17 juli 2018

In het Open Programma voor aard- en levenswetenschappen heeft het domeinbestuur ENW vijf projectvoorstellen goedgekeurd. De onderwerpen zijn tuberculosebacteriën, trekvogels, warmteflux, broedvogels en centriolen. In dit pakket heeft de commissie 26 aanvragen beoordeeld.

Vanaf 1 augustus 2018 kunnen onderzoekers aanvragen indienen voor nieuwsgierigheidsgedreven, ongebonden fundamenteel onderzoek in twee nieuwe financieringsinstrumenten voor de open competitie van het NWO-domein Exacte en Natuurwetenschappen (ENW): één instrument voor kleinschalige projecten en investeringen en één voor grootschalige projecten. Deze nieuwe open competitie vervangt onder andere het Open Programma voor aard- en levenswetenschappen.
De vijf toegekende projecten zijn:

Conjugative plasmids of Mycobacteria: a tale of two secretion systems
Prof. dr. W. Bitter, VUmc
De rol van conjugatie in de evolutie van tuberculosebacteriën en hun naaste verwanten.
Bacteriën hebben geen vermenging van hun erfelijk materiaal bij de voortplanting, maar dat betekent niet dat ze geen DNA uitwisselen. Dit doen ze zelfs erg efficiënt met behulp van conjugatie. Deze uitwisseling heeft grote gevolgen voor de evolutie en aanpassing van bacteriën, denk aan antibiotica resistentie. Recent onderzoek heeft aangetoond dat ook de familie waar de tuberculosebacterie toe behoort conjugatie vertoont. Echter, deze bacteriën doen dat op een hele andere manier dan tot nu toe bekend is. In dit project wordt onderzocht hoe deze nieuwe conjugatie precies gebeurt en wat voor invloed deze heeft op de evolutie van deze bijzondere bacteriën.

Do wintering conditions constrain adaptation to climate change in migrants?
Prof. dr. ir. C. Both, RUG
Is Afrika bepalend hoe trekvogels reageren op warmer klimaat?
Trekvogels die overwinteren in Afrika lijden onder het verdwijnen van leefgebied, en moeten door klimaatsverandering steeds eerder in Europa aankomen om op het juiste moment te broeden. Dit onderzoek richt zich op hoe bonte vliegenvangers die in Ivoorkust overwinteren, en elk voorjaar in slechts twee weken naar Nederland trekken, zich voorbereiden op die trek. Is voedselbeschikbaarheid bepalend voor wanneer vogels kunnen vertrekken aan het einde van de droge tijd? Met ultralichte dataloggertjes worden de vliegenvangers het hele jaar gevolgd, waarmee de grenzen van het aanpassingsvermogen in Europa en Afrika kunnen worden bepaald.

Extreme Greenland melt events: filling knowledge gaps in the contribution from sensible heat
Prof. dr. M.R. van den Broeke, UU
Sterke smelt van de Groenlandse ijskap: nieuwe meetmethoden van de voelbare warmteflux.
Warmte die door turbulente wervelingen wordt onttrokken aan de lucht, de zogenoemde voelbare warmteflux, is een belangrijke bron van energie voor het smelten van ijs aan de randen van de Groenlandse ijskap, vooral als deze smelt sterk is. Uit dit gebied, dat slechts 10 procent van de ijskap beslaat, komt meer dan 80% van alle smeltwater van Groenland. Ondanks dit grote belang zijn de huidige meetmethoden van de voelbare warmteflux ontoereikend. In dit project worden gedurende drie jaar automatische metingen uitgevoerd in het ablatiegebied van de ijskap in west Groenland om aan deze belangrijke onzekerheid een einde te maken.

Coping with phenological mismatch: how an insectivorous migrant shorebird may mitigate the negative effects of a warming Arctic by prey and patch selection
Dr. J.A. van Gils, NIOZ
Aanpassingsvermogen van hoogarctische broedvogels aan vroeger verschijnend voedsel.
Door steeds vroeger smeltende sneeuw verschijnen insekten in de poolstreken ook steeds vroeger. Kuikens van insektenetende vogels komen echter niet eerder uit het ei, met vermoedelijk negatieve gevolgen voor hun groei en overleving. In Noordoost Groenland worden de nestvliedende Drieteenstrandloperkuikens gevolgd tot ze vliegvlug zijn om hun uitkomstdatum, dieet (vastgesteld met moderne genetische technieken) en plekkeuze binnen beide studieplekken te relateren aan hun groei en overleving. Vervolgens wordt bekeken in hoeverre (verminderde) kuikenoverleving de populatiedynamiek van Drieteenstrandlopers beïnvloedt.

Molecular mechanisms controlling centriole elongation: dissecting the centriolar cap
Prof. dr. Anna Akhmanova, UU
Regulatie van de groei van centriolen door een moleculair kapje.
Tijdens celdeling wordt het genetische materiaal van één cel verdeeld over twee nieuwe cellen. Deze verdeling wordt gestuurd door een centraal gelegen cellulaire organel, het centrosoom. Een centrosoom bevat twee centriolen, tonvormige structuren die zich eveneens verdelen tijdens de celdeling. Bij de verdubbeling van een centriole worden negen filamenten symmetrisch verankerd rondom een koetswielvormige basis. Deze studie onderzoekt hoe een moleculair 'kapje' zorgt dat de centriolen de juiste afmetingen krijgen.

Bron: NWO