Sportonderzoek verbindt: de resultaten van vijf jaar onderzoek

8 juni 2018

Het Onderzoeksprogramma Sport maakt na vijf jaar de balans op. De 25 projecten hebben veel kennis en bruikbare producten en innovaties opgeleverd voor het verbeteren van sportprestaties, de rol van sport in de samenleving en voor het verbeteren van vitaliteit en gezondheid. Onderzoekers, belanghebbenden en gebruikers uit het bedrijfsleven en publieke instanties werkten nauw samen om de verbinding tussen onderzoek en praktijk te waarborgen. De resultaten van het Onderzoeksprogramma Sport zijn gebundeld in een dynamisch digitaal magazine dat op 11 juni 2018 is aangeboden aan de opdrachtgevers VWS, NOC*NSF, Regieorgaan SIA en aan het veld van sport en bewegen tijdens de afrondende bijeenkomst in Amersfoort.

Cover digitale magazine 5 jaar sportonderzoekDigitale magazine 5 jaar sportonderzoek

Onderzoeksprogramma Sport

Het programma dat van 2012 tot 2017 liep, had tot doel om het wetenschappelijk onderzoek op het terrein van (top)sport en bewegen te versterken, kwalitatief hoogwaardige en duurzame kennis op te bouwen en die in te zetten voor de praktijk. In het onderzoek kreeg de gerichtheid op de praktijk van meet af aan vorm doordat belanghebbenden en gebruikers uit relevante sectoren participeerden in de projecten. Zij waren betrokken bij het ontwerpen en uitvoeren van de projecten en de realisatie van implementatie en valorisatie. Stuurgroepvoorzitter Cathy van Beek: ‘Het programma Sport heeft de afgelopen vijf jaar mooie resultaten opgeleverd. Er staat inmiddels een stevige infrastructuur voor sportonderzoek en wetenschap en praktijk weten elkaar veel beter te vinden.’

Pijlers en projecten

Het onderzoeksprogramma bestond uit drie pijlers. In de pijler Meedoen stond sportparticipatie en de betekenis daarvan voor de samenleving centraal. Zo onderzocht dr. Martine Prange van de Universiteit Leiden antwoord op vragen wat vrouwenvoetbal als snelst groeiende sport ter wereld betekent voor de emancipatie van vrouwen. En hoe kunnen voetballende meiden serieuzer genomen worden? In Presteren, de tweede pijler, stond het optimaliseren van (top)sportprestaties en bevorderen van innovaties centraal. Aan de Radboud Universiteit onderzochten  dr. Arne Nieuwenhuys en prof. dr. Michiel Kompier de factor slaap. Slaap is een van de belangrijkste herstelmechanismen van het menselijk lichaam. Voor topsporters is goede slaap dus essentieel voor hun prestaties. Een project vond antwoord op vragen als hoeveel en hoe goed slapen topsporters eigenlijk? En wat helpt om eventuele slaapproblemen te verbeteren? In de derde pijler Vitaal lag de focus op het bevorderen van vitaliteit en gezondheid door sportief bewegen. Dr. Tim Takken van het UMC Utrecht onderzocht hoe jongeren met een motorische ontwikkelingsstoornissen volop mee kunnen doen aan sport en spel. Want voor deze kinderen is sporten niet vanzelfsprekend.

De resultaten van alle 25 projecten zijn terug te vinden in het digitale magazine waar ook columns van onder andere topzeiler Marit Bouwmeester, interviews met topsporters zoals Anna van der Breggen, facts en figures en nog veel meer te vinden zijn.

Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen 2017-2020

Inmiddels is er een nieuw Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen voor de periode 2017 tot 2020 gestart. Dit programma biedt net als de NWA (o.a. vanuit de NWA-route sport en bewegen) ook voor de komende periode volop kansen voor onderzoek op het terrein van sport en bewegen.

Meer informatie


Bron: NWO