Tijd voor gendergelijkheid bij klimaatmaatregelen

25 mei 2018

“Politieke invloed blijkt lastig, maar invloed uitoefenen op maatschappelijk niveau lukt wel.” Dit was een van de bevindingen van dr. Parvin Sultana, projectleider van Community Based Adaptive Learning in the management of Conflicts and Natural Resources (CALCNR), een van de zeven projecten uit het door DFID/NWO-WOTRO gefinancierde programma Conflict and Cooperation in the Management of Climate Change (CCMCC) dat bijeenkwam in Kathmandu (Nepal) om de gevolgen van conflicten en klimaatverandering voor vrouwen te bespreken.

Er werden voor elk van de projecten voorbeelden gedeeld van een betere samenwerking en meer integratie van vrouwen. Uit onderzoek naar de problemen waarmee vrouwen te maken hebben, bleek echter dat er weinig aandacht is voor de manier waarop gender wordt ervaren en begrepen op organisatieniveau. De vertegenwoordiging van vrouwen is benadrukt als vereiste in projecten en beleid, maar zolang er niets verandert op het gebied van macht en besluitvorming, is de vooruitgang beperkt.

Tijdens de tweedaagse workshop bleek dat de rol van vrouwen in de besluitvorming en de relevantie van mannelijke en vrouwelijke factoren belangrijk zijn voor de klimaatsectoren. Het doel van de workshop was het delen van lessen en aanbevelingen over gender, conflicten, samenwerking en klimaatbeheer, die gebruikt kunnen worden door collega-onderzoekers, beleidsmakers en donoren bij het ontwerpen en uitvoeren van toekomstige programma's om te zorgen dat gender meer is dan alleen een aanvulling op klimaatbeleid en -projecten.

“Capaciteitsopbouw voor vrouwen is noodzakelijk en heeft een aantal voordelen opgeleverd in de vorm van meer gelijkheid bij de samenwerking, maar meestal op lokaal niveau. Er is slechts in beperkte mate sprake van echte verandering,” aldus dr. Deepa Joshi, die heeft gewerkt aan de projecten Hydropower  Development en Peri-Urban Water Security. “Er is weinig aandacht besteed aan het faciliteren van een leidende rol van vrouwen, met name op hogere besluitvormingsniveaus. Verandering wordt beperkt door structurele omstandigheden en attitudes.”

Meer dan 39 partners hebben bijgedragen aan de zeven projecten, die in de afgelopen vijf jaar in twaalf landen actief zijn geweest op het gebied van zeven onderzoeksthema's. Hoewel elk project een andere onderzoeksfocus had, vormde de impact op de meest kwetsbare mensen bij elk project een kernonderdeel. Vanwege reeds bestaande genderongelijkheid worden vrouwen onevenredig zwaar getroffen door de klimaatverandering en de daarmee samenhangende conflicten. Hoewel er veel ontwikkelingsinspanningen zijn om vrouwen mondiger te maken en te zorgen dat niemand achterblijft, is empowerment van vrouwen niet genoeg. “Mannen moeten erbij betrokken worden, zij moeten erkenning hebben voor de participatie van vrouwen en hen daarbij aanmoedigen. Daarnaast moeten vrouwen zelf het belang van empowerment inzien,” aldus Gyanu Maskey van het project Conflict and Cooperation over REDD+. Dr. Poshendra Satyal van hetzelfde project vertelde dat REDD+ de status quo niet in twijfel trekt en dat door ongelijke toegang tot beleidsinterventies conflicten kunnen ontstaan of worden verergerd.

Er werden successen en uitdagingen van de projecten uitgewisseld bij het vergroten van de participatie van vrouwen en gendergelijkheid. Daarbij ging het om het gebruik van adaptatie- en mitigatiemiddelen, fora en gemeenschapsbijeenkomsten, waaruit verschillende maatschappelijke groepen profijt hebben getrokken. Uit de projecten bleek dat verandering mogelijk is en daadwerkelijk plaatsvindt, maar wel met wisselende snelheid en op verschillend niveau, waarbij vaak sprake is van symboliek in plaats van zinvolle vooruitgang. De bevindingen over gender bij de CCMCC-projecten zijn vaak divers en afhankelijk van de context, en nieuwe problemen zijn meestal specifiek voor projecten en landen.  Toch kan de kennis uit deze bevindingen gebruikt worden als basis voor toekomstig onderzoek.

Uit het onderzoek in het kader van het door DFID/NWO-WOTRO gefinancierde CCMCC-programma is gebleken dat klimaatverandering niet per se de belangrijkste drijvende factor achter conflicten is, maar deze vaak wel kan uitlokken. Daarom moet het een essentieel onderdeel vormen van beleid, planning en beheer van natuurlijke hulpbronnen. Bij elk van de projecten werd vastgesteld dat genderongelijkheid bijdroeg aan conflictsituaties die verband hielden met adaptatie, mitigatie of klimaatverandering.

De consortia hebben de volgende aanbevelingen gedaan om de conflictgevoeligheid ten aanzien van  gender te vergroten in beleid over natuurlijke hulpbronnen en klimaatinitiatieven:

  • In alle stadia van projecten en beleid met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering moet er beter en kritischer gekeken worden naar gender en andere vormen van sociale differentiatie.
  • Bij het opzetten van programma's moeten vrouwen niet worden beschouwd als losstaande doelgroep, maar als medeactoren die een rol spelen binnen de grotere kaders. Bij de keuze van doelgroepen moet gekeken worden naar categorieën vrouwen, met name gemarginaliseerde groepen.
  • Er moet leiderschapscapaciteit voor vrouwen worden ontwikkeld en er moeten structurele veranderingen worden doorgevoerd om deze vrouwen kansen te bieden bij de besluitvorming.
  • Er zijn langetermijninvesteringen en -inzet nodig voor een grotere mondigheid van de gemarginaliseerde groepen.
  • Op organisatieniveau moeten cultuur, structuur, gedrag en houding worden veranderd om te zorgen dat de gestelde doelen op het gebied van rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en empowerment worden bereikt. Bij vakopleidingen moet specifiek aandacht besteed worden aan gendergevoeligheid.
  • Er zijn voorvechters nodig die zorgen dat vrouwen hun verhaal kunnen doen en gehoord worden, door de ervaringen van gemarginaliseerde vrouwen in een ruimer kader aan bod te laten komen.
  • Donoren moeten meer druk op regeringen uitoefenen om te zorgen dat vrouwen door participatiequota in besluitvormingsfora over klimaatverandering daadwerkelijk een stem krijgen.
  • Er is samenwerking en coördinatie tussen donoren nodig voordat ze projecten opstellen. Hiermee wordt voorkomen dat mislukte projecten worden herhaald en wordt voortgebouwd op geslaagde projecten waarin genderoverwegingen doeltreffend zijn geïntegreerd in een brede context.

Bron: NWO