Nederlands onderzoek gaat test diepzeemijnbouw begeleiden

22 mei 2018

Vier Nederlandse onderzoekers gaan deelnemen aan een internationale expeditie over de milieu-effecten van diepzeemijnbouw. NWO stelt hiervoor 600.000 euro ter beschikking in het kader van de bijdrage aan de topsector water.

JPI Oceans, het Europese platform voor zeeonderzoek, organiseert een internationale wetenschappelijke vaartocht onder de naam ‘MiningImpact2’. Die wil de milieueffecten van diepzeemijnbouw gaan bestuderen. Vanwege de wereldwijd stijgende vraag naar metalen wordt er onderzocht of de delving van mangaanknollen in de diepzee haalbaar is. Deze knollen bestaan uit een mengsel van diverse metalen en komen veel voor in de diepzee. Het is echter onbekend wat de schade van delving zou zijn voor het milieu. De vaartocht zal wetenschappelijk vernieuwende inzichten brengen én een belangrijke bijdrage leveren aan de opstelling van internationale milieurichtlijnen voor diepzeemijnbouw. De expeditie zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2019 plaatsvinden.

Miningimpact

De vaartocht MiningImpact2 gaat metingen doen vóór, tijdens en na de allereerste commerciële mijnbouwtest ooit van polymetallische knollen op de diepzeebodem. De bedrijven die de test uitvoeren zijn akkoord met de opzet van een onafhankelijk, wetenschappelijk meetprogramma. Duitsland stelt voor deze expeditie het onderzoeksschip Sonne kosteloos ter beschikking en neemt daarmee het leeuwendeel van de kosten op zich.

MiningImpact2 is een vervolg op een eerdere expeditie naar diepzeemijnbouwgebieden waaraan ook Nederlandse onderzoekers deelnamen. Bij deze succesvolle expeditie ('MiningImpact1') werden metingen gedaan aan intacte en kunstmatig verstoorde diepzeesystemen. De uitkomsten ervan hebben al tot spraakmakende publicaties (bijvoorbeeld in Nature) en internationale beleidsdiscussies op hoog politiek niveau (G7 conferentie) geleid. Ook in de Oceanennotitie van het Nederlandse Kabinet komt deze expeditie terug.

Onderzoeksschip Sonne. Beeld: Jens Klostermann/Wikimedia CommonsAfbeelding: Onderzoeksschip Sonne. Beeld: Jens Klostermann/Wikimedia Commons

Nederlandse bijdrage

Vier Nederlandse onderzoeksgroepen hebben meegedaan aan de call en werden voor deelname aan de expeditie geselecteerd. De vier Nederlandse onderzoeksgroepen staan onder leiding van Henko de Stigter (NIOZ), Cees van Rhee (TU Delft), Jack Middelburg (UU) en Sabine Gollner (NIOZ). Zij onderzoeken de impact van de sediment pluim, de weerbaarheid van soorten op verstoringen en de effecten op ecosystemen.

De Stigter gaat een netwerk van sensoren op de diepzeebodem installeren dat de verspreiding van de pluim van opgewerveld sediment kan meten. De verzamelde data kunnen wiskundige modellen over het gedrag van de sedimentpluim calibreren en toetsen. Voor een beter inzicht in de fysische interactie van de sedimentpluim met het omringende water en de zeebodem bouwt Van Rhee in het Dredging Research Laboratory van de TU Delft een testtank waarin het gedrag van de sedimentpluim op schaal wordt nagebootst. Middelburg gaat middels in situ experimenten onderzoeken welk effect de pluim heeft op typische diepzeedieren als sponzen en koralen die hun voedsel uit het water filteren, en hoe dit verder doorwerkt in de voedselketen. Gollner zal met rekolonisatie-experimenten testen of kunstmatige knollen, die de natuurlijke polymetallische knollen vervangen, herstel van diversiteit na afloop van de ontginning kunnen bevorderen. Zij onderzoekt daarbij hoe het onderliggende gesteente zelf, en ecosysteem-engineers zoals sponzen die op knollen leven, het herstel beïnvloeden.

Bron: NWO