ALMA brengt het inwendige web van een stellaire kraamkamer in beeld

8 maart 2018

Nieuwe gegevens van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) en andere telescopen zijn gebruikt om een spectaculaire afbeelding te maken van een web van filamenten in de Orionnevel. De afgebeelde structuren lijken roodgloeiend heet, maar in werkelijkheid zijn ze zo koud dat astronomen een bijzondere telescoop als ALMA moeten gebruiken om ze te kunnen waarnemen.

Deze spectaculaire en ongewone afbeelding toont een deel van de bekende Orionnevel, een stervormingsgebied op ongeveer 1350 lichtjaar van de aarde. Ze is een combinatie van een mozaïek van millimetergolflengte-opnamen van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) en de IRAM 30-meter telescoop, weergegeven in rood, en een vertrouwder ogende infraroodopname van het HAWK-I-instrument van ESO’s Very Large Telescope (blauw gekleurd). De groep heldere blauwwitte sterren linksboven is de Trapezium-sterrenhoop, die uit jonge, hete sterren van slechts een paar miljoen jaar oud bestaat.

De sliertige, vezelachtige structuren op deze grote opname zijn lange filamenten van koud gas, die alleen waarneembaar zijn met telescopen die in het millimetergolflengtebereik werken. Op zowel optische als infrarode golflengten zijn ze onzichtbaar, wat ALMA tot een van de weinige instrumenten maakt waarmee astronomen hen kunnen onderzoeken. Dit koude gas leidt tot de vorming van nieuwe sterren: het stort onder de kracht van zijn eigen zwaartekracht geleidelijk ineen totdat het voldoende is samengeperst om een ​​protoster te vormen – de voorloper van een ster.

De wetenschappers die de gegevens hebben verzameld waarop deze opname is gebaseerd, hebben deze filamenten onderzocht om meer te weten te komen over hun structuur en samenstelling. Ze gebruikten ALMA om te zoeken naar sporen van het diazenyliumgas waaruit deze structuren deels bestaan. Bij dit onderzoek wist het team een ​​netwerk van 55 filamenten te identificeren.

De Orionnevel is het dichtstbijzijnde grote stervormingsgebied en is om die reden een geliefd onderzoeksobject voor astronomen die beter proberen te begrijpen hoe sterren ontstaan en zich tijdens hun eerste paar miljoen jaar ontwikkelen. ESO-telescopen hebben dit interessante gebied al diverse keren waargenomen. Kijk hierhier en hier voor meer informatie over eerdere ontdekkingen.

Deze afbeelding is gebaseerd op in totaal 296 afzonderlijke datasets van de telescopen ALMA en IRAM, wat haar tot een van de grootste hoge-resolutiemozaïeken van een stervormingsgebied maakt die tot nu toe op millimetergolflengten zijn gemaakt.

Bron: Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA)