Prestatieprikkels voor ziekenhuizen lijken nauwelijks te helpen

13 februari 2018

Helpen financiële prikkels om prestaties van ziekenhuizen te verbeteren? In de Verenigde Staten leidt het belonen van uitkomsten niet tot kwalitatief betere zorg, zo wijst een grootschalige studie uit naar het Amerikaanse ‘value based purchasing’-programma voor ziekenhuizen. De effecten zijn ‘beperkt’ en ‘teleurstellend’. Dat concluderen Igna Bonfrer en collega’s in een artikel in The British Medical Journal (BMJ). Bonfrer werkte een jaar met Rubiconfinanciering van NWO aan de Harvard T.H. Chan School of Public Health.

Medisch personeel controleert apparatuur Foto: ShutterstockFoto: Shutterstock

Gezondheidszorg leidt niet altijd tot betere gezondheid van patiënten vanwege suboptimale inrichting van gezondheidszorgsystemen. Daarom zijn onder meer in de Verenigde Staten beloningen bedacht die afhankelijk zijn van behaalde zorguitkomsten, in de hoop dat er betere zorg door ontstaat. Hielp dat? Uit een studie aan Harvard University binnen 1189 Amerikaanse ziekenhuizen blijkt het langdurig deelnemen aan zo’n programma nauwelijks verschil op te leveren als het gaat om procesverbetering of sterftecijfer.

De onderzoeksgegevens hebben betrekking op een periode van tien jaar, waarbij gegevens van 1,4 miljoen Medicare-patiënten – een sociaal verzekeringsprogramma uit 1965 van de Amerikaanse federale overheid – van 65 jaar en ouder zijn betrokken. Er gaan stemmen op om in Nederland óók gewenste zorguitkomsten financieel te belonen. ‘Onze bevindingen zijn dus van belang voor de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg,’ zegt Igna Bonfrer.

Chronisch hartfalen

Bonfrer vergeleek 214 Amerikaanse ziekenhuizen die jaren geleden al vrijwillig zijn begonnen met belonen van betere zorguitkomsten, met 975 ziekenhuizen die veel later, bij de introductie van Obamacare startten. Zij keek naar klinische processcores, patiënttevredenheid en het sterftecijfer bij een aantal aandoeningen, zoals chronisch hartfalen. Hoewel processen en uitkomsten verbeterden gedurende dit decennium, waren de verbeteringen in de ziekenhuizen die al eerder vrijwillig waren gestart niet groter dan in de ziekenhuizen die pas later met value based payments startten.  

Bonfrer: ‘En dat is teleurstellend voor zo’n immens programma. De beperkte omvang van de beloning heeft hier een rol gespeeld, zo vermoeden wij – maximaal 2 procent van de totale Medicare-inkomsten én voor een beperkte set van aandoeningen, dat is karig. Tevens is met een grote hoeveelheid indicatoren gemeten. Je kunt waarschijnlijk beter de beloning verhogen en de set indicatoren terugbrengen tot een handvol die voor patiënten van belang zijn.’

De wijze waarop in de Verenigde Staten het systeem van value based purchasing in één klap bij de ziekenhuizen is ingevoerd was onverstandig. ‘Er lijkt weinig te zijn geleerd van het vrijwillige programma. Je kunt beter eerst experimenteren op kleine schaal om te kijken wat wel en wat niet werkt. Dat gaan we nu in Nederland doen met een aantal initiatieven op het gebied van Value Based Health Care’.

Bonfrer pleit dan ook voor een aantal doordachte experimenten op basis van kennis uit het buitenland om vervolgens te kunnen beoordelen of het verstandig is om deze activiteiten landelijk uit te bouwen.

Meer informatie

I.E.J. (Igna) Bonfrer (1986) voerde met Rubiconfinanciering het project ‘Pay-for-performance to improve the quality of health care in high and low income countries’ uit aan Harvard University. Zij is universitair docent Global Health Economics en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Harvard T.H. Chan School of Public Health.

 

Bron: NWO