Limburger bijzonder sterk in verschillen horen tussen woordmelodieën

30 januari 2018

In de zin ‘Höbse noe ‘ne knien gekóch?’ (Heb je nou een konijn gekocht?) kan de Limburger uit Roermond het woord ‘knien’ met maar liefst acht verschillende melodieën uitspreken. De kunst om subtiele woordmelodieverschillen te horen hebben ze van baby af aan onder de knie. Nederlandse baby’s ook, maar bij hen slijt het na verloop van tijd. Limburgers onthouden het. Taalwetenschapper Stefanie Ramachers onderzocht dit fenomeen met NWO-financiering uit het programma Promoties in de geesteswetenschappen. Zij promoveert 31 januari aan de Radboud Universiteit.

De Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk aan het Munsterplein in Roermond Munsterkerk in RoermondMunsterkerk in RoermondDe Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk aan het Munsterplein in Roermond

Het Limburgs is een zogenoemde toontaal. Voor Nederlanders zijn de woorden ‘been’ en het meervoud ‘benen’ duidelijk te onderscheiden door het aantal lettergrepen. Maar als iemand uit Roermond dit in het Limburgs zegt, dan heeft hij het in beide gevallen over bein; het verschil zit hem in de melodie, of in de woorden van de taalwetenschapper: de toon.

Limburgers staan bekend om hun zangerige spraak. In het Limburgs kan de melodie waarmee een woord wordt uitgesproken de betekenis veranderen. Deze ‘lexicale toon’ kent het standaard Nederlands niet. Hij geeft het Limburgs zijn kenmerkende melodieuze klank. Het Limburgse woord zeeve kan bijvoorbeeld ‘zeven’ (het getal) of ‘zeven’ (het werkwoord) betekenen, afhankelijk van de melodie waarop het woord wordt uitgesproken.

Toonhoogteverschillen binnen woorden

Stefanie Ramachers deed promotieonderzoek naar de verwerving van deze toonhoogteverschillen binnen woorden in het Limburgs. Ze vergeleek baby’s van 6 tot 12 maanden oud, die opgroeiden binnen een Limburgssprekend gezin, met baby’s uit andere delen van Nederland. Ramachers: ‘Als je baby’s telkens hetzelfde woord, op dezelfde manier uitgesproken, laat horen gaan ze zich na verloop vervelen en raken ze afgeleid. Laat je vervolgens het woord horen met een andere toon, dan blijkt hun aandacht in één keer weer gevangen. Zo onderving ik de onmogelijkheid op baby’s met vraag en antwoord te onderzoeken.’

Uit Ramachers’ onderzoek blijkt verrassend genoeg dat Limburgse én Nederlandse baby’s dezelfde gevoeligheid voor toon hebben.

Naar aanleiding van deze bevinding volgde een vervolgonderzoek bij volwassenen. Ramachers vergeleek Limburgers met niet-Limburgers door ze onzinwoorden met verschillende toonhoogtes te laten horen en ze keek hoe goed beide groepen de verschillen tussen die woorden konden horen. De Limburgse proefpersonen bleken aanmerkelijk beter dan Nederlanders. Ze waren ook heel goed in het horen van subtiele verschillen binnen één woordmelodie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld sprekers van het Mandarijn Chinees, die in eerder onderzoek met name uitblonken in het horen van verschillen tússen woordmelodieën. De Limburgers zijn dus nog toongevoeliger dan we al dachten.

Het toonsysteem van het Limburgs verschilt sterk van typisch onderzochte toontalen zoals het Mandarijn Chinees, onder andere doordat de precieze uitspraak van de Limburgse woordmelodieën verandert afhankelijk van bijvoorbeeld de positie van het woord in de zin. Door te bestuderen hoe sprekers van het Limburgs toon verwerken kunnen we te weten komen of deze verschillen consequenties hebben voor het leren van een toonsysteem.

Meer informatie

S.T.M.R. (Stefanie) Ramachers (1987) voltooide haar proefschrift ‘Setting the Tone: Acquisition and processing of lexical tone in East-Limburgian dialects of Dutch’ aan de Radboud Universiteit met NWO-financiering uit het programma Promoties in de geesteswetenschappen. Promotores zijn prof. dr. J.P.M. Fikkerts en prof. dr. C. Gussenhoven. Copromotor is dr. S.M. Brouwer.

Stefanie Ramachers won met een heldere presentatie van haar onderzoek (YouTube) de juryprijs van de Radboud Talks 2017. Met het prijzengeld liet zij een kleurige publieksfolder maken met haar onderzoeksresultaten, speciaal voor de proefpersonen die het onderzoek mogelijk maakten.

Bron: NWO