Drie Nederlandse onderzoeksgroepen gaan van start binnen het ERA-NET NEURON ‘Synaptic Dysfunction’ programma

Onderzoek naar aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel

25 januari 2018

Talrijke neurologische en mentale aandoeningen - zoals epilepsie, migraine, autismespectrumstoornissen, schizofrenie en stemmingsstoornissen vormen een belangrijke maatschappelijke uitdaging en zijn vaak een zware last voor patiënten, hun families en verzorgers. Om dit onderwerp aan te pakken, heeft het 'Netwerk van Europese financiering voor neurowetenschappelijk onderzoek' (NEURON) zich tot doel gesteld onderzoekinspanningen in Europa en daarbuiten te coördineren om ziektegerelateerd biomedisch onderzoek te bevorderen dat ons begrip van synaptische dysfunctie zal verbeteren.

NEURON Synaptic Dysfunction

NEURON wil met deze call met name multidisciplinaire benaderingen en translationele onderzoeksvoorstellen aanmoedigen die fundamenteel en klinisch onderzoek combineren. Het onderzoek moet uiteindelijk helpen nieuwe strategieën te ontwikkelen voor preventie, diagnose, therapie en revalidatie. 20 financieringsorganisaties uit 17 landen lanceerden een gezamenlijke transnationale oproep voor onderzoeksvoorstellen over 'Synaptische dysfunctie bij aandoeningen van het centrale zenuwstelsel.’  In totaal is ongeveer 12,4 miljoen euro beschikbaar. In 3 van de 12 gefinancierde projecten spelen Nederlandse onderzoekers een rol. Hiermee hebben zij een extra investering gerealiseerd van ruim 3,5 miljoen euro. Een onderzoeksproject heeft een Nederlandse projectleider.

Nederland neemt voor de tweede keer deel aan een onderzoeksprogramma van het NEURON-netwerk. De deelname is een initiatief van het NWO-regieorgaan Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NIHC) en de Hersenstichting en is onderdeel van de Topsector Life Sciences & Health.

Lees voor uitgebreidere informatie het (Engelstalige) bericht van ERA-NET Neuron.

Lijst met gehonoreerde voorstellen

Hieronder vindt u een alfabetische lijst met de drie gehonoreerde voorstellen waarbij Nederlandse partners betrokken zijn en een korte beschrijving van hun onderzoeksproject. De projecten hebben een looptijd van drie jaar.

IPS&BRAIN: A functional dissection of human nicotinic receptor polymorphisms linked to addiction and schizophrenia
Nederlandse partner: prof. Huib Mansvelder, Amsterdam Neuroscience - Brain Mechanisms, Vrije Universiteit Amsterdam

Het consortium wil mechanismen ophelderen die ten grondslag liggen aan nicotineverslaving en schizofrenie. Bij beide aandoeningen zijn genetische varianten van nicotinerge acetylcholine receptoren betrokken die de kans op verslaving en schizofrenie vergroten, maar we begrijpen niet hoe dat werkt. De receptoren zorgen in onze hersenen voor communicatie tussen zenuwcellen, maar de rol van genetische varianten van deze receptoren is onbekend. Naast de fundamentele studies om communicatie tussen hersencellen bij genetische varianten te onderzoeken, zullen stamcellen (iPS cellen) van patiënten gebruikt worden om mogelijke therapeutische strategieën uit te testen.

Linking synaptic dysfunction to disease mechanisms in schyzophrenia – a multilevel investigation
Nederlandse partner: Dirk Schubert, Donders Instituut voor Hersenen, Cognitie & Gedrag, Radboud Universitair Medisch Centrum

Patiënten met schizofrenie hebben last van hallucinaties, wanen, cognitieve beperking en een verminderd functioneren. Op dit moment is schizofrenie niet te genezen: medicatie voor schizofrenie heeft ernstige bijwerkingen en leidt vaak niet tot verbetering in het dagelijks leven.

Door uitgebreid onderzoek is het nu duidelijk dat schizofreniepatiënten vaak in één of meerdere specifieke genen veranderingen in de DNA volgorde hebben die de kans op schizofrenie verhogen (zogenaamde risico-genen).  Verder is bekend dat bij schizofreniepatiënten verschillende hersengebieden niet goed met elkaar kunnen communiceren. Hierdoor is neuronale communicatie in het hele brein verstoord. Om schizofrenie beter te leren begrijpen, willen we weten wat er precies misgaat in de neuronale communicatie van schizofreniepatiënten en hoe de gestoorde communicatie samenhangt met risico-genen voor schizofrenie.

Omdat het SYNSCHIZ-project bij schizofrenie betrokken ziektepatronen op meerdere niveaus onderzoekt – van gen tot hersennetwerken – worden nieuwe inzichten verkregen in de exacte biologische mechanismes. Een beter begrip over deze mechanismes kan resulteren in de ontwikkeling van nieuwe biomarkers. Deze worden gebruikt om de ziekte in een eerder stadium vast te stellen, voordat ernstige symptomen zich laten zien. Hierdoor kunnen artsen de ziekte sneller behandelen en eerder ondersteuning bieden aan patiënten.

SNAREopathy: Mechanisms of neuropsychiatric genetric diseases of the SNARE complex: towards therapeutic intervention
Projectleider: Ruud Toonen, Centrum voor Neurogenomisch en Cognitief Onderzoek (CNCR), Vrije Universiteit Amsterdam

Het consortium gaat mechanismen onderzoeken die ten grondslag liggen aan ernstige vormen van epilepsie. Ongeveer 1% van de wereldbevolking lijdt aan epilepsie en 30% van de patiënten reageert niet op medicatie. Om nieuwe behandelingsmethoden te ontwikkelen voor deze patiënten is meer mechanistische kennis nodig. Het consortium gaat genetische epilepsie modellen bestuderen die worden veroorzaakt door defecten in eiwitten verantwoordelijk voor communicatie tussen zenuwcellen. Deze defecten verstoren de normale hersenactiviteit wat epileptische aanvallen kan veroorzaken. Door de combinatie van verschillende modelsystemen, van gedragsonderzoek in wormen tot elektrische afleidingen van zenuwcellen van patiënten, en de unieke complementaire expertise binnen het consortium verwachten de onderzoekers belangrijke nieuwe inzichten te kunnen aanleveren voor de behandeling van deze grote groep epilepsiepatiënten. Het gebruik van patiënt eigen zenuwcellen, verkregen door middel van herprogrammering van huidcellen van de patiënt, stelt het consortium in staat om naast de fundamentele studies naar de onderliggende mechanismen ook nieuwe therapeutische strategieën te testen op de meest relevante cellen: zenuwcellen van de patiënt zelf.

Bron: NWO