Onderzoekers: ‘Reclamemakers zouden verleidingen voor calorierijke producten moeten inperken’

13 april 2017

Als je met een karretje langs de schappen in de supermarkt loopt, wordt je keuzegedrag beïnvloed door de overdaad aan opties die je daar tegen komt, van sappige peren en gezonde courgettes tot rijen vol ongezonde chips, chocolade, nootjes en koekjes. Recent onderzoek wijst uit dat mensen met morbide obesitas – ziekelijk overgewicht – in diezelfde supermarkt aanzienlijk sterker beïnvloed raken door het calorierijke aanbod dan door gezonde alternatieven. Dat geldt niet alleen voor de aanblik van calorierijk voedsel maar zelfs voor illustraties die fastfood of snacks suggereren, zoals bijvoorbeeld merklogo’s. Poppy Watson, Sanne de Wit (Vernieuwingsimpuls Vidi) en collega’s hebben de bevindingen uit hun onderzoek deze week in het tijdschrift Frontiers in Psychology – Eating Behavior gepubliceerd.

Schappen met chips en chocolade in een Sainsbury's supermarkt. Beeld: 1000 Words / Shutterstock.comBeeld: 1000 Words / Shutterstock

Mensen met morbide obesitas lijken dus kwetsbaarder voor omgevingsinvloeden dan mensen met een gezond gewicht. Sanne de Wit: ‘De omgeving beïnvloedt ons keuzegedrag ten aanzien van voeding, dat is niet zo vreemd. Maar bij gezonde volwassenen was dat in onze studie voor calorierijk en caloriearm voedsel gelijk. In mensen met morbide obesitas daarentegen vonden we met name beïnvloeding in hun keuzes door calorierijke cues. Hun gedrag lijkt dus bijzonder gevoelig voor de invloed van de ‘obesogene omgeving’, oftewel de hen omringende dikmakers. Dat geldt dus ook voor stimuli die daar indirect mee zijn geassocieerd, bijvoorbeeld een McDonalds-logo.’

De Wit en collega’s gebruikten een computertaak om  een associatief leermechanisme te onderzoeken waarin het effect te zien is van ‘Pavloviaanse stimuli’ die geassocieerd zijn met voedsel (met weinig en met veel calorieën) op keuzegedrag. De onderzoekers vergeleken de prestaties van 19 ernstig zwaarlijvige personen, in afwachting van een maagverkleinende operatie, met die van 19 proefpersonen met een gezond gewicht, van vergelijkbare leeftijd, opleiding en geslacht. Tijdens de computertaak konden proefpersonen punten verdienen voor gezonde en ongezonde voeding terwijl ze werden blootgesteld aan foto’s van voedsel en ‘Pavloviaanse stimuli’ die daarmee eerder geassocieerd waren.

‘Verkeerde’ voedselkeuze

Met het onderzoek van Sanne de Wit is voor het eerst bewijs geleverd voor het belang van klinische relevantie van zo’n associatief leermechanisme. In vervolgstudies zullen de onderzoekers deze bevindingen trachten te repliceren, maar ook proberen te beïnvloeden door gezonde cues prominenter te maken.

Sanne de Wit: ‘De proefpersonen met extreme obesitas vertoonden bij foto’s van chips en chocola een veel sterkere neiging om daarvoor ‘harder te gaan werken’ dan bij die van groenten. Bij personen met een normaal gewicht was geen verschil merkbaar. De kans is dus groot dat zwaarlijvige mensen in de supermarkt veel vaker de ‘verkeerde’ voedselkeuze maken dan gezonde consumenten. Binnen onze dagelijkse omgeving, met al zijn reclames en verleidingen om toch maar vooral ‘ongezond’ voedsel tot ons te nemen, zullen de meeste mensen moeite ondervinden om gezonde voeding aan te schaffen.  Maar dit negatieve effect van onze omgeving lijkt dus nog sterker te zijn in zwaarlijvige mensen. Ons onderzoek ondersteunt dan ook initiatieven om reclame voor ongezonde producten te beperken en de omgeving zo in te richten dat het mensen helpt, in plaats van hindert, om zich aan gezonde voornemens te houden.’

‘Als ik dadelijk ga lunchen, dan neem ik een appel’

In haar Vidi-project onderzoekt Sanne de Wit of je je brein op de automatische piloot kunt zetten, zodat gewenste gedragingen automatisch uitgevoerd worden. ‘Door concrete ‘als-dan’-scenario’s te formuleren, kunnen we ons brein helpen om goede gewoontes aan te leren: bijvoorbeeld ‘als ik dadelijk ga lunchen, dan neem ik een appel.’ Maar hoe werkt dat precies? Welke onderliggende psychologische en neurale processen liggen hieraan ten grondslag? En waarom werkt deze strategie niet voor iedereen even goed? Daar ben ik nieuwsgierig naar.’

In een eerdere studie gebruikte Sanne de Wit dezelfde onderzoeksopzet om te laten zien dat keuzegedrag van adolescenten eveneens gevoeliger is voor calorierijke stimuli dan voor caloriearme. ‘Wij vermoeden dan ook dat dit associatieve mechanisme in de meeste mensen kan zorgen voor ongezonde keuzes, maar dat volwassenen vaak in staat zijn om weerstand te bieden. Maar onze recente studie suggereert dat dit minder het geval is in mensen met extreme obesitas.’

Meer informatie

Sanne de Wit (1978) werkt met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls (Vidi) aan het project ‘Implementation Intentions - Can the Brain Strategically Generate Instant Habits?’ bij de Universiteit van Amsterdam. Het artikel ‘Stimulus Control over Action for Food in Obese versus Healthy-weight Individuals’ (medeauteurs Poppy Watson, Reinout W. Wiers, Bernhard Hommel en Victor E. Gerdes) is verschenen het journal Frontiers in Psychology.


Bron: NWO