Overheid: richt je op bewoner in achterstandswijk en niet op buurt als geheel

16 maart 2017

Woon je in een achterstandsbuurt, dan heeft dit een negatief effect op je sociaaleconomische perspectieven. Op dit hardnekkige geloof baseert de overheid al tijdenlang haar wijkenbeleid. Dit terwijl de wetenschap hier geen eenduidig bewijs voor aanlevert. Politiek sociologe Emily Miltenburg betoogt: mócht je buurt al van invloed zijn op je ontwikkelperspectief, dan zal dat zeer specifiek zijn en afhankelijk van de bewoner zijn. Miltenburg promoveert op vrijdag 24 maart aan de Universiteit van Amsterdam met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent.

Flat in de Bijlmermeer (Amsterdam).Beeld: Rob Crandall / Shutterstock

Tussen 2008 en 2012 werden honderden miljoenen geïnvesteerd in de omvorming van probleemwijken, in de volksmond ook wel Vogelaarwijken genoemd, naar ‘prachtwijken’. Uitgangspunt: in ‘slechte’ buurten wonen relatief veel werklozen. Of je buren werken wel, maar hebben geen goede of slechts tijdelijke banen. Kortom, de norm is niet dat iedereen ’s ochtends naar zijn werk gaat. Beleidsmakers vrezen dus een gebrek aan positieve rolmodellen en hulpbronnen in deze buurten.

Het devies: meng je de bewoners sociaaleconomisch gezien, dan zouden oorspronkelijke buurtbewoners een voorbeeld nemen aan deze nieuwe buren. ‘Maar uit eerder onderzoek weten we al dat voor de achterblijvers in de meer gemengde buurt dit wijkenbeleid helemaal niet effectief is,’ zegt Miltenburg. ‘Mensen leven langs elkaar heen, ze nemen niet per se een voorbeeld aan elkaar’.

Toch blijft de overheid vasthouden aan dit idee. Op papier ziet het er volgens Miltenburg dan ook niet verkeerd uit. ‘Een buurt verbeteren is helemaal niet zo moeilijk. Sloop de sociale huurwoningen, zet er duurdere voor in de plaats en gemiddeld gezien verbetert de buurt, want er gaan meer middeninkomens wonen. Maar de uitdaging zit er nu juist in om de oorspronkelijke bewoners meer kansen te bieden.’ Dat laat de overheid met dit beleid na, aldus Miltenburg.

Van Kolenkitbuurt naar Oud-Zuid

En wat gebeurt er met de bewoners van de gesloopte sociale huurwoningen? Miltenburg: ‘Die moeten gedwongen verhuizen. Daarbij worden ze geassisteerd door woningcorporaties die hun de mogelijkheid geven naar een betere buurt te verhuizen, bijvoorbeeld van de Amsterdamse Kolenkitbuurt naar Oud-Zuid. ‘Uniek aan de huidige studie is dat deze ‘herhuisvesters’ over de tijd gevolgd konden worden. Maar van de groep die ik onderzocht vertrok minder dan de helft naar een meer welvarende buurt. De rest wilde eenvoudig niet.’ De sociaaleconomische perspectieven van de bewoners die wel gingen, verbeterden evenmin.

Miltenburg onderzocht eveneens de aanname dat de buurt evenveel invloed heeft op verschillende bewoners binnen de buurt. ‘De oorzaak van sociaaleconomische achterstanden ligt lang niet altijd in de buurt, de invloed van de buurt is aanzienlijk kleiner dan wordt vermoed en verschilt ook nog eens per bewoner.’

Ook is het lang niet altijd aannemelijk dat buren een rol spelen. ‘Zo vond ik dat overgang naar werk in een achterstandsbuurt vooral moeilijk is voor moeders met jonge kinderen. Hier is het aannemelijker dat een beperkte lokale arbeidsmarkt of kinderopvang een rol speelt.’

Miltenburgs advies luidt dan ook: richt het beleid in eerste instantie niet op de buurt als geheel, maar op de individuele buurtbewoner.

Meer informatie

E.M. (Emily) Miltenburg (1987) voltooide haar proefschrift ‘A Different Place to Different People. Conditional Neighbourhood Effects on Residents’ Socio-economic Status’ binnen het project ‘A different place for different people. Conditional neighbourhood effects on residents, socioeconomic status and mobility’ aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen, met financiering uit het NWO-programma Onderzoekstalent. Hoofdaanvrager en promotor is prof. dr. H.G. (Herman) van de Werfhorst. Copromotor is prof. dr. T.W.G. (Tom) van der Meer.


Bron: Universiteit van Amsterdam UvA