Op zoek naar dating-app voor bonobo en orang-oetan

1 februari 2017

Gedragsonderzoeker Mariska Kret van de Universiteit Leiden mikt op een experiment dat kan leiden tot beter begrip van de evolutie van emoties en empathie in mens en dier. Tijdens onderzoek in de dierentuin Apenheul onder mensapensoorten bonobo en orang-oetan wil zij de ‘dating app’ Tinder inzetten om tot betere matching te komen voor de apen in hun zoektocht naar partners.

Een bonobo in het oerwoud van CongoOp de voorgrond een volwassen vrouwelijke bonobo in haar natuurlijke omgeving in Congo. Foto: Shutterstock (Sergey Uryadnikov)

De ene aap is de andere niet, aldus Kret. De keuze voor een partner luistert nauw wegens allerlei voor- en afkeuren. ‘Een van de doelen van het project met de orang-oetans is een nieuwe matchingmethode ontwikkelen, waarmee we door vergroot inzicht in de persoonlijke voorkeuren van de apen beter kunnen voorspellen of ze in een nieuwe groep passen of niet. Dit helpt uiteindelijk om uitwisselingen tussen dierentuinen die nodig zijn om de zeldzame soorten voort te laten bestaan soepeler te laten verlopen. Want zou het niet mooi zijn als er voorafgaand aan een verhuizing van een aap zou kunnen worden bekeken of dit individu een voorkeur heeft voor een bepaalde partner?’

Samen met Apenheul en samenwerkingspartner gedragsbioloog Thomas Bionda zoeken Mariska Kret en haar promovenda Evy van Berlo naast antwoorden op fundamentele vragen rondom de evolutie van emotioneel gedrag ook naar toepassingen van het onderzoek die het welzijn van de dieren die ze bestuderen kunnen verbeteren. ‘Dit jaar onderzoeken we of orang-oetans net als bonobo’s aandacht hebben voor de emoties van soortgenoten. Daarnaast kijken we door middel van een eyetracking-studie bij bonobo’s wat zij interessant vinden aan soortgenoten en hun sociale interacties. In de komende jaren breiden we dit onderzoek uit, en kunnen we samen met Apenheul tot een meer concretere methode komen. De ‘Tinder voor apen’ kan dan realiteit worden.’

‘Achterwerk-omkeereffect’

Eind vorig jaar baarde Mariska Kret enig opzien door haar onderzoek naar het ‘achterwerk-omkeereffect’ onder apen. Er was al bekend dat mensen een object op een afbeelding, bijvoorbeeld een foto van een kopje of een huis, net zo goed herkennen wanneer het rechtop staat of ondersteboven. Echter, herkennen van een menselijk gezicht of een lichaam dat rechtop staat geschiedt vliegensvlug; op zijn kop gaat het net zo langzaam als bij het huis of het kopje. Kret en haar Japanse collega Masaki Tomonaga zochten uit of dit ook gold voor achterwerken van vrouwtjesapen, die voor de soort een belangrijke bron van informatie is.

Kret: ‘Bij chimpansees vonden we een omkeereffect bij de verwerking van achterwerken, echter alleen wanneer deze in kleur werden afgebeeld.  Voor chimpansees heeft het achterwerk een belangrijke signaalfunctie. Het is niet alleen belangrijk dit lichaamsdeel snel op te merken in de omgeving, maar ook meteen te weten aan wie het toebehoort, voor de sociale orde en het voorkomen van incest bijvoorbeeld. De zwelling en het roder worden van de anogenitale zone zijn inherent aan elkaar verbonden en lijken elkaar te versterken. Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat een grijze zwelling niet meer zo veel doet en door chimpansees op eenzelfde manier verwerkt wordt als bijvoorbeeld een voet.’

Voor alle primatensoorten is het kunnen herkennen van soortgenoten essentieel om een goede partner uit te kiezen en voor gezond nageslacht te zorgen. ‘Onder andere doordat onze soort rechtop is gaan lopen is het gezicht steeds belangrijker geworden in de communicatie, of het nu gaat om emotionele signalen of een uiting van seksuele interesse,’ aldus Kret. ‘In de loop van de evolutie zijn daardoor bepaalde kenmerken van het primatenachterwerk naar boven en naar voren verplaatst (bijvoorbeeld volle rode lippen en wangen) en is het gezicht de bron geworden van sociale en seksuele signalen.  Daardoor is onze soort erg gericht op gezichten.’

Meer informatie

Mariska Kret (1982) werkt aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Cognitieve Psychologie en staat aan het hoofd van het CoPAN lab (Comparative Psychology and Affective Neuroscience). Zij voert met financiering uit de Vernieuwingsimpuls (Veni) onderzoek uit naar het spiegelen van pupilgrootte – pupilsynchronisatie: de aanpassing van de pupilgrootte van het ene individu aan die van de ander – dat een belangrijk mechanisme lijkt voor het ontstaan van vertrouwen.

Het vergelijkende onderzoek met de apen wordt gesponsord door het Leids Universiteits Fonds (LUF), door de Dr. J.L. Dobberke Stichting voor Vergelijkende Psychologie (KNAW) en door de wereldleider in eyetracking Tobii.


Bron: NWO