Militaire acties Europese Unie meer uit eigenbelang dan vredesoogmerk

20 maart 2017

Is de Europese Unie nog steeds de vredesduif die de oprichters in 1993 voor ogen hadden? Of is het statenverband van achtentwintig Europese landen inmiddels ‘gemilitariseerd’? Politicologe Trineke Palm betoogt dat de Europese Unie haar militaire operaties steeds vaker onderbouwt met een beroep op de veiligheids- en economische belangen van haar eigen lidstaten en burgers. Het uitbreiden van het ‘Europese vredesproject’ buiten Europa’s grenzen is naar de achtergrond verdwenen. Palm promoveert maandag 20 maart aan de VU Amsterdam met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent.

Libische kustwacht- en marinecursisten bij een brandoefening aan boord van het 'varend trainingsplatform' Zr. Ms. Rotterdam tijdens Operatie Sophia. Beeld: ministerie van DefensieLibische kustwacht- en marinecursisten bij een brandoefening aan boord van het 'varend trainingsplatform' Zr. Ms. Rotterdam tijdens Operatie Sophia. Beeld: ministerie van Defensie

Er is een nieuw momentum ontstaan om het EU veiligheids- en defensiebeleid te versterken, zegt Palm. ‘Tegen de achtergrond van Brexit, de toegenomen spanningen en conflicten aan oost- en zuidgrenzen van de EU, wordt er zelfs gesproken over een defensie-unie. In mijn onderzoek heb ik de elf militaire operaties geanalyseerd die de EU vanaf 2003 heeft uitgevoerd. Het brengt in kaart hoe de EU zich als internationale veiligheidsspeler heeft ontwikkeld in de afgelopen vijftien jaar.’

De meest opvallende verschuiving: de oorspronkelijke focus van militaire operaties op het uitbreiden van het ‘Europese vredesproject’ buiten Europa’s grenzen is naar de achtergrond verdwenen. Militaire operaties worden steeds explicieter gerechtvaardigd met verwijzing naar de EU’s ‘eigen’ veiligheids- en economische belangen. Deze verschuiving wordt bij uitstek geïllustreerd door de anti-piraterijoperatie Atalanta bij noordoost Afrika en operatie Sophia – controle op vluchtelingen – in de Middellandse Zee.

Onderdeel van buitenlands beleid

Tegelijkertijd is het militaire instrumentarium het buitenlandse beleid van de Europese Unie niet gaan domineren. ‘Met vallen en opstaan is het een onderdeel geworden van het buitenlands beleid, de zogenoemde comprehensive approach van de EU.’ Ook vond Palm dat het belang van goedkeuring door de VN (en de VN-Veiligheidsraad) geen vaststaand gegeven is, maar binnen de EU-context onderwerp is van heftige discussie.

Zr. Ms. Rotterdam: een amfibisch transportschip. Het vormt een combinatie van een vliegveld, haven, parkeergarage, ziekenhuis, hotel en communicatiecentrum. Beeld: ministerie van DefentieZr. Ms. Rotterdam: een amfibisch transportschip. Het vormt een combinatie van een vliegveld, haven, parkeergarage, ziekenhuis, hotel en communicatiecentrum. Beeld: ministerie van Defentie

Daarnaast werpt Palm nieuw licht op de mechanismen die een rol spelen bij EU-besluitvorming aangaande het veiligheids- en defensiebeleid. De onderzoeker stelt vast dat in de ruim tien jaar dat de EU nu operationeel is met haar veiligheids- en defensiebeleid er sprake lijkt te zijn van ‘welwillend onderhandelen’: de verschillende posities over de EU als internationale veiligheidsspeler en de rol van militaire operaties worden over en weer erkend. Dit leidt ertoe dat telkens wordt gezocht naar militaire operaties die voor alle partijen acceptabel zijn.

Meer informatie

T.P. (Trineke) Palm (1987) voltooide haar proefschrift ‘Normative Power and Military Means. The evolving character of the EU's international power’ binnen het project ‘Normative Power and Military Means: the evolving character of the EUs international power’, aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Bestuurswetenschap en Politicologie, met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent. Hoofdaanvrager en promotor is  prof. dr. B.J.J. (Ben) Crum, co-promotor is prof. dr. E.A.E.B. (Liesbet) Hooghe.

Trineke Palm werkt inmiddels als postdoc aan het Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis (OGK) - Internationale en Politieke Geschiedenis van de Universiteit Utrecht.


Bron: NWO