Hoe lang blijft iemand een vreemdeling?

1 maart 2017

Jurist en filosoof Martijn Stronks stortte zich in zijn promotieonderzoek op de rol van tijd in het Europees migratierecht: hoe lang blijft iemand vreemdeling? Is het ook mogelijk om iemand ‘vreemd te houden’ en hem op elk moment nog het land uit te zetten? Of wordt de vreemdeling naarmate hij langer ergens woont juist langzaam maar zeker steeds ‘minder vreemd’? Martijn Stronks promoveert vrijdag 3 maart met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent aan de VU Amsterdam. Volgens hem is het verlenen van steeds sterkere verblijfsaanspraken dé manier waarop het recht juist controle houdt over de aanwezigheid van mensen op het grondgebied.

Mensen van verschillende nationaliteiten lopen door een winkelstraat.Beeld: Elena Rostunova / Shutterstock

Tijd wordt gebruikt om verschillen te maken tussen categorieën migranten én deze in stand te houden, zo verklaart Stronks. ‘Zo wordt een student uitgezonderd van sterkere aanspraken omdat hij al een tijdelijke vergunning heeft; duurt een vergunning van een vluchteling zo lang als hij bescherming nodig heeft en krijgen EU-burgers al heel vlot de sterkst mogelijke verblijfsaanspraken. Voor verschillende categorieën rechtssubjecten gelden kennelijk verschillende regels.’

Deze juridische hokjes passen echter nooit helemaal, al was het alleen maar omdat situaties veranderen. Een student kan een partner worden, of een werknemer, een partner kan scheiden, een kind wordt volwassen, of een vluchteling wordt een student. ‘Terwijl de tijd wegtikt, glipt de werkelijkheid onvermijdelijk uit de eens zo passende juridische categorieën,’ meent Stronks. 

Glijdende schaal

Het verschil tussen de vreemdeling en de nationale onderdaan is er dan ook één van tijd: de verblijfsstatus van de laatste is niet afhankelijk van hoe lang hij er is, of hoe lang hij zal blijven. De nationale onderdaan staat buiten de tijd. Maar een vreemdeling die een kwart eeuw in het land verblijft kan evenmin voor zoiets als een eenvoudige verkeersovertreding worden uitgezet. Een algemeen principe van het migratierecht is immers dat vreemdelingen – dat is in heel de Europese Unie zo – na verloop van tijd in de regel sterkere verblijfsaanspraken krijgen. In het Nederlandse recht is dit bijvoorbeeld vervat in de zogeheten glijdende schaal, die bepaalt dat er een steeds zwaarder strafbaar feit nodig is om de verblijfsvergunning van een langdurig verblijvende vreemdeling in te trekken.

Na verloop van tijd kunnen vreemdelingen in Nederland zich ook laten naturaliseren tot Nederlander. En dat maakt dat hun verblijfsrecht helemaal niet meer kan worden ingetrokken. Het verlenen van sterkere verblijfsaanspraken is dé manier waarop het recht controle houdt over de aanwezigheid van mensen op het grondgebied, aldus Stronks. ‘Zodra het recht een nieuwe vergunning verleent heeft het namelijk weer controle over het subject. Het beheerst immers de voorwaarden over de toelating tot een volgende categorie, waaraan weer sterkere aanspraken zijn verbonden. Door de vreemdeling uiteindelijk tot de volgende stap toe te laten, nemen de mogelijkheden om zijn vergunning in de toekomst nog in trekken echter navenant af. Tot het moment dat de migrant zich helemaal onttrekt aan de migratierechtelijke controle en verdwijnt achter de horizon van de naturalisatie.’

Meer informatie

M.C. (Martijn) Stronks (1983) voltooide zijn proefschrift ‘Grasping Legal Time. A Legal and Philosophical Analysis of the Role of Time in European Migration Law’ binnen het project ‘Time and Identity. The relation between time and identity in the context of family migration law’, aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de VU Amsterdam, met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent. Hoofdaanvrager was prof. mr. H. (Hemme) Battjes.


Bron: NWO