Antisociaal gedrag vooral door samenspel van genen

5 oktober 2017

Individuele genen spelen geen grote rol bij het ontwikkelen van antisociaal gedrag. Het samenspel van alle genen kan daarentegen wel een deel van de verschillen in antisociaal gedrag verklaren. Dit blijkt uit internationaal onderzoek onder ruim 25.000 deelnemers waarbij onderzoekers Jorim Tielbeek, Arne Popma, Tinca Polderman en Danielle Posthuma van VUmc en VU betrokken zijn. Tielbeek verricht onderzoek met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd in JAMA Psychiatrie.

groep jongeren in conflictFoto: Shutterstock

Promovendus Tielbeek: ‘Dit is belangwekkend nieuws. Tegenwoordig proberen advocaten ten onrechte om een verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te laten verklaren, op basis van één of enkele risicogenen. Die aanpak blijkt dus zeer discutabel.’

Een wereldwijd samenwerkingsverband van onderzoekers onderzocht het DNA van ruim 25.000 deelnemers om te achterhalen welke genetische invloeden er bestaan op antisociaal gedrag. In tegenstelling tot eerdere studies, levert het huidig onderzoek geen bewijs voor betrokkenheid van individuele genen met sterke effecten – zoals het ‘strijdersgen’ Monoamine oxidase A (MAOA) – bij het ontstaan van antisociaal gedrag.

Hoogst genoten opleiding

De effecten van individuele genen zijn dus minuscuul, aldus de studie, maar het gezamenlijke effect van alle genen kan wel een deel van de variatie in antisociaal gedrag verklaren. Daarnaast toont de studie aan dat dezelfde genen die antisociaal gedrag beïnvloeden negatief samenhangen met iemands hoogst genoten opleiding. Anders gezegd, hoe hoger de opleiding, hoe lager de kans op antisociaal gedrag.

In de studie werd alleen gekeken naar genetische varianten bij individuen van Europese afkomst die redelijk vaak (vaker dan 1%) voorkomen. De verwachting is dat meer statistische rekenkracht door een verhoging van het aantal deelnemers zal leiden tot de vondst van genetische varianten met kleine effecten.

De onderzoekers benadrukken dat de genetische invloeden slechts een deel van de groepsverschillen in antisociaal gedrag kunnen verklaren. Omgevingsinvloeden zoals traumatische ervaringen in de jeugd zijn minstens zo zwaarwegend. Tielbeek: ‘Toekomstig onderzoek zal zich juist moeten richten op de wisselwerking tussen biologische kenmerken, psychologische factoren en de omgeving. Daar liggen de beste kansen om het ontstaan van antisociaal gedrag beter te begrijpen en te bestrijden.’   

Meer informatie

J.J. (Jorim) Tielbeek (1986) verricht promotieonderzoek aan de afdeling voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het VUmc en het Center for Neurogenomics and Cognitive Research (CNCR) aan de VU Amsterdam binnen het project ´From gene to mean. A neuroimaging genetics study on functional gene sets involved in endophenotypes of antisocial behaviour´ met NWO-financiering uit het programma Onderzoekstalent. Hoofdaanvrager is prof. dr. A. (Arne) Popma.

Bron: VUMC