Synchronisatie hersengolven scholieren verklapt hoe leuk ze het vak vinden, en elkaar

27 april 2017

Aan de synchronisatie van hersengolven onder scholieren die samen een schoolvak volgen is af te lezen hoe leuk ze het vak vinden en elkaar. Dit heeft een team van neurowetenschappers ontdekt. Suzanne Dikker van Universiteit Utrecht en New York University is eerste auteur van het artikel in Current Biology waarin de resultaten bekend zijn gemaakt. 'De mate waarin onze hersengolven synchroniseren met anderen lijkt een goede voorspeller te zijn van hoe goed we het met elkaar kunnen vinden en hoe betrokken we zijn,' aldus Dikker. Zij werkt met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls Veni.

Leerlingen in de schoolbibliotheek. Beeld: ShutterstockBeeld: Shutterstock

De wetenschappers maakten gebruik van een nieuwe methode om hersenactiviteit te meten. Hersenonderzoek wordt met name in het laboratorium uitgevoerd, meestal onder individuen of maximaal twee personen tegelijk. Dit team voerde groepsmetingen uit, in de natuurlijke omgeving van een middelbare schoolklas. Zij maten in elf sessies de hersenactiviteit van een groep van twaalf scholieren en hun docent, verspreid over een semester. De metingen met draagbare EEG-headsets werden uitgevoerd tijdens de biologieles.

De onderzoekers vergeleken de EEG-metingen van de leerlingen. Vervolgens keken zij naar de factoren die wellicht een rol spelen om gesynchroniseerde hersenactiviteit te verklaren. Naast de EEG-meting kregen de leerlingen vragenlijsten waarin onder meer gevraagd werd wat ze van verschillende onderwijsstijlen vonden en hoe geconcentreerd ze waren van dag tot dag.

Op dezelfde golflengte

De resultaten lieten een positieve correlatie zien tussen de beoordelingen van het schoolvak en de docent en de hersensynchroniteit met klasgenoten. Anders gezegd: het schoolvak en de onderwijsstijl van de docent werden positiever beoordeeld als leerlingen meer op dezelfde golflengte zaten.

Daarnaast is onderzocht of uit hogere hersensynchroniteit betekenis volgde voor onderlinge waardering van de scholieren. Leerlingen moesten aangeven in hoeverre ze een persoonlijke band voelden met hun klasgenoten. Het bleek dat leerlingen die een betere onderlinge band hadden meer synchrone hersenactiviteit vertoonden, maar alleen als ze voor de aanvang van de klas persoonlijk contact hadden gehad. Tevens bleek dat een hogere waardering voor groepsactiviteiten leidde tot meer synchroniteit met klasgenoten.

Het onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Amerikaanse National Science Foundation.


Bron: Universiteit Utrecht