Overdreven babytaaltje tegen je kind is juist goed

29 maart 2017

Opvoeders die met overdreven 'babyspraak' tegen hun pas maandenoude kind praten, roepen wellicht irritatie op in hun naaste omgeving, maar blijken dan wel hun kroost te helpen met taalverwerving. Vroeg beginnen met spreken tegen het kind en daarbij klemtonen benadrukken, helpt de baby bij het ontdekken van woorden en daarmee bij het verwerven van taal. Dat concludeert taalkundige Brigitta Keij in haar proefschrift 'Rhythm & Cues. Ritmische structuur en segmentatie in vroege taalverwerving'. Zij promoveert vrijdag 31 maart aan de Universiteit Utrecht met NWO-financiering uit de Vrije competitie.

Moeder en baby in het Babylab van de Universiteit Utrecht. Beeld: Ed van RijswijkFoto: Ed van Rijswijk

In het Babylab van de Universiteit Utrecht (Utrecht Institute of Linguistics OTS) verzamelen taalwetenschappers data omtrent de manier waarop heel jonge kinderen al hun eerst stapjes zetten in de taalverwerving. Taalgebruik is de eerste opstap naar de ontwikkeling van een eigen identiteit. Aangezien het fenomeen taal buitengewoon complex is, is het vermogen van een baby om zich die gedurende het eerste levensjaar al eigen te maken des te opmerkelijker. Over de manier waarop baby's dit precies doen is nog veel onduidelijk.

Brigitta Keij onderzocht de vroege verwerving van taalritme en het gebruik daarvan in spraaksegmentatie, oftewel het opdelen van spraak in woorden. Keij deed dit in het Nederlands en Turks en kwam tot de conclusie dat baby's het ritme van hun moedertaal, gevormd door klemtonen, al kunnen leren in de eerste zes maanden van hun leven. Daarnaast vond ze dat baby’s van 8 maanden  klemtoon als hulpmiddel gebruiken voor spraaksegmentatie, hoewel niet op taal-specifieke wijze. Het lijkt erop dat baby's beginnen met het ontdekken van zinsritme, voordat ze verder gaan met het leren van woordritme. Deze overgang kan te maken hebben met hoe ver baby's zijn in hun woordenschatontwikkeling.

Eerst zinsritme, dan woordritme

Keij onderzocht in een serie experimenten de ontwikkeling van ritmische voorkeuren en woordsegmentatie. Nederlands-lerende baby's van 6 maanden lijken een voorkeur te hebben voor Nederlands woordritme en gebruiken met 8 maanden al klemtoon om woorden te vinden in lopende spraak. Turks-lerende baby's hebben geen voorkeur voor Turks woordritme met 6 maanden, maar wel een voorkeur voor het Turkse zinsritme met 4 maanden en laten hiermee ook ritmische gevoeligheid zien. Met 8 maanden gebruiken Turks-lerende baby's dezelfde klemtoonpatronen om woorden te ontdekken als Nederlands-lerende baby's, dus niet op taal-specifieke wijze. De resultaten suggereren dat baby's hun vroege ritmische gevoeligheid eerst gebruiken om zinsritme te ontdekken en daarna pas woordritme.

De resultaten van het onderzoek leiden tot de aanbeveling voor ouders om al vroeg met hun baby te praten en daarbij een 'babytoontje', babygerichte spraak, niet te schuwen. Daarbij worden klemtonen namelijk overdreven en dat helpt baby's om woorden te ontdekken.

Meer informatie

B.M. (Brigitta) Keij (1986) voltooide haar proefschrift Rhythm & Cues. Rhythmic structure and segmentation in early language acquisition binnen het project Parsing and Metrical Structure: Where Phonology Meets Processing, met NWO-financiering uit de Vrije competitie, aan de Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Utrechts Instituut voor Linguïstiek OTS. Hoofdaanvrager en promotor is prof. dr. R.W.J. (René) Kager. Tweede promotor is prof. dr. W. (Wim) Zonneveld.


Bron: NWO