Hoe typisch is het dat twee mannen elkaar knijpen?

2 februari 2017

Taalwetenschapper Eva Poortman heeft ontdekt dat inhoudswoorden – werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden – effect hebben op de logische interpretatie van een meervoudzin. Dat staat haaks op de verwachtingen van traditionele studies naar zinsbetekenis. De uitkomst van het onderzoek laat zien hoe zinsbetekenis onlosmakelijk verbonden is met kennis over mentale concepten. Poortman promoveert vrijdag 3 februari aan de Universiteit Utrecht met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Hoe typisch is een pinguïn als lid van het concept vogel?Hoe typisch is een pinguïn als lid van het concept vogel? Foto Shutterstock.

Poortman gebruikte in haar experimenten verschillende technieken – zowel gedragsonderzoek als hersenonderzoek – om aan te tonen dat interpretaties van meervoudzinnen systematisch kunnen variëren, ook al verschillen ze enkel wat betreft inhoudswoorden. Zij onderzocht daarvoor interpretaties van twee typen meervoudzinnen: zinnen met een wederkerig voornaamwoord, zoals in 1. en 2., en zinnen met nevenschikking van twee predicaten (in de zinsontleding: ‘gezegdes’), zoals 3. en 4.

  1. John, Bill en George knijpen elkaar
  2. John, Bill en George kennen elkaar
  3. De mannen zitten en koken
  4. De mannen zitten en lezen

Poortman stelt in haar proefschrift een mechanisme voor dat de interactie verklaart tussen de logische interpretatie van een zin en de niet-logische betekenis van inhoudswoorden: de Maximal Typicality Hypothesis (MTH). Die hypothese maakt gebruik van inzichten over concepten uit de cognitieve psychologie. En dan gaat het met name over het fenomeen dat er verschil is in hoe typisch bepaalde situaties zijn voor een concept als ‘knijpen’ of als ‘koken’. Zin 3. wordt bijvoorbeeld vaak als ‘waar’ beoordeeld in een situatie waarin proefpersonen een plaatje zien van vier mannen van wie er twee zitten en de overige twee koken. Zin 4. wordt veel minder vaak als ‘waar’ beoordeeld in de logisch equivalente situatie waarin twee mannen zitten en twee mannen lezen.

‘Typicaliteitseffecten’ binnen concepten

Poortman: ‘Cognitieve psychologen hebben ontdekt dat mentale concepten waarnaar woorden verwijzen niet alleen informatie bevatten over ‘categorisatie binnen een concept’ (is een pinguïn wel of geen lid van het concept vogel?), maar ook over hoe typisch verschillende leden zijn binnen een concept (hoe typisch is een pinguïn als lid van het concept vogel?). Zowel een mus als een pinguïn wordt door sprekers gecategoriseerd als vogel, maar daarnaast wordt een mus consistent ervaren als een ‘typischere’ vogel dan een pinguïn.’

Poortman heeft aangetoond dat dergelijke ‘typicaliteitseffecten’ binnen concepten ook bestaan voor werkwoorden en dat we aan de hand van deze effecten systematisch voorspellingen kunnen doen over de logische interpretaties van meervoudzinnen. Dit markeert niet alleen een vooruitgang in de analyse van meervoudzinnen, maar toont ook aan dat een samenwerking tussen taalkunde en cognitieve psychologie noodzakelijk is.

Meer informatie

E.B. (Eva) Poortman (1986) voltooide haar proefschrift ‘Concepts and Plural Predication: The effects of conceptual knowledge on the interpretation of reciprocal and conjunctive plural constructions’ aan de Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Departement Moderne Talen, binnen het Vici-project ‘Between Logic and Common Sense: the Formal Semantics of Words’, met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls. Hoofdaanvrager was prof. dr. Y. (Yoad) Winter.


Bron: NWO