Hoe de Friezen internationale schippers werden…

12 oktober 2017

Friese schippersgemeenschappen waren belangrijke transporteurs binnen de Nederlandse handel tussen 1650 en 1770, maar hoe die rol precies tot stand kwam was tot nog toe onbelicht. Simone Steenbeek onderzocht de kenmerken van de woonplaatsen van schippers en de vaarroutes die zij volgden. Zij ontdekte dat door specialisatie in de landbouw, arbeidsdeling en bevolkingsgroei schippersgemeenschappen actief werden in regionaal transport en vanzelf aansluiting kregen bij nationaal en vervolgens internationaal transport. Steenbeek promoveert donderdag 12 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen met NWO-financiering uit de Vrije competitie.

Oude houten zeilboten in de haven van het Friese WorkumHaven van het dorp Workum in Friesland. Foto: Shutterstock

Schippers uit Hindeloopen, Workum en Harlingen waren al in de 17e eeuw internationaal actief. De handelsoorlogen van de Republiek met de Engelsen gooiden weliswaar roet in het eten, maar de Friezen bleven toch varen, in tegenstelling tot veel Hollandse schippersgemeenschappen. De Friezen  specialiseerden zich in de houtvaart op de Oostzee: in het midden van de Gouden Eeuw voer immers vanuit de Republiek elke dag wel een schip uit naar Noorwegen voor de houtimport, dus genoeg emplooi.

Wie met welk schip en welke lading en met welke bestemming op de Baltische Zee voer is minutieus vastgelegd in de zogenoemde Sont-registers: zodra je de nauwe straat tussen Denemarken en Zweden doorvoer werd tol geheven waarvoor allerlei details werden genoteerd. Voor de periode 1574-1857 zijn die registers bewaard gebleven en voor de driekwart eeuw daaraan voorafgaand voor een groot deel. Dit biedt een schat aan informatie.

Concurrerende prijzen

Friese schippers vonden alternatieve activiteiten in de kust- en binnenvaart en gebruikten hun woonplaats als import- en exporthaven en als marktplaats voor hun eigen handel met het Friese en Groningse achterland. De Friezen hadden nóg een voorsprong op de Hollanders omdat ze naast een varend bestaan ook boer waren: zij spreidden zodoende de bedrijfsrisico’s uit en konden sterk concurrerende prijzen bieden. Religieuze netwerken speelden eveneens een rol: Hindeloopen bijvoorbeeld beschikte over een hecht familie- en handelsnetwerk met andere Doopsgezinden in de Zaanstreek en Holland.

Na de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) nam de vraag naar transport toe, gezien de toename van het aantal passages van de Sont door schippers uit de Republiek. Schippers uit Holland konden niet aan deze vraag voldoen. Ook schippers uit dorpen (‘vlekken’) als Woudsend, Lemmer en Heerenveen konden dat wél en waren nog goedkoper ook. Zij onderhielden al zakelijke contacten met belangrijke handelscentra als Amsterdam dus verwierven makkelijk aansluiting.

Friese boeren hadden zich gespecialiseerd in aspecten van het landbouwbedrijf en ontstegen het systeem van zelfverzorgende ‘community’. Bevolkingstoename zorgde voorts voor meer arbeidsaanbod. Terwijl mensen van het platteland naar dichter bevolkte gebieden (‘vlekken’) trokken, bleek er in handel en transport meer en meer geld te verdienen. Niet alleen was het verdienmodel van de schippers uit de Friese dorpen beter dan dat van de Hollanders, ook bleek de groei van deze schippersgemeenschappen ongeschonden door oorlogen en andere onrust op zee.

Veranderingen in de internationale handel – de neergang van Amsterdam als economisch handelscentrum in de wereld – en vooral de gevolgen van de desastreuze Vierde Engelse Zeeoorlog (1780-1784) en de Franse overheersing daarna leidden aan het einde van de 18e eeuw tot een neergang van de Hollandse en Friese scheepvaart. De handel kwam vrijwel stil te liggen – de scheepvaart dus ook. Uiteindelijk konden alleen Harlingen, Lemmer en in mindere mate  Woudsend zich enigszins van deze malaise herstellen. Maar toen was de status van de Republiek als ‘grote mogendheid’ allang voorbij.

Meer informatie

Simone Steenbeek (1982) voltooide haar proefschrift ‘Schipperen in Friesland’ binnen het project ‘The ascent of the Frisians. The Dutch commercial system and the market for maritime transport, 1550-1800’ aan de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit der Letteren, met NWO-financiering uit de Vrije competitie. Promotor is prof. dr. L. (Louwrens) Hacquebord, hoofdaanvrager en copromotor is dr. J.W. (Jan Willem) Veluwenkamp.

Bron: NWO