Financiering voor 20 nieuwe promovendi in de geesteswetenschappen

15 juni 2017

Van voorspellingen over taalgebruik door autistische kinderen en de verspreiding van radicale filosofieën in Nederland in de zeventiende eeuw, tot een zoektocht naar de typisch ‘Afrikaanse historicus’: 20 talentvolle aankomende onderzoekers gaan de komende tijd met financiering uit het programma Promoties in de geesteswetenschappen onderzoek verrichten. Financiers zijn het Regieorgaan Geesteswetenschappen en NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen. In totaal is met deze toekenningsronde 3,6 miljoen euro gemoeid.

De promotietrajecten zijn geselecteerd uit de universiteiten die betrokken zijn bij het proces Duurzame Geesteswetenschappen. Het doel van Promoties in de geesteswetenschappen is om de aanwas en doorstroom van jong talent in de geesteswetenschappen een impuls te geven.

Per gehonoreerd project wordt een matchingsbijdrage van 10 procent geleverd door de instelling die de aanvraag heeft ingediend. Het besluit nemend orgaan, bestaande uit prof. dr. Frits van Oostrom (voorzitter Regieorgaan Geesteswetenschappen) en prof. dr. Wim van den Doel (bestuursvoorzitter NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen), heeft op advies van de beoordelingscommissie de volgende projecten geselecteerd.

De volgorde is alfabetisch op naam van de aanvragers, de projecttitel is indicatief.

Emotietheater: Spaans toneel in de zeventiende-eeuwse Nederlanden
Aanvrager: Prof. dr. W. van Anrooij, UL
Kandidaat: T. Vergeer (m)

In de zeventiende eeuw was Spaans theater in Nederlandse bewerking bijzonder populair. Toch is het nog nooit uitvoerig onderzocht. Anders dan toneel van eigen bodem boden deze uiterst interessante stukken de ruimte om emoties te ervaren, die buiten het theater niet gewenst waren. In dit onderzoek wordt nagegaan of Spaanse toneelstukken een ontsnapping boden aan het dagelijks leven waarin emoties voortdurend onder controle gehouden moesten worden.

Problemen in de woordkennis bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS): speelt impliciet leren een rol?
Aanvrager: Prof. dr. P.P.G. Boersma, UvA
Kandidaat: I. Broedelet (v)

Kinderen met TOS hebben ernstige moeite met het verwerven van hun moedertaal. Recentelijk onderzoek wijst uit dat een verminderd vermogen om op een impliciete manier (dus zonder expliciete instructies) taal te leren een rol speelt in de taalproblemen van deze kinderen. Dit leermechanisme is echter vooral in verband gebracht met morfosyntactische taalproblemen (zins- en woordbouw). Ik wil onderzoeken of de problemen met woordkennis, die kinderen met TOS ook hebben, ook in verband kunnen worden gebracht met een stoornis in impliciet leren.

Taalgebruik van huisartsen bij patiënten met onverklaarde klachten
Aanvrager: Prof. dr. E.H.H.J. Das, RU
Kandidaat: I. Stortenbeker (v)

Een groot aantal patiënten dat op bezoek komt bij de huisarts, presenteert Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK). Dit zijn klachten die niet verklaard kunnen worden door een onderliggende ziekte. Communicatie tussen huisartsen en patiënten met deze onbegrepen klachten verloopt vaak moeizaam. Onderzoek naar arts-patiëntcommunicatie richt zich tot nu toe op wat dokters zouden moeten zeggen, maar niet hoe ze dat kunnen doen. Dit promotieproject geeft nieuwe inzichten in arts-patiëntcommunicatie door te onderzoeken of huisartsen en patiënten andere taal gebruiken bij SOLK, en hoe dit taalgebruik doorwerkt op de gezondheid van patiënten.

Radicale geruchten. Een digitale reconstructie van de verspreiding van het Cartesianisme en Spinozisme in het Nederlandse tekstuele discours (1640-1720).
Aanvrager: Prof. dr. E.M.P. van Gemert, UvA
Kandidaat: L. van der Deijl (m)

Dit project onderzoekt de verspreiding van radicale filosofieën in de vroegmoderne tekstuele cultuur (1640–1720) in het Nederlands door middel van digitale tekstanalyse. Centraal staan de teksten van Descartes en Spinoza en hun vertaler J.H. Glazemaker. Via een reconstructie van het typerende idioom van beide denkers zullen de overeenkomsten met dat idioom in andere teksten aangewezen worden. Zo beschrijft dit project de reikwijdte van de Radicale Verlichting in Nederland in zowel het academische als het populair-literaire domein. Methodisch ontwikkelt deze studie de inzet van digitale tekstanalyse voor grootschalig onderzoek naar filosofische invloed en verschuivende concepten binnen de ideeëngeschiedenis.

Kies je wapen - Opvattingen over krijgshaftigheid in het vroegste Europa.
Aanvrager: Prof. dr. A.L. van Gijn, UL
Kandidaat: V. Gentile (m)

Oorlogsvoering is in sterke mate cultureel bepaald en omgeven met rituelen. Dit project onderzoekt hoe het deponeren of ‘offeren’ van wapens in de late bronstijd ons iets kan leren over de rituele omgang met wapens en krijgshaftigheid als culturele waarde. Met gebruikssporenanalyse wordt nagegaan op wat voor wijze de gedeponeerde wapens gebruikt en behandeld werden. Om na te gaan hoe algemeen deze rituele omgang met wapens was, worden data uit Italië en de Lage Landen met elkaar vergeleken.

Voorspellingen over taal door kinderen met autisme
Aanvrager: Prof. dr. P. Hendriks, RUG
Kandidaat: I. Scholten (v)

Als wij taal gebruiken maken we onbewust steeds voorspellingen over wat er komen gaat. Om goed te kunnen voorspellen zijn mentale functies belangrijk. Kinderen met autisme beschikken echter over minder goede executieve functies, waardoor het voor hen wellicht moeilijker is om taal te voorspellen. Door gebruik te maken van oogmetingen kijkt dit project of kinderen met autisme meer problemen hebben met het genereren en verwerken van voorspellingen over de rest van de zin.

Medische theorie in het oude Egypte: een lexicografische analyse van magische en medische recepten in de context van de medische geschiedenis.
Aanvrager: Prof. dr. O.E. Kaper, UL
Kandidaat: J. Russel (m)

In tegenstelling tot de vigerende medisch-historische opvatting, hadden de Oude Egyptenaren reeds vanaf 1850 v.Chr. een geavanceerd begrip van de wisselwerking tussen de menselijke anatomie en ziekten. Dit project zal een analyse maken van de Oudegyptische medische teksten, en het zal ook remedies namaken volgens de voorschriften daarin om inzicht te verkrijgen in de achterliggende medische theorie. Daaruit zal een betere inschatting resulteren van de invloed van het oude Egypte op de ontwikkeling van de westerse geneeskunde.

Een onderzoek naar de migratiegeschiedenis van de Maleiërs aan de hand van de genealogie van Maleise spreektalen
Aanvrager: Prof. dr. M.A.F. Klamer, UL
Kandidaat: J. Wu (m)

Hoewel Maleise spreektalen vaak als ‘dialecten’ van het Maleis worden beschouwd, zijn sommige daarvan feitelijk slechts in de verte verwant aan het Standaard Maleis. Dit onderzoek verzamelt nieuwe data van twee zogenaamde Maleise ‘dialecten’: Terengganu Maleis en Kelantan Maleis, twee nog niet-beschreven en bedreigde talen van het Maleisische schiereiland. De resultaten van dit onderzoek zullen een nieuw licht werpen op de migratiegeschiedenis van de Maleiers. Daarnaast kan dit onderzoek de sprekers van deze bedreigde talen bewust maken van de unieke eigenschappen van hun talen, hetgeen kan bijdragen aan hun behoud.

‘Ter voorkoming van ontciering’. Krimp en afbraak in het stedensysteem van Holland in de lange achttiende eeuw (1680-1830)
Aanvrager: Prof. dr. K. Kwastek, VU
Kandidaat: M. Walda (v)

De huidige bevolkingskrimp en leegloop in gebieden in Nederland zijn geen nieuw fenomenen, maar van alle tijden. Ook in het verleden wisselden perioden van groei en krimp elkaar af. Binnen de architectuur- en stedenbouwgeschiedenis is echter nog weinig onderzoek gedaan naar krimp en de ruimtelijke gevolgen voor stad en land. Het onderzoek richt zich op de ruimtelijke praktijk die overheden ontwikkelden om het verval en de ‘slooperij-storm’ te reguleren. Aan de hand van een vergelijkend onderzoek naar zeven krimpende steden in Holland in de lange achttiende eeuw (1670-1830) worden de actoren en instrumenten van deze nog onderbelichte praktijk achterhaald.

Fundamenten van het analoog denken
Aanvrager: Prof. dr. M. van Lambalgen, UvA
Kandidaat: L. Hornischer (m)

Ik onderzoek de fundamenten van het analoog denken: het begrijpen van een nieuwe situatie door het vinden van overeenkomsten met bekende situaties. Analoog denken is het kenmerk dat wijst op intelligentie en is het ontbrekende ingrediënt voor creatieve machines. Er zijn twee open vragen: (1) Hoe kan analoog denken voortkomen uit onze hersenen of uit kunstmatige neurale netwerken? (2) Hoe kan analoog denken haar probleemoplossend vermogen verklaren? Betreffende (1): via de “neural-symbolic integration“-theorie implementeer ik het conceptuele werk over analogie in neurale "analogie-machines". Voor (2) gebruik ik de rekenkracht van neurale netwerken om te begrijpen welke problemen analogie-machines kunnen oplossen.

De aarde verbeeld – prenten als bewijs in natuurfilosofische debatten, 1650-1750
Aanvrager: Prof. dr. I.B. Leemans, VU
Kandidaat: W. de Vries (m)

De geschiedenis van de aarde, van de schepping tot de zondvloed, werd in de zeventiende eeuw hevig bediscussieerd. Natuurfilosofen maakten daarbij steeds vaker gebruik van afbeeldingen, niet alleen om hun ideeën te illustreren, maar ook om ze te bewijzen. In dit project wordt onderzocht welke rol prenten speelden in vroegmoderne wetenschappelijke praktijken, en welke veranderingen zij doormaakten om die rol te kunnen vervullen.

Challenging masculinities: The institution of marriage for young Senegalese migrant men under conditions of involuntary return to Senegal
Aanvrager: Prof. dr. V.M. Mazzucato, MU
Kandidaat: K. Strijbosch (v)

In Senegal is een man niet volledig volwassen zonder getrouwd te zijn. De ideale man is financieel zelfstandig en betaalt een substantiële bruidsschat. Voor veel Senegalese jonge mannen is dit onhaalbaar door beperkte economische mogelijkheden. Ze migreren om hun sociale positie te verbeteren. Het Europese migratiebeleid stuurt ongewenste economische migranten echter terug. Hoe beïnvloedt deze onvrijwillige terugkeer hun mogelijkheden om man te zijn? Door middel van levensverhalen, populaire cultuur en participerende observatie analyseer ik hoe mannelijkheid wordt uitgedragen en betwist in de context van voortijdig afgebroken migratieprojecten. Dit project draagt hiermee bij aan het wetenschappelijke debat rondom veranderende genderrelaties en migratie.

De politieke ideeën van Stéphanie-Félicité, comtesse de Genlis (1746 – 1830): een verzoening tussen Christelijke tradities en verlichtingsidealen
Aanvrager: Prof. dr. A.C. Montoya, RU
Kandidaat: L. Jansen (v)

De politieke ideeën van Mme de Genlis dragen signifant bij aan ons huidige, beeld van politieke ideeën en politiek debat tijdens de Franse Verlichting. Genlis was een bekend politiek figuur en een veelgelezen auteur in haar tijd die op dit punt die kan concurreren met canonieke auteurs zoals Rousseau, Diderot en Voltaire – auteurs die vaak aangehaald werden als de aanstichters van de politieke vernieuwingen die de Franse Revolutie teweegbracht. Dit onderzoek bevraagt Genlis’ gedachten over het (revolutionaire) gelijkheidsideaal en heeft als belangrijkste hypothese dat Genlis dit ‘Verlichtingsideaal’ probeert te verzoenen met haar christelijk geloof.

De persona van de Afrikaanse historicus: UNESCO’s General History of Africa
Aanvrager: Prof. dr. H.J. Paul, UL
Kandidaat: L. Schulte Nordholt (v)

Bestaat er een typisch ‘Afrikaanse historicus’? In een tijd van dekolonisatie en kritiek op westers intellectueel imperialisme hoopten Afrikaanse historici deze vraag met ‘ja’ te kunnen beantwoorden. Aan de hand van UNESCO’s General History of Africa (1964-1999) gaat dit project na wat er van deze hoop terecht kwam en waarom anti-Europese modellen van geschiedschrijving al snel stuitten op praktische bezwaren en ideologische kritiek.

Dataficatie van ras en ethniciteit in Nederland: een onderzoek naar praktijken en politiek in open data van de overheid
Aanvrager: Prof. dr. S. Ponzanesi, UU
Kandidaat: G. van Schie (m)

In dit onderzoek zal ten eerste worden gekeken naar hoe Nederland haar inwoners classificeert op grond van afkomst en hoe dit gerelateerd is aan de (postkoloniale) geschiedenis van het land. Ten tweede zal worden onderzocht hoe deze informatie wordt gedataficeerd en ter beschikking gesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ten derde zal er in kaart worden gebracht welke op ras en etniciteit gebaseerde data-gedreven praktijken plaatsvinden in de samenleving binnen drie domeinen: lokale overheden, de politie en commerciële partijen.

Making up disability? Disability benefit legislation and disability identity formation in cases of traumatic neurosis and amputation in the Netherlands (1901-1967)
Aanvrager: Dr. W.G. Ruberg, UU
Kandidaat: N. Dijkstra (v)

Wanneer het gaat over arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt vaak gezegd dat alleen de juiste mensen daar recht op hebben. Maar wie zijn die juiste mensen? Dit project onderzoekt hoe keuringsprocedures van de eerste arbeidsongeschiktheidswetgeving in Nederland, de Ongevallenwet, invloed hadden op de manier waarop mensen zichzelf en anderen gingen identificeren als gehandicapt. Door te onderzoeken hoe interactie met in- en uitsluitingsprocedures en bijbehorende classificaties vorm kreeg in gevallen van traumatische neurose en amputatie, wil dit project inzicht geven in het ontstaan van disability-identiteiten en een licht schijnen op de culturele logica achter de arbeidsongeschiktheidsverklaring van zoveel mensen in Nederland.

Verhalende onderwijsteksten: begrijpelijke onderwijsteksten?
Aanvrager: Prof. dr. T.J.M. Sanders, UU
Kandidaat: N. Sangers (v)

Met dit onderzoeksproject verdiepen we ons inzicht in de effectiviteit van verhalen in onderwijsteksten: welke tekstkenmerken maken een onderwijstekst meer of minder verhalend? En welke combinaties van verhalende en educatieve inhoud stimuleren de onthoudbaarheid, begrijpelijkheid en waardering van onderwijsteksten? Dit project heeft belangrijke praktische toepassingsmogelijkheden. De resultaten kunnen worden omgezet in evidence-based schrijfadviezen voor educatieve uitgevers. Daarmee levert dit project een bijdrage aan de ontwikkeling van optimale educatieve materialen, die zowel aantrekkelijk als leerzaam zijn voor leerlingen.

Logica ontmoet echte denkers: een filosofische analyse van begrensde rationaliteit.
Aanvrager: Dr. S.J.L. Smets, UvA
Kandidaat: A. Solaki (v)

In dit project bouwen we een logisch kader dat werkelijke redeneringen simuleert op een adequate wijze. De logica heeft reeds een bijdrage geleverd aan verschillende modellen, maar er zijn theoretische gebreken en interdisciplinaire empirische bevindingen die ervoor zorgen dat het standaard onderzoek naar hoe mensen denken, geloven en naar wat ze weten, ontoereikend is. Het is ons doel om de logica af te stemmen op de bevindingen van matig rationele denkers. We brengen onze bevindingen samen in een nieuw logisch kader dat de kritiek op de standaard aanpak kan weerleggen.

Mens en natuur aan de grenzen van de tijd, 1760-1860
Aanvrager: Prof. dr. W.R.E. Velema, UvA
Kandidaat: M. Boom (m)

Hebben onze noties van tijd en geschiedenis een eigen geschiedenis? Rond 1800 veranderde het denken over tijd en het verleden radicaal. Groeiende historische kennis en grote ontdekkingen in de aardwetenschappen verlegden de grenzen van het kenbare verleden met honderden miljoenen jaren. In de geleerde wereld van Nederland waren diverse nieuwe ideeën onderwerp van debat. Vermengden ze? Botsten ze? Of liepen cultuur– en natuurwetenschap moeiteloos door elkaar? Dit project zal onderzoeken hoe de grote transformaties in het denken over het verleden van mens en natuur met elkaar verbonden zijn.

Resolving distortions in semantic spaces defined by words by analysing relations between word, sense and reference
Aanvrager: Prof. dr. P.T.J.M. Vossen, VU
Kandidaat: P. Sommerauer (v)

Dit project onderzoekt de relatie tussen woorden, betekenissen en de dingen waarnaar woorden verwijzen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van grote hoeveelheden teksten. Huidige ‘big-data’ methodes leveren veelbelovende representaties voor woorden met maar één enkele betekenis maar schieten tekort bij woorden met meerdere betekenissen. Ze geven bovendien geen informatie over de diversiteit van dingen in de wereld waarnaar ze verwijzen. Het verwachte resultaat is een betere methode voor de representatie van woordbetekenis en woordverwijzing puur gebaseerd op taaldata. Een dergelijke methode stelt linguïsten en cognitieve wetenschappers in staat fundamentele hypotheses over taal te toetsen op grond van grote hoeveelheden data. Verder stelt het software ontwikkelaars in staat om automatisch betekenis te bepalen van teksten.

Bron: NWO