Bestaan er objectief juiste antwoorden op morele vragen?

31 januari 2017

‘We hebben de morele plicht vluchtelingen op te vangen.’ Is dit een correcte of incorrecte uitspraak? En waar hangt die correctheid vanaf? Gaat het om een subjectieve mening, iets wat voortvloeit uit een specifieke cultuur, of bestaan er ook ‘objectieve’ morele uitspraken die voor iedereen op de wereld gelden? En hoe bepalen we dan de juistheid van een morele uitspraak? Ethicus Sem de Maagt ging op zoek naar een bruikbare standaard om dit te bepalen in een filosofisch onderzoek als onderdeel van het NWO-gefinancierde project ‘What Can the Humanities Contribute to Our Practical Self-Understanding?’. Hij promoveerde vrijdag 27 januari aan de Universiteit Utrecht.

Vluchtelingenkamp in Belgrado in winterse omstandigheden‘De morele plicht vluchtelingen op te vangen...’ Correcte of incorrecte uitspraak? Etenstijd in een vluchtelingenkamp in Belgrado. Foto: Shutterstock (Nebojsa Markovic)

In zijn proefschrift probeert Sem de Maagt antwoord te geven op een vraag die onder veel maatschappelijke vraagstukken verborgen ligt: zijn morele uitspraken (‘wij hebben de morele plicht de kloof tussen rijk en arm te dichten’) subjectief, relatief of objectief geldig? Oftewel, gelden de uitspraken voor sommigen, gelden ze alleen onder bepaalde omstandigheden of gelden ze voor iedereen?

De Maagt: ‘In mijn onderzoek probeer ik niet zozeer een specifiek antwoord te geven op concrete morele vragen, zoals over vluchtelingen of ongelijkheid. Ik tracht te bepalen welke standaard we zouden kunnen gebruiken om te bepalen of morele uitspraken correct of incorrect zijn, en of er een ‘objectieve standaard’ bestaat om dit de beoordelen.’

Er bestaan geen morele feiten in de wereld

De Maagt verdedigt in zijn proefschrift ‘Constructing Morality: Transcendental Arguments in Ethics’ een zogenoemde ‘Kantiaans constructivistische’ theorie van morele objectiviteit en morele rechtvaardiging. Volgens deze theorie bestaan er geen morele feiten in de wereld, zoals er wél feiten bestaan over bijvoorbeeld auto’s, stoelen en hoekvlaggen. De objectiviteit van moraal ligt volgens deze theorie besloten in ons praktisch zelfbegrip: in de manier waarop we onszelf begrijpen als handelende wezens, dat wil zeggen, als wezens die doelen nastreven in de wereld. Moraal is dus gerechtvaardigd vanuit het eerste-persoons perspectief.

De onderzoeker introduceert het Kantiaans constructivisme als een alternatief voor de meest gangbare theorieën over morele objectiviteit in de ethiek. De Maagts conclusie met betrekking tot het succes van het Kantiaans constructivisme is gematigd optimistisch: ‘Ik ben er positief over in vergelijking met alternatieven, ik plaats echter kanttekeningen bij de manier waarop deze theoretici een relatief uitgebreide set aan morele normen verdedigen. Dit betekent niet dat de theorie faalt, maar vooral dat er meer werk nodig is op dit gebied.'

Meer informatie

S. (Sem) de Maagt (1987) begon zijn proefschrift ‘Constructing Morality: Transcendental Arguments in Ethics’ met financiering uit het NWO-programma Horizon binnen het project ‘What Can the Humanities Contribute to Our Practical Self-Understanding?’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Wijsbegeerte en voltooide het aan de Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Departement Wijsbegeerte. Begeleiders waren prof. dr. I.A.M. (Ingrid) Robeyns, prof. dr. M. (Marcus) Düwell (tevens hoofdaanvrager van het overkoepelende project) en dr. R.J.G. (Rutger) Claassen.


Bron: NWO