Nieuwe projecten over aardobservatie

12 december 2017

Er komen elf nieuwe onderzoeksprojecten over aardobservatie. Dat heeft het bestuur van het NWO-domein Exacte en Natuurwetenschappen besloten binnen het programma Gebruikersondersteuning Ruimteonderzoek (GO).

Dit besluit betekent een stimulans van ruim 2,6 miljoen euro voor de Nederlandse ruimtevaart. Het ministerie van OCW betaalt het GO-budget vanuit het eigen ruimtevaart budget. Het programma biedt financiële ondersteuning aan in Nederland werkzame onderzoekers bij het gebruik van infrastructuur in de ruimte ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van aardobservatie en planeetonderzoek. Het Netherlands Space Office (NSO) doet de dagelijkse uitvoering en het beheer van het programma. De beoordelingscommissie heeft in deze ronde 33 aanvragen beoordeeld over aardobservatie en planeetonderzoek.

Projecten

AEROSOURCE: Estimation of Aerosol Emissions from Polarization Data
Dr. O. Hasekamp, SRON
Aerosolen zijn kleine stofdeeltjes in de atmosfeer, die het klimaat beïnvloeden door zonlicht terug te kaatsen (direct effect) en door wolkenvorming te beïnvloeden (indirect effect). Dit project ontwikkelt een nieuwe methode om het directe aerosol-effect van verschillende aerosol-emissies te bepalen.

Toward improved altimetry observations for the Greenland Ice Sheet
Prof.dr. M.R. van den Broeke, UU
Dit project ontwikkelt een nieuwe methode voor de verwerking van satellietobservaties van de veranderingen in de hoogte van de Groenlandse ijskap. In combinatie met observaties van andere satellieten zal dit een duidelijk en gedetailleerd beeld mogelijk maken van het hedendaagse ijsverlies in de regio.

Closing the regional sea-level budget in the satellite era
Dr. A.B.A. Slangen, NIOZ
Er is nog steeds een verschil tussen de totale waargenomen zeespiegelstijging in de afgelopen eeuw en de som van de verschillende bijdragen. Dit onderzoek gebruikt satellietdata voor de bestudering van de mondiale en regionale zeespiegelstijging om de processen die daaraan bijdragen beter te begrijpen.

Burning Efficiency based on TROPOMI-derived Tracer Emission Ratios (BETTER)
Dr. ir. S. Houweling, SRON
Dit project stel zich ten doel om mondiale variaties in verbrandingsefficiëntie te kwantificeren, met behulp van het TROPOMI satellietinstrument dat in 2017 is gelanceerd.

Satellite gravity based estimates of mantle viscosity for geodynamic modelling
Dr. ir. W. van der Wal, TUD
Niet direct meetbare viscositeit bepaalt stroming in het binnenste van de aarde. Dit project zal schattingen van viscositeit produceren op basis van satellietzwaartekrachtmetingen en metingen van aardbevingsgolven. Hiermee worden nauwkeurige geodynamische modellen ontwikkeld voor betere schattingen van het smelten van ijskappen.

Exploring vegetation strategies to regulate light and water use through satellite remote sensing 
Dr. ir. C. van der Tol, UT
Planten hebben verschillende strategieën voor de omgang met de variërende hoeveelheid licht en water. Dit onderzoek meet deze strategieën met behulp van satellieten. We gebruiken een sensor met meerdere kijkhoeken, metingen van reflectie bij een groot aantal golflengtes en de emissie van chlorofylfluorescentie.

Exploitation of phase inconsistencies in SAR interferometric triplets
Dr. F. Lopez Dekker, TUD
De Europese Sentinel-1 satellieten voor aardobservatie leveren iedere zes dagen systematische, bijna identieke opnames van grote delen van de aarde. Dit project gebruikt deze hoge bemonstering bij de ontwikkeling van nieuwe interferometrische technieken. Die gaan ondergrondse kenmerken detecteren  en methodes voor het meten van variaties in bodemvochtigheid.

Modelling the Earth's crust: From outer space to deep under
Dr. M. van der Meijde, UT
Zwaartekrachtmetingen vanuit de ruimte meten de verdeling van massa in de aarde. Het is echter lastig te bepalen welke massa’s op welke diepte in de aarde zitten. Dit project ontwikkelt nieuwe methodes die gebaseerd zijn op de combinatie van verschillende databronnen. Zo willen we betere modellen van de aardstructuur maken.

Marginal No More: Constraining Sea-level Change in Scandinavia’s Marginal Seas with Post-Glacial Rebound Models
Prof. dr. L.L.A. Vermeersen, NIOZ
Modellen van de evolutie van ijskappen en vervorming van de aarde zijn onmisbaar bij de berekening van zeespiegelveranderingen na de laatste ijstijd. Voor de bepaling van de invloed van klimaatverandering op de zeespiegel zijn deze berekeningen onmisbaar. Dit onderzoek zal deze modellen gaan verbeteren met data van de buitengrenzen van deze ijskappen.

Assessing firn processes from multi-source satellite data
Dr. ir. S.L.M. Lhermitte, TUD
Sneeuwmodellen zijn indirect een grote bron van onzekerheid in de schattingen en projecties van massabalans en zeespiegelstijging rond Groenland of Antarctica. Dit project zal satellietwaarnemingen combineren om geavanceerde sneeuwmodellen af te stellen. Zo kan de impact van sneeuwprocessen op de massabalans in een veranderend klimaat worden vastgesteld.

Using Space Geodesy to assess the re-locking time after a major subduction earthquake
Dr. R. Govers, UU
Gedurende decennia na een magnitude 9+ aardbeving is onbekend of de volgende grote aardbeving hier alweer in voorbereiding is. De onderzoekers gaan proberen dit te bepalen met zeer nauwkeurige geodetische metingen.

Bron: NWO