Tijdschriftspecial over Nederlands-Britse samenwerking op Antarctica

Vier jaar wetenschappelijke samenwerking Dirck Gerritsz laboratorium werpt vruchten af

1 juni 2017

Het eerste Nederlandse laboratorium op Antarctica werd in januari 2013 geopend door het Ministerie van OCW, als resultaat van goede samenwerking met de British Antarctic Survey. Na vier jaar van onderzoek publiceert het tijdschrift Deep-Sea Research een overzicht van de resultaten tot nu toe, met de focus op onderzoek naar het mariene ecosysteem. De publicatie maakt zo duidelijk hoe bijzonder de samenwerking tussen Nederland en de Britten op dit vlak is.

Het westen van het Antarctisch Schiereiland warmt snel op. Maar wat betekent dat voor het mariene ecosysteem? Om dat te onderzoeken is het Dirck Gerritsz (DG) laboratorium opgericht. Het is gevestigd op het onderzoeksstation Rothera van de British Antarctic Survey (BAS), aan de westkant van het Antarctisch Schiereiland. Sinds de opening is het Dirck Gerritsz laboratorium intensief benut. Het lab heeft Nederlandse onderzoekers in staat gesteld om deel te nemen aan belangrijke internationale onderzoeksprojecten en zo bij te dragen aan een beter begrip van dit snel opwarmende ecosysteem. Een breed scala aan onderzoeksprojecten is uitgevoerd, waarvan er zes in deze speciale uitgave van Deep-Sea Research hun bevindingen publiceren.

Het Dirck Gerritsz laboratorium

Langlopend onderzoek
Klimaatverandering is een lange-termijn proces dat je alleen kunt begrijpen door data te verzamelen via langlopend, meerjarig wetenschappelijk onderzoek. Door een uitgebreid stelsel van meetinstrumenten die veel data produceren is onze kennis al toegenomen. Er zijn bijvoorbeeld mobiele weerstations, satellieten die de aarde observeren en op Rothera bestuderen onderzoekers de invloed van het klimaat op de oceaan. Metingen voor dit onderzoek worden zomer en winter genomen, en de tijdserie loopt al sinds 1997 (RaTS, Rothera Time Series).

Effect van opwarming
Het westen van het Antarctisch Schiereiland is vanwege zijn ligging en relatief warm klimaat een regio waar veel internationaal onderzoek naar het mariene ecosysteem gedaan wordt. Afgezien van enkele plekken in het Noordpoolgebied, is er nergens ter wereld een gebied dat zo snel opwarmt als het Antarctisch Schiereiland.
Dat heeft een direct effect op het gebied: metingen laten zien dat de hoeveelheid zeeijs afneemt, de atmosfeer warmer wordt, de temperatuur van het zeewater stijgt en gletsjers zich terugtrekken. Lange tijd werd gedacht dat de opwarmende atmosfeer het verlies aan ijs veroorzaakte. Dat blijkt echter vooral te wijten aan opwarmend zeewater dat de in zee liggende gletsjers van onderaf laat smelten. De teruglopende hoeveelheid zeeijs is van invloed op de hoeveelheid algen, die als basis voor de gehele voedselketen in het gebied dienen. Ook produceren algen klimaatgassen zoals DMS (dimethylsulfide), die een rol spelen bij de vorming van wolken die voor een afkoeling van de aarde kunnen zorgen.

Dirck Gerritsz laboratorium
Het laboratorium bestaat uit vier mini laboratoria ingebouwd in mobiele zeecontainers. Deze zijn geplaatst binnen een docking station. De vier laboratoria, gebouwd door NWO-instituut NIOZ, hebben verschillende functies. Twee zijn uitgerust als 'Dry lab', waarin kwetsbare apparatuur kan worden opgesteld, één als 'Clean Lab' – speciaal geschikt voor onderzoek naar spoormetalen in zeewater - en één 'Wet Lab/Cultivation Lab', voor de uitvoering van experimenten met levende algen.

Internationale samenwerking
Dit Nederlandse laboratorium bevindt zich op het Britse poolstation Rothera. Nederland kan zo de eigen onderzoekers relatief eenvoudig toegang bieden tot deze hotspot voor onderzoek. Door aan te sluiten bij de Britse infrastructuur is een eigen, kostbare Nederlandse basis niet meer nodig. Daarnaast zijn de Britten zeer geïnteresseerd in internationale samenwerking, en was het daarbij een voordeel dat het Nederlands Polair Programma goed aansluit bij hun eigen programma. Met deze samenwerking snijdt het mes dus aan twee kanten. NWO en BAS hebben bij de selectie van onderzoeksvoorstellen in het DG lab het zo afgestemd dat de als excellent beoordeelde Nederlandse onderzoeksprojecten ook een waardevolle aanvulling zijn op Brits onderzoek.
NWO en BAS zijn trots op de succesvolle samenwerking tussen beide landen: het maakt een beter begrip mogelijk zonder dat landen ieder voor zich geld voor wetenschappelijk onderzoek gaan uitgeven ten behoeve van dezelfde soort kostbare infrastructuur. Zes van de in het special issue aangehaalde artikelen zijn dan ook het product van Nederlandse en Britse onderzoekers samen.

Toekomst
Een externe commissie buigt zich op dit moment over de infrastructuur die Nederland heeft in de polaire gebieden; het DG lab maakt daarvan een belangrijk deel uit. Daarnaast is er een station op Spitsbergen,  zijn er afspraken tussen NWO met BAS en het Duitse Alfred Wegener Institut (AWI) over het gebruik van infrastructuur en kunnen Nederlandse onderzoekers naar Antarctica vliegen via Zuid Afrika (dromlan afspraken). Volgens de huidige afspraak loopt de financiering door OCW van het DG lab af na 2020.
 
Artikel
De speciale uitgave telt vijftien artikelen. Dr. Jacqueline Stefels en dr. Maria van Leeuwe (beiden RUG) en prof. Michael Meredith (BAS) redigeerden deze speciale uitgave en schreven samen een introductie.

Michael P. Meredith, Jacqueline Stefels and Maria van Leeuwe, Marine studies at the western Antarctic Peninsula: priorities, progress and prognosis, Deep-Sea Research Part II, http://dx.doi.org/10.1016/j.dsr2.2017.02.002
NWO en BAS maakten het artikel samen open access.

Bron: NWO