Leren van fouten: niet bij hersenletsel

5 januari 2016

Is het maken van fouten leerzaam of juist niet? Die vraag staat in revalidatiecentra regelmatig ter discussie. Voor mensen met geheugenproblemen is het voorkomen van fouten een betere leerstrategie. Neuropsycholoog Dirk Bertens laat nu zien dat ‘foutloos leren’ ook voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel werkt. Hij promoveert op 8 januari aan de Radboud Universiteit op onderzoek gefinancierd door het NWO-regieorgaan voor hersen- en cognitieonderzoek (NIHC.)

Leren van fouten: niet bij hersenletsel Beeld: ShutterstockBeeld: Shutterstock

Een aanzienlijk deel van de mensen met hersenletsel dat is veroorzaakt door een beroerte of ongeval, heeft last van verstoorde executieve functies: voor hen zijn handelingen die uit meerdere stappen bestaan en een beroep doen op planning lastig. Dat zorgt voor moeilijkheden, want vrijwel al onze dagelijkse acties bestaan uit meerdere stappen, zelfs het voeren van een normaal gesprek. Zulke patiënten krijgen daarom training om deze dagelijkse handelingen opnieuw te leren.

Foutloos-lerende duiven

Bij ‘foutloos leren’ voorkom je dat er fouten optreden door het te behalen doel op te delen in stappen en die uit te leggen met uitgebreide beschrijvingen, voorbeelden, visuele aanwijzingen en vooral rustmomenten tussen de stappen. De oorsprong van foutloos leren ligt in onderzoek bij duiven. De Amerikaanse psycholoog Herbert Terrace leerde duiven om wél op een rode maar niet op een groene knop te pikken. Doordat de taak langzaam complexer werd gemaakt – eerst leerden de duiven het verschil tussen rood en geen kleur, pas daarna het verschil tussen rood en groen – maakten de duiven zelden fouten bij de laatste, moeilijkste taak.

Imkeren en internetbankieren

Bij mensen is het principe tot nu toe onderzocht bij mensen met geheugenstoornissen als dementie, en voor hen bleek het een succesvolle aanpak. Dirk Bertens onderzocht het effect van de training bij zestig mensen met niet-aangeboren hersenletsel die problemen hadden met planningsvaardigheden. De deelnemers mochten zelf twee alledaagse taken kiezen om te trainen. Bertens: ‘Ze kozen voor taken als internetbankieren of lasagne maken. Eén deelnemer was imker en wilde het inspecteren van zijn bijenkasten en het vervolgens invullen van een rapport oefenen. Dus dat hebben we gedaan.’

Fout versus foutloos

De helft van de groep kreeg een ‘standaard’ trial-en-errortraining, de andere helft oefende met een foutloos-lerenmethode. Terwijl de eerste groep de ruimte kreeg om fouten te maken en deze vervolgens te corrigeren, kreeg de tweede groep zeer uitgebreide instructies: vooraf maar ook tijdens de uitvoering. ‘Bij iedere tussenstap namen we de rust om even te checken of het nog goed ging. Vooral rust nemen voor zo’n evaluatiemoment was lastig voor de deelnemers. Maar na acht trainingssessies voerden ze de taken beter uit dan de deelnemers in de controlegroep.’

Zowel de trainers als de deelnemers zagen duidelijke verbetering na de foutloze trainingssessies. ‘Ik zou het principe van foutloos leren graag willen implementeren in revalidatiecentra door het hele land’, aldus Bertens. ‘Daarbij kan worden gekeken of er nog meer patiëntgroepen zijn die hier baat bij kunnen hebben. Bijvoorbeeld mensen met aangeboren leerstoornissen of verstandelijke beperkingen.’

Bron: Radboud Universiteit Nijmegen

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Hersenen, Cognitie, Gedrag

Programma

Hersenen en cognitie Maatschappelijk verantwoord innoveren

Speerpunt

Thema: Hersenen en cognitie (2007-2010) Samenwerken in thema's (2011-2014)