Vonnis weigeren ‘bij de grens’ waarborgt soms recht op eerlijk proces

11 oktober 2016

Soms is het nodig om een vonnis uit de ene lidstaat van de Europese Unie ‘bij de grens’ de toegang tot een andere lidstaat te kunnen ontzeggen, teneinde het universele recht op een eerlijk proces te waarborgen. Als een vonnis resultaat is van een oneerlijke procedure in de rechtsgang in een land moet het voor een ander land mogelijk blijven het niet te accepteren. Dat oordeelt juriste Monique Hazelhorst in haar proefschrift ‘Free Movement of Civil Judgments in the European Union and the Right to a Fair Trial’. Zij promoveert donderdag 13 oktober met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Symbolische Europese grensFoto: Shutterstock

Binnen de Europese Unie is het steeds gemakkelijker voor personen en bedrijven om zaken te doen met in andere EU-lidstaten. De grenzen tussen de lidstaten zijn inmiddels zo goed als verdwenen als het bijvoorbeeld gaat om goederenhandel. Voor vrije handel is van groot belang dat men conflicten effectief kan oplossen. Een tuinder in Nederland die groenten levert aan een Duitse supermarkt die zijn rekeningen niet betaalt kan naar de rechter gaan om betaling af te dwingen. Met het vonnis van de Nederlandse rechtbank in de hand zal de tuinder ook in Duitsland zijn recht kunnen halen. De Europese Unie maakt het sinds lange tijd mogelijk om op deze manier vonnissen uit de ene EU-lidstaat in andere lidstaten ten uitvoer te leggen.

Hazelhorst: ‘De laatste vijftien jaar zijn maatregelen genomen waardoor de grenzen helemaal zijn weggevallen. Een zo’n ingrijpende maatregel is dat het voor sommige vonnissen voor lidstaten niet meer mogelijk is om het vonnis te weigeren, in gevallen waarin er iets erg is misgegaan, zodat het niet ten uitvoer kan worden gelegd. In dit onderzoek stond de vraag centraal of dat niet een stap te ver gaat.’

Voor alimentatiebetalingen binnen de Europese Unie is zowel het ‘exequatur’ – het rechterlijk bevel om het vonnis daadwerkelijk ten uitvoer te brengen – als de gronden voor weigering van erkenning of tenuitvoerlegging afgeschaft. Ook is er al automatische tenuitvoerlegging mogelijk van vonnissen omtrent niet-betwiste geldvorderingen, waarbij geen weigering mogelijk is. Ook heeft Brussel de weigeringsgronden afgeschaft voor vonnissen die de terugkeer van een kind bevelen en vonnissen die het omgangsrecht betreffen.

Weigering niet mogelijk

Hazelhorst: ‘Sinds enkele jaren bestaan er ook twee uniforme Europese procedures, die als alternatief kunnen worden gebruikt voor nationale burgerlijke procedures: de Europese Betalingsbevelprocedure en de Europese Procedure voor Geringe Vorderingen. Beide procedures resulteren in een beslissing die automatisch uitvoerbaar is in alle EU-Lidstaten zonder dat weigering daarvan mogelijk is. De implementatie van het beleid om erkenning en tenuitvoerlegging ingrijpend te vereenvoudigen is daarmee al ver gevorderd.’

Hazelhorst deed onderzoek naar de gevallen waarin tenuitvoerlegging of erkenning door Europese rechters is geweigerd. Hiervoor maakte zij gebruik van bestaand onderzoek, waaronder rapporten van de Europese Commissie, maar ook van eigen onderzoek naar de Nederlandse praktijk. Daarnaast werden enkele honderden arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie geanalyseerd. Daarmee werd vastgesteld wat het recht op een eerlijk proces – zoals neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Europees Grondrechtenhandvest van de EU – inhoudt en hoe het moet worden gewaarborgd.

Volgens het onderzoek kan het soms nodig zijn om een vonnis te weigeren wanneer dat vonnis het resultaat is van een procedure die oneerlijk is geweest, bijvoorbeeld wanneer de rechter in kwestie daarvoor steekpenningen heeft aangenomen en dus partijdig was. Hazelhorst stelt dat weigering van een vonnis soms de enige remedie is om zo’n oneerlijke procedure tegen te gaan.

Hazelhorst: ‘Wel moet zorgvuldig worden afgewogen of weigering de enige mogelijke remedie is, omdat personen en bedrijven die naar de rechter gaan, er natuurlijk in beginsel op moeten kunnen vertrouwen dat zij ook krijgen wat de rechter hen heeft toegekend. Ook dat is een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces.´

Meer informatie

M.I. (Monique) Hazelhorst (1987) voerde haar promotieonderzoek uit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Erasmus School of Law, binnen het Vidi-project ‘Securing Quality in Cross-Border Enforcement: Towards European Principles of Civil Procedure?’ van prof. mr. dr. X.E. (Xandra) Kramer. Binnen hetzelfde project voert E.A. (Alina) Ontanu een rechtsvergelijkend onderzoek uit naar de implementatie van de uniforme Europese procedures in verschillende EU-lidstaten.

Hazelhorst werkt inmiddels als medewerker van het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.


Bron: NWO