'Stel slecht leidinggeven aan onderneming eerder gelijk aan ‘voorwaardelijke opzet’ in strafrecht'

23 juni 2016

Voor ondernemingen die nauw aansluiten bij het piramidale organisatiemodel van Weber voldoen de bestaande criteria voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden nog prima. In werkelijkheid voldoen veel moderne bedrijven al lang niet meer aan dit ‘ideaaltype’ met zijn alwetende en almachtige leiding en is een zekere bijstelling dus op zijn plaats. Dat concludeert jurist Mark Hornman in zijn proefschrift ‘De strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen: Een beschouwing vanuit multidimensionaal perspectief’. Hij promoveert vrijdag 24 juni aan de Universiteit Utrecht met NWO-financiering uit de Vrije competitie.

Beeld van Vrouwe FortunaFoto: Shutterstock

Grote fraudeschandalen in de zakelijke wereld – bijvoorbeeld bij Enron, Parmalat, Ahold, Volkswagen – en de bancaire sector – door 'rogue traders' Leeson van Barings Bank en Kerviel van Société General – hebben ervoor gezorgd dat grote ondernemingen tegenwoordig nauwlettender in de gaten worden gehouden. Strafrechtelijke aansprakelijkheid laat zich in kleine organisaties nog relatief eenvoudig vaststellen, maar wordt lastiger naarmate de onderneming in omvang en/of complexiteit toeneemt. Mark Hornman boog zich over de vraag: zijn de huidige criteria voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden nog wel toereikend?

Detectie- en effectueringsvermogen

De bestaande criteria voor aansprakelijkheid zijn open en abstract en daarmee flexibel, maar tegelijkertijd ook weinig richtinggevend. Voor overzichtelijke ondernemingen is dat volgens Hornman geen probleem. Verantwoordelijkheidsrelaties zijn duidelijk en zowel het signaleren van strafbare feiten als het optreden daartegen verloopt in dergelijke organisaties doorgaans moeiteloos. Naarmate de onderneming verder afwijkt van dit strak gecontroleerde ideaaltype, komt dat detectie- en effectueringsvermogen echter onder druk te staan.

Hornman: ‘Er is dus behoefte aan meer up-to-date organisatiemodellen die recht doen aan de verscheidenheid aan moderne organisaties. Gebruik maken van die modellen maakt analyse mogelijk van de mogelijkheden en onmogelijkheden waarmee leidinggevenden van grote en ingewikkelde bedrijven worden geconfronteerd bij het signaleren en aanpakken van misstanden in hun organisatie.’

'Zorgplicht'

Hornmans studie wijst uit dat het wettelijk kader voor hiërarchische aansprakelijkheid en de invulling die daar in de jurisprudentie aan wordt gegeven over het geheel genomen nog steeds passend is. ‘Juist omdat de inzichten uit de organisatiewetenschappen het mogelijk maken om de ‘zorgplicht’ verder te concretiseren. De voorwaarden voor aansprakelijkheid – zeggenschap, kennis en zorgplichtschending – kunnen nader worden ingevuld en verfijnd door gebruik te maken van die inzichten.’

Wel zou de rechter het niet of apert ontoereikend uitoefenen van toezicht of controle volgens Hornman moeten gelijkstellen met ‘voorwaardelijke opzet’, zoals elders in het strafrecht al gebruikelijk is. Daarmee zou een einde komen aan de situatie waarin slecht leidinggeven door de vingers wordt gezien, terwijl meer doen dan strikt genomen noodzakelijk is juist een risico op aansprakelijkheid creëert. ‘Iemand kan immers alleen feitelijk leidinggeven aan strafbare feiten waarvan hij of zij op de hoogte is en de kans daarop neemt toe naarmate de leidinggevende zich extra inspant.’

Meer informatie

Mark Hornman (1982) verrichtte zijn promotieonderzoek binnen het project ‘Individual criminal responsibility of managers’ aan de Universiteit Utrecht, Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Strafrechtswetenschappen (Willem Pompe Instituut/Utrecht Centre for Accountability and Liability Law), met financiering uit de Vrije competitie van NWO Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Hoofdaanvrager was prof. mr. F.G.H. Kristen.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vrije competitie