Risicogedrag onder jongeren: de gelegenheid maakt de dief

3 november 2016

Adolescenten zijn het schoolvoorbeeld van mensen die buitensporig veel risico nemen. Wie consumeert bijvoorbeeld zoveel alcohol achter elkaar dat hij op een haar na het loodje legt? Niemand bij zijn volle verstand, dat doet alleen een adolescent. Maar, zo blijkt uit meta-analyse van promovenda Ivy Defoe, tijdens laboratoriumexperimenten vertonen zij niet altijd meer risicogedrag dan kinderen en volwassenen. Wat vormt de verklaring voor het verschil tussen een experiment en het echte leven? ‘Risk opportunity’, concludeert zij. Anders gezegd, de gelegenheid maakt de dief. Defoe promoveert vrijdag 4 november aan de Universiteit Utrecht met NWO-financiering uit de Vrije competitie.

Groep jongeren drinkt alcohol op een campingBeeld: Shutterstock, DNF Style

Risk opportunity (lees: de sociale mogelijkheden om daadwerkelijk risicogedrag te vertonen) is vaak aanzienlijk groter bij adolescenten dan bij kinderen. Dit heeft bijvoorbeeld zijn weerslag gehad in de wettelijke minimumleeftijd voor het kopen van alcohol en tabak. Dergelijke maatregelen beperken het ‘speelveld’ voor risicogedrag. Ivy Defoe: ‘In 2013 rookte 27,1 procent van de 16-jarigen. In 2014, het jaar waarin het kabinet de minimumleeftijd om tabak te mogen kopen verhoogde naar 18 jaar, was dit percentage van rokende 16-jarigen gedaald tot 17,6 procent.’

Sociale factoren zijn eveneens belangrijk om risicogedrag onder adolescenten te kunnen voorspellen. Zo kunnen de aanwezigheid van leeftijdsgenoten, groepsdruk, normen van vrienden en externaliserend gedrag (delinquentie en agressie) van vrienden een sterke invloed hebben op de adolescent. Omgaan met vriendjes die delinquent gedrag vertonen is immers ook een vorm van ‘social risk opportunity’. Ook bleken er sekse- en leeftijdsinvloeden te zijn: onder bepaalde omstandigheden nemen jongens sneller risico’s dan meisjes. En delinquente invloeden van vrienden blijken bijvoorbeeld strafbaar gedrag te voorspellen, maar alleen tijdens de vroege adolescentie (12-14 jaar).

Nederland en St. Maarten

Tussen 2012 en 2014 vulden meer dan 600 Nederlandse adolescenten (en hun opvoeders) jaarlijks een vragenlijst in. Deze groep respondenten vormden de basis onder Defoe’s onderzoek. Daarnaast voerden zij cognitieve taken uit en namen deel aan experimentele sessies. Daarin kregen zij taken waarbij ze risicovolle beslissingen moesten nemen, zoals autorijden in een computerspel en een rood stopsein wel of niet ‘halen’. Dat deden ze alleen of met leeftijdsgenoten. Ze voerden ook ‘risico-opdrachten’ met hun vaders, moeders en broers of zussen.

Ivy Defoe onderwierp ook ongeveer 350 jongelui op St. Maarten aan een soortgelijke 2-jarige studie en bijna 500 adolescenten en hun broers/zussen, vaders, moeders en beste vrienden uit het reeds bestaande Nederlandse project ‘Research on Adolescents Development And Relationships (RADAR)’.

Defoe vond daarbij dat het hebben van lastige vrienden én oudere broers en zussen een belangrijke voorspeller is van externaliserend gedrag onder adolescenten. Voor ouders gold juist: hoe beter de relatie tussen de moeder en haar kind, hoe minder ontsporingen van de tiener.

Meer informatie

I.N. (Ivy) Defoe (1987) verrichtte haar promotieonderzoek ‘The Puzzle of Adolescent Risk Taking: An Experimental-Longitudinal Investigation of Individual, Social and Cultural Influences’ aan de Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, binnen het NWO-project ‘An experimental investigation of developmental and individual differences in adolescent risky decision making: the role of peers, siblings and parents’ met financiering uit de Vrije competitie. Hoofdaanvrager was prof. dr. J.S. Dubas.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vrije competitie

Speerpunt

Vrij onderzoek en talent (2015-2018)