Jongeren met vrienden op school spijbelen minder

30 september 2016

Spijbelen, te laat komen en ruzie maken met leraren. Wie op school vrienden heeft, laat minder snel dit soort probleemgedrag zien dan wie vrienden heeft daarbuiten. Wanneer leerlingen worden omringd door meer medeleerlingen met dezelfde etniciteit, vormen zij hun vriendschappen eerder op school in plaats van daarbuiten. Dit ontdekte sociologe Sara Geven tijdens promotieonderzoek naar probleemgedrag onder jongeren. Zij promoveert 30 september aan de Universiteit Utrecht dankzij NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Vier jongeren slenteren over straatFoto: Shutterstock

In haar proefschrift beschrijft Sara Geven aspecten van de sociale netwerken tussen jongeren en hun leeftijdsgenoten op school om het probleemgedrag van jongeren beter te begrijpen. Zo bestudeerde zij positieve en negatieve relaties die leerlingen hebben met hun medeleerlingen.

Geven gebruikte voor haar onderzoek gegevens van het Nederlandse YES!-onderzoek (Youth in Europe Survey), een wetenschappelijke studie die inzicht geeft in het leven van ongeveer 7.000 Nederlandse jongeren en hun opvattingen. Zij putte ook uit YES!-enquêtes in Duitsland, Engeland en Zweden. Zo had zij informatie tot haar beschikking van zo’n 18.000 jongeren tussen de twaalf en vijftien jaar oud. De ondervraagde leerlingen gaven aan wie hun vrienden zijn en hoe ze zich op school gedragen.

Geven: ‘Wie op school vrienden heeft, laat minder snel probleemgedrag zien dan wie voornamelijk vrienden heeft buiten school. Dat komt vermoedelijk doordat er een sterkere binding is met school. Daarbij doet het er niet toe of vrienden in dezelfde klas zitten.’

Sneller vriendschap

Adolescenten worden niet beïnvloed door al hun klasgenoten, maar passen zich wel aan aan het schoolgedrag van hun vrienden in de klas. Dit geldt met name voor jongeren die minder vrienden hebben in de klas. Beïnvloedingsprocessen tussen vrienden hangen niet af van de wederzijdsheid van de vriendschap, het geslacht van jongeren, of de sociale status van vrienden.

Leerlingen die omringd worden door medeleerlingen met dezelfde etnische achtergrond, hebben vaker vrienden op school dan jongeren op meer gemixte scholen. ‘Je sluit sneller vriendschap met iemand die een beetje op jezelf lijkt. Tussen leerlingen op gemixte scholen is soms een grote afstand.’ Vermoedelijk is dit een belangrijke reden, aldus Geven, dat op scholen met meer etnische diversiteit meer probleemgedrag voorkomt: jongeren hebben daar een minder sterke band met school, doordat ze er minder vrienden hebben.

Meer informatie

Sara Geven (1987) deed een onderzoeksmaster Sociologie aan de Universteit Utrecht (cum laude). Zij voltooide haar proefschrift ‘Adolescent problem behavior in school: the role of peer networks’ binnen het Vernieuwingsimpuls-project (Vidi) ‘Immigrants, Natives and the Occupational Career: Do Social Contacts Matter?’ van prof. dr. Frank (F.A.) van Tubergen, Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Departement Maatschappijwetenschappen. Geven werkt inmiddels aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek doet naar onderwijsongelijkheid.

(Voor dit bericht is gebruik gemaakt van teksten op de website van het YES!-onderzoek

Links


Bron: Universiteit Utrecht

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)